Essay180 graden

Wie nooit van standpunt verandert, denkt niet na

Voor de serie 180 graden vroeg de Volkskrant iedere week naar een inzicht dat iemand van mening deed veranderen. Nu de serie stopt, blikt Marjon Bolwijn terug. Hoe werkt meningsvorming eigenlijk?

Dominique Haijtema veranderde van mening over zelfhulpboeken en goeroes. Beeld Ivo van der Bent
Dominique Haijtema veranderde van mening over zelfhulpboeken en goeroes.Beeld Ivo van der Bent

Draaikont of windvaan is het weinig complimenteuze label voor wie openlijk van mening verandert. Het klinkt aangenaam onschuldig vergeleken met de (doods)bedreigingen die je in deze tijd van polarisatie en verharding aan je broek kunt krijgen om een onwelgevallige mening. Met dank aan sociale media wordt een mens makkelijk meegezogen in een bubbel van gelijkgezinden, waarbij algoritmen een onverwachte traktatie op een andere, misschien wel verfrissende visie, voorkomen. Waar mensen zich vijandig vastklampen aan hun grote gelijk, is debat nauwelijks mogelijk, terwijl het vermogen tot redeneren en debatteren in de evolutie van de mens juist is ontstaan om er als groepsdier, al wikkend en wegend, uit te komen.

Als oase van relativering te midden van het dagelijkse meningencircus, vertelden de afgelopen tweeënhalf jaar in de Volkskrant 137 bekende en onbekende mannen en vrouwen van 8 tot 86 jaar over iets waarover ze een ander standpunt hadden ingenomen.

Mels en Jelle van der Doelen veranderden van standpunt over gamen. Beeld Ivo van der Bent
Mels en Jelle van der Doelen veranderden van standpunt over gamen.Beeld Ivo van der Bent

Op zoek naar die relativering begon ik als notoire twijfelaar – ‘Nu je het zegt, daar zit ook wat in’ – zo’n tien jaar geleden een lijstje aan te leggen van mensen die in het openbaar van mening waren veranderd. Neelie Kroes, Dries van Agt, Wouter Bos, Mark Rutte, Nahed Selim, René Hoksbergen, Anton Mullink – verder dan deze zeven kwam ik niet. Maar zeven is al een serie, dus zo begon in april 2017 de interviewreeks 180 graden. We vroegen uiteenlopende mannen en vrouwen naar hun oude en nieuwe standpunt, en wat of wie hen van gedachten deed veranderen. Zoek en je zult vinden, en zo werden het meer dan honderd afleveringen.

‘Een goudmijn’, zegt Hanny den Ouden, universitair docent communicatiewetenschappen aan de Universiteit Utrecht. ‘Want deze serie toont wat onderzoekers nooit voor elkaar kunnen krijgen: het proces van meningsvorming en -verandering inzichtelijk maken. In talrijke studies is alleen de vorming van een eerste standpunt onderzocht.’ Uit die onderzoeken bleek ook nog eens dat een mens helemaal niet in staat is om van mening te veranderen.

Reden genoeg voor Den Ouden om met een drietal studenten de eerste 125 afleveringen te onderzoeken. De voorlopige resultaten van die studie en mijn analyse van alle 180 graden-interviews, bieden een interessante kijk van de werking van de meningenfabriek.

Willemijn Verloop veranderde van mening over durfkapitaal. Beeld Ivo van der Bent
Willemijn Verloop veranderde van mening over durfkapitaal.Beeld Ivo van der Bent

Hoe we onze mening vormen

We denken dat we zelfstandig tot een standpunt komen, maar het tegendeel blijkt waar. Hoewel het vermogen tot redeneren de mens uniek maakt, maakt die er eigenlijk een zooitje van. Want, zo blijkt uit onderzoek, eerst is er de intuïtie en daarna volgen de argumenten. Die slepen we erbij om het standpunt dat we op gevoel hebben ingenomen te rechtvaardigen. Een bewijs voor die volgorde, zegt Hans Hoeken, hoogleraar in de communicatiewetenschappen aan de Universiteit Utrecht, is dat we doorgaans schrikken als iemand naar het ‘waarom’ van ons standpunt vraagt. ‘We voelen ons bedreigd en ongemakkelijk bij de vraag onze mening of keuze te legitimeren.’

