Wie helpt, mag eisen stellen

Ook in Afrika zelf begrijpen ze best dat de Nederlandse belastingbetaler eisen stelt aan de effectiviteit van ontwikkelingshulp. Dat heeft volgens Rob van den Berg niets met bevoogding te maken....

OP DE Forum-pagina van zaterdag 20 september bepleit het Tweede Kamerlid Guikje Roethof meer aandacht voor de rol van het bedrijfsleven in ontwikkelingssamenwerking, vooral in Afrika.

Op het eerste gezicht is wat zij schrijft zo oud als de ontwikkelingssamenwerking zelf: niet de hulpgelden zijn belangrijk, maar toegang tot de markten van de rijke landen. Afrikaanse landen, zo stelt zij, willen liever buitenlandse investeringen voor het scheppen van banen, openstelling van de Europese markt en kwijtschelding van schulden, dan de traditionele hulp met al zijn westerse 'voorwaarden'. Foei toch, minister Pronk, zo lijkt Roethof te zeggen, jouw hulp willen de Afrikanen helemaal niet, ze willen juist het bedrijfsleven.

Om dat te onderstrepen gaat ze uitvoerig in op de bemoeizucht die wij met onze hulp ten toon zouden spreiden, en de 'voorwaarden' die wij stellen, waardoor er sprake is 'van het opleggen van normen of inmenging in interne aangelegenheden'. Dat zijn uiteraard allemaal kwalijke zaken, waar iedereen tegen is, dus ligt het voor de hand haar gelijk te geven. Zo eenvoudig is het echter niet.

Niet voor niets besteedt Roethof geen enkele aandacht aan hoe het bedrijfsleven al die nastrevenswaardige zaken, zoals banen voor Afrikanen, realiseert. Onder welke voorwaarden komt het bedrijfsleven eigenlijk binnen met grootschalige investeringen, joint ventures, techno-leases en wat dies meer zij? Uiterst strenge, westerse voorwaarden!

Het internationale bedrijfsleven is zeker geïnteresseerd in nieuwe opkomende markten, maar stelt aan die landen wel eisen: gij zult ons toestaan winst te maken in harde valuta; en als gij als land een belabberd macro-economisch beleid voert, dan staat gij ons toe een staat binnen de staat te vormen die van die ellende geen last heeft.

Gij zult accepteren dat wij binnen het bedrijf onze westerse normen inzake productiviteit en effectiviteit opleggen; gij zult ons vrijwaren van politieke ellende, sociale conflicten, verantwoordelijkheid voor milieurampen.

Gij zult onze belangen niet schaden in uw arbeidsbeleid, uw handelsbeleid, uw vestigingsbeleid, uw grondeigendomsbeleid, uw deviezenbeleid, uw wet- en regelgeving, dan wel ons een vrijhandelszone ter beschikking stellen waarin wij geen last hebben van uw wanbeleid.

Gij zult uw infrastructuur zodanig onderhouden dat wij niet voor hoge vervoerskosten komen te staan; gij zult ons toestaan een redelijk deel van onze winst over te maken naar ons moederbedrijf.

Deze lijst geeft het begin van een verklaring waarom Afrikanen wel snakken naar investeringen, maar het met zoveel minder moeten doen dan andere continenten. Overigens zien de meeste Afrikaanse regeringen nu in dat een goed eigen beleid en een goed investeringsklimaat de beste manier is om zakelijke investeringen binnen te krijgen.

En dat heeft alles te maken met het door Guikje Roethof als modewoord terzijde geschoven 'good governance'. Er zijn geen modes in de ontwikkelingsssamenwerking. Het is een vak dat met de wereld mee verandert, met grote aandacht voor hoe enerzijds de wereldeconomie een uiterst bescheiden duwtje in de goede (duurzame) richting kan krijgen, en anderzijds hoe op lokaal niveau iets aan onderwijs, gezondheidszorg en armoedebestrijding kan worden gedaan.

Daarbij worden voorwaarden gesteld. Harde voorwaarden, niet gericht op het bevorderen van eigen speerpunten of westerse normen en waarden, maar er op gericht dat het geld daar terecht komt waarvoor het bestemd is.

Het stellen van die voorwaarden zijn de ontwikkelingswerkers verplicht aan de Nederlandse belastingbetaler, of in het geval van NGO's aan de gulle gever. Veel voorwaarden zijn voortgekomen uit de door Guikje Roethof aangehaalde 'vele mislukkingen van buitenlandse hulpprojecten in de jaren zeventig en tachtig.'

Waarom mislukten landbouwvoorlichtingsprojecten in Afrika? Omdat de voorlichters alleen boeren opzochten, en de boerinnen links lieten liggen. De aandacht voor vrouwen is dan ook niet geboortig uit westerse feministen, maar uit oog voor de sociale werkelijkheid in ontvangende landen, waar vrouwen in de landbouw werden genegeerd, met desastreuze gevolgen.

Is dit nu westerse bemoeizucht of het leren van ervaringen? Daarbij komt dat een donor wereldwijd leert, maar een ontvangend land soms alleen de eigen ervaringen ziet. Nu heeft ieder land het recht om alles zelf weer opnieuw te ontdekken, zoals dat er vrouwen in de landbouw werken, maar ik stel voor dat zo'n land dat dan doet zonder geld van de Nederlandse belastingbetaler.

Kortom, als belastingbetaler ben ik een groot voorstander van het stellen van eisen aan de besteding van geld, zoals de eis dat voedingshulp niet op de kade blijft rotten, dat de landbouwvoorlichting aandacht aan boerinnen schenkt en dat wat met hulpgelden wordt opgebouwd niet door wanbeleid wordt afgebroken.

In mijn gesprekken met mensen in ontwikkelingslanden heb ik overigens daarvoor altijd begrip gekregen. Ook de Afrikanen waarmee ik sprak erkennen het recht van de Nederlandse belastingbetaler op zekerheid dat het geld goed wordt besteed.

Waar ik het wel van harte mee eens ben, is Roethofs pleidooi om de geschiedenis van de ontvangende landen, en van onze relatie met die landen, mee in beschouwing te nemen. Want zo fraai is die geschiedenis inderdaad niet, en zij verklaart inderdaad waarom onze goede bedoelingen soms met wantrouwen tegemoet worden getreden.

Ook daarover zou het goed zijn als er een dialoog tot stand kwam, als wederzijds visies op tafel zouden worden gelegd, waarbij voor ons geldt dat wij met minder prettige kanten van het Nederlandse verleden in den vreemde in aanraking zullen worden gebracht.

Ons verleden rechtvaardigt echter niet dat wij kritiekloos standpunten over door ons opgelegde 'voorwaarden' zouden moeten accepteren.

Rob van den Berg is PvdA-lid en hoofd ontwikkelingssamenwerking op de Nederlandse Ambassade in Paramaribo.

Meer over