Wie niet horen wil moet maar voelen in de islam

De kernvraag die de Paus aan de orde heeft gesteld luidt: Is God bij zijn handelen gebonden aan wat wijs en goed is?...

Hans Jansen

De paus citeert: ‘God schept geen behagen in bloed. Onredelijk gedrag is in strijd met Gods aard. Geloof wordt geboren uit de ziel, niet uit het lichaam.’ En: ‘Laat me zien wat Mohammed voor nieuws heeft gebracht. Dat zijn alleen boze en onmenselijke zaken zoals zijn bevel het geloof dat hij predikte met het zwaard te verspreiden.’ De paus citeert deze woorden van keizer Manuel II Paleologus (ca. 1400), die bepaald een ervaringsdeskundige was. Hij en zijn dynastie hebben hun rijk zien afbrokkelen door islamitische expansie. De opmars van de moslims wordt pas drie eeuwen later, in 1683, tot staan gebracht, als het Poolse leger er in slaagt Wenen, dat door de Turken belegerd wordt, te ontzetten.

Moslims worden nu om twee dingen boos. Wie zegt dat de islam met het zwaard verspreid is, kan hen daar woedend mee maken. De huidige woede op de paus laat dit weer zien. Het christendom heeft zich in de drie eeuwen tussen Jezus en keizer Constantijn (omstreeks 300) zonder geweld verspreid. Veel moslims zouden willen dat ook de islam zich vreedzaam had uitgebreid. Maar de islam beschikte al vroeg over legers en veel moslims zien de spectaculaire overwinningen van die legers als een bewijs dat de islam Gods eigen godsdienst is.

Wie zegt dat de islam niet met het zwaard verspreid is, kan ook daar moslims boos mee maken. Wie dat zegt, zal namelijk meestal willen dat in onze tijd de islam óók geen geweld aanwendt tegen andersdenkenden. En de mannen van Al-Qa’ida willen wel degelijk geweld gebruiken, tegen Amerika, de joden en het Westen, en menen ook dat Gods woord hen dit opdraagt. Het is voor niet-moslims lastig hier mee om te gaan: met beide standpunten kun je in levensgevaarlijke conflicten belanden.

Er zijn theologen in de islam die menen dat God bij zijn handelen nergens aan gebonden is, niet eens aan zijn eigen wet. In de bijbel komen scènes voor waarin mensen zich vrijmoedig tegenover God opstellen. Abraham onderhandelt met God over Sodom en Gomorra, David wordt boos op God, en in het Nieuwe Testament wordt God zelfs als een mens, iemand zoals Jezus van Nazareth, voorgesteld. Dat past niet in de opvattingen van de islamitische theologie. Daar is de afstand tussen God en mens groter.

De tweede helft van soera 18 van de koran vertelt over een profeet die een jongen op straat ziet lopen, en hem zonder enige aanleiding doodslaat. Op de verbaasde vragen waarom hij dat gedaan heeft, zegt de profeet dat de jongen bezig was tot een zondaar op te groeien. Onverklaarbaar gewelddadig gedrag, wil dit verhaal ons leren, kan wel degelijk Gods instemming hebben. Ook Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, vond dit een mooi verhaal dat hij aan de rechtbank heeft willen vertellen.

Gezien alle rampen die de mensheid overkomen, is het geloof in een God die alleen maar het goede doet, niet vol te houden. Dit impliceert namelijk dat we in de beste van alle mogelijke werelden zouden leven. Sinds Voltaire’s vrolijke roman Candide wordt dat een belachelijke gedachte gevonden. Nu is de gebruikelijke opvatting dat we de wereld stapje voor stapje minder onvolmaakt moeten zien te maken.

De theorie van de islam neemt een ander standpunt in. We moeten God voortdurend danken dat hij ons niet nog meer ellende laat meemaken. Wie zich niet geweldloos wil laten beleren door de koran, moet dan maar met behulp van een stok erachter komen hoe de wereld in elkaar zit. God wil wel degelijk dat de ongelovigen met harde hand worden aangepakt. Om mensen tot het heil van de islam te brengen, is redelijkheid en wijsheid prima, maar met het zwaard en het machinegeweer gaat het soms vlugger.

Wat wil de paus met het oprakelen van al deze dingen? Toch vooral waarschuwen dat we de rug recht moeten houden, en onze eigen geschiedenis nog maar eens moeten naslaan om na te gaan hoe onze ervaringen met de islam vroeger ook weer waren.

Hans Jansen

Meer over