Volgens de Amerikaanse sociaal psycholoog Jonathan Haidt is de mens fundamenteel intuïtief. In zijn boek The Righteous Mind spreekt hij van ‘morele smaakpapillen’, een mens proeft hoe een visie smaakt en baseert daarop zijn standpunt. Als bewijs daarvoor voert hij de gemeten hersenactiviteit aan als een morele vraag wordt gesteld: eerst komt het antwoord, daarna volgt met de nodige inspanning de onderbouwing.

Bevestiging van die volgorde zagen we in vrijwel alle interviews voor 180 graden. Of het nu ging om het oude of nieuwe standpunt: de waaromvraag bleek dikwijls een hersenkraker. Het was vaak trekken en doorvragen geblazen, of suggesties aandragen. ‘Zou het kunnen dat...’ Communicatiedeskundige Hanny den Ouden noemt het een ‘natuurlijke neiging van de mens om achteraf een verhaal met argumenten te construeren’.

Uitzondering op de regel was een enkele getrainde denker en prater als VVD-politicus Eric van der Burg, die een paar jaar geleden van gedachten veranderde over de sluiting van bejaardenhuizen (van voor naar tegen). Hij was ook een van de weinigen die uit zichzelf reflecteerde op het draaien zelf: ‘Mijn denken staat nooit stil, van de meeste mensen hopelijk niet. Ook een politicus moet van standpunt kunnen veranderen. Wie dat niet doet, denkt niet na’, zei hij, vol vertrouwen in het redenerend vermogen van de homo sapiens.

De interviewreeks laat zien hoe mensen aan hun eerste standpunt komen: het waren vanzelfsprekendheden die ze thuis of op school met de paplepel ingegoten hadden gekregen. Soms wisten ze de oorsprong van hun eerste mening niet te achterhalen, maar ‘was het gewoon zo’, waarbij beeldvorming en tijdgeest van invloed waren. Zoals voetbalanalist Johan Derksen, die ervan overtuigd was dat vrouwen niet kunnen voetballen. Of seksuoloog Jelto Drenth, die het beeld dat mannen meer zin hebben in seks dan vrouwen tientallen jaren bevestigd zag in zijn spreekkamer. En sociaal psycholoog René Hoksbergen haalde op de golven van de idealistische jaren zestig tientallen ‘zielige’ weeskinderen uit arme landen naar Nederland om ze onder te brengen in adoptiegezinnen. Hij was ‘ervan overtuigd iets goeds te doen’.

Het kostte weinig moeite kandidaten te strikken voor een interview. Van angst voor reputatieverlies was niets te bespeuren. Hans Hoeken oppert dat een zekere trots een drijfveer kan zijn geweest. ‘Wie wil niet te boek staan als weldenkend mens?’ De rijke oogst van de serie staat haaks op de conclusies van tientallen onderzoeken die sinds 1975 zijn gedaan, waaruit blijkt dat de mens ‘niet in staat is helder te denken. Eenmaal een mening gevormd, volhardt hij daarin’, zoals cognitiewetenschappers Hugo Mercier en Dan Sperber schrijven in hun boek The Enigma of Reason.

Van mening veranderen doe je niet in je eentje in een kamer, de setting waarin deze onderzoeken hebben plaatsgevonden, verklaart Hans Hoeken het contrast. Het gebeurt vrijwel altijd door invloeden van buitenaf, stelt de hoogleraar. Door de visie van mensen van wie we houden, die we hoog hebben zitten. Een kind dat zijn ouders wijst op het racistische karakter van Zwarte Piet: ‘Denk eens na!’ Vrienden die een mondkapje dragen. Ook als blijkt dat de publieke opinie over een kwestie aan het verschuiven is, kan dat een prikkel zijn tot nader onderzoek, het wegen van argumenten en zelfreflectie. Het zaadje van een draai is dan gelegd.

Kiza Magendane veranderde van mening over het belang van de natiestaat. Beeld Ivo van der Bent
Kiza Magendane veranderde van mening over het belang van de natiestaat.Beeld Ivo van der Bent

Hoe we tot een andere mening komen

Aan het veranderen van standpunt gaan vele jaren vooraf, soms zelfs een half mensenleven, blijkt uit de serie. Hoewel de jongste geïnterviewden, de 8- en 11-jarige broers Mels en Jelle, maar een weekje wifi-loze vakantie nodig hadden om erachter te komen dat buitenspelen veel leuker is dan gamen. Zangeres Ria Valk daarentegen, moest 60 jaar (en vrijgezel) worden om erachter te komen dat een relatieloos leven ‘heerlijk’ is en niet zo belabberd en eenzaam als zij altijd had gedacht.

Uit een analyse van alle afleveringen blijken er zeven triggers te zijn die een omslag in denken veroorzaken.

Pragmatisme vormt daarbij eerder uitzondering dan regel. Voor letterkundige Marita Mathijsen was het hertalen en inkorten van literaire klassiekers, zoals Max Havelaar van Multatuli, altijd uit den boze. ‘Je knipt ook geen stuk van een schilderij af.’ Maar omdat intussen duidelijk is dat de jongste generaties deze werken links laten liggen, is de gepensioneerde hoogleraar kortgeleden van gedachten veranderd en zelfs zelf aan het hertalen en inkorten van romans en gedichten geslagen. ‘Anders leest niemand ze meer.’

Wetenschappelijk bewijs leidt niet alleen bij onderzoekers tot ‘inkeer’. Blogger Hermina de Vries ging zich na twintig jaar vruchteloos diëten verdiepen in wetenschappelijke lectuur. Zo ontdekte ze dat diëten een zinloze exercitie is die alleen maar tot een jojo-effect leidt.

Sociaal psycholoog René Hoksbergen ontdekte dat veel adoptieouders opvoedproblemen hadden en besloot een wetenschappelijke studie te doen naar het welzijn van uit het buitenland geadopteerde kinderen. De uitkomsten schokten hem. Veel kinderen konden niet aarden, hadden hechtingsproblemen en waren getraumatiseerd. Bovengemiddeld veel adoptiekinderen werden uit huis geplaatst. Zo werd Hoksbergen van een gepassioneerd voorstander een tegenstander van internationale adoptie.

Ook moleculair bioloog Hidde Boersma liet zich door de wetenschap die hij bestudeerde tot een nieuw standpunt overtuigen: toenemende welvaart leidt helemaal niet onherroepelijk tot meer milieuschade. ‘De afgelopen veertig jaar is het milieu in heel Europa enorm verbeterd’, stelt hij.

Druk of invloed van anderen werd door communicatiewetenschapper Hanny den Ouden en haar studenten vastgesteld bij eenvijfde van de geïnterviewden. Zoals fotograaf Guus Dubbelman, die analoge fotografie kwalitatief beter vond maar toch overstapte op digitale fotografie, omdat hij vreesde de boot te missen. ‘Ik merkte dat al mijn collega’s waren overgestapt.’ Zo ontdekte hij de voordelen en kwaliteit van digitale fotografie.

Freek de Jonge veranderde van mening over de waarde en waarheid van zijn kunstenaarschap. Beeld Ivo van der Bent
Freek de Jonge veranderde van mening over de waarde en waarheid van zijn kunstenaarschap.Beeld Ivo van der Bent

Een veranderde werkelijkheid deed seksuoloog Jelto Drenth van mening veranderen over sekseverschillen in lust. In de jaren negentig waren de stellen die bij hem aanklopten met relatieproblemen van seksuele aard het spiegelbeeld van de jaren ervoor: niet de vrouw, maar de man bleek in meerderheid minder behoefte aan seks te hebben dan de partner. De paren waarin de vrouw niet zo seksbelust waren, hadden door alle aandacht en tips in vrouwenbladen kennelijk hun weg gevonden, concludeerde hij, en inmiddels durfden ook geremde mannen hulp te zoeken. Zo werd zijn nieuwe standpunt: ‘Zin in seks heeft niets met sekse te maken.’

PvdA-politicus Ahmed Marcouch maakte zich nooit zo druk om de salafistische stroming binnen de islam, totdat salafistische organisaties jongeren begonnen te werven om in Syrië mee te strijden met IS. Marcouch pleitte voor een verbod, want salafisten ‘verwerpen de democratie’ en ‘bieden jihadstrijders een ideologie voor hun bloeddorst’.

Bezinning en zelfonderzoek zorgden ervoor dat cabaretier Vincent Bijlo zich anders ging opstellen tegenover ‘laffe lieden’ die hem dreigmails stuurden, met soms impliciete doodsbedreigingen. Na jaren van angst en woede na elke haatmail, kon hij er met iets meer afstand naar kijken. Hij was er altijd van overtuigd geweest dat negeren de beste optie is, maar besloot voortaan te reageren. Tot zijn verrassing schrokken de mannen, boden ze excuses aan en liepen ze leeg over hun frustraties. Nu vindt de cabaretier het juist zinvol te reageren op haatmail.

Ook melkveehouder Sjoerd Miedema, die van jongs af aan werd gedreven door ‘veel geld’ verdienen, besloot na een tijd van bezinning over te stappen op een biologische veehouderij, om weidevogels voor uitsterven te behoeden. Zo ontdekte hij dat met biologisch boeren wel degelijk geld te verdienen valt.

Een veranderende tijdgeest door protesten en maatschappelijk debat leidde er bij schrijver H.M.van den Brink toe dat hij ‘Zwarte Piet als grappige verkleedpartij’ ruim drie jaar geleden door de bril van tegenstanders ging bekijken. ‘De vraag is niet: wat voor gevoel heb ik zelf bij die figuur? Daarop kun je antwoorden: ik ben geen racist, het is een onschuldig spelletje. De vraag moet zijn: als andere mensen er heel heftig aanstoot aan nemen, wil ik er dan toch mee doorgaan? Dan is mijn antwoord: nee.’

Een ontmoeting of onverwachte confrontatie die een beeld doet kantelen, is een van de meest genoemde triggers. Zoals bij voetbalanalist Johan Derksen, die in zijn hotelkamer in de Verenigde Staten geboeid naar een spannende voetbalwedstrijd zat te kijken, tot hij bij een close-up tot zijn verbijstering ontdekte dat er twee vrouwenelftallen om de winst streden. Ze kunnen er dus toch wat van. En politieagent José Rooijers, die de ochtend na de vuurwerkramp in Enschede in 2000 koningin Beatrix op de rampplek moest rondleiden. Ze voelde afkeer tegen het ‘nutteloze instituut’ koningshuis, maar kwam daar na die uren met Beatrix op terug. Met haar empathische opstelling bood de koningin daadwerkelijke steun aan de Enschedeërs, ook aan de politieagent zelf. Nu vindt ze dat het koningshuis met haar onpartijdigheid kloven kan dichten.

Hoogleraar Hoeken vermoedt dat aan vrijwel elke draai eerst een periode van ontkenning en verwarring is voorafgegaan – ‘dit kan niet kloppen’. ‘Pas als de bewijzen zich opstapelen zijn we doorgaans in staat afstand te nemen van een oud standpunt.’ En dan moet het wel een goed, rationeel overkomend verhaal zijn waarmee je voor de dag kan komen. Want niemand wil zich vervreemden van zijn nabije omgeving; we blijven groepsdieren. Juist daarom hebben we leren redeneren. Omdat we alleen kunnen overleven als we samenwerken.

Meer over