ColumnSylvia Witteman

‘Weet u misschien hoe laat het is?’, dat hoor je niet vaak meer

null Beeld

In de Bilderdijkstraat liep ik me kalmpjes met mijn eigen zaken te bemoeien, toen ik, ter hoogte van de Blokker, staande werd gehouden door een beschaafd geklede dame van ver in de 70. ‘Mag ik u wat vragen?’, vroeg ze. Dat mocht. ‘Weet u misschien hoe laat het is?’

Dat hoor je niet vaak meer, net zo min als ‘Bent u hier bekend? Hoe kom ik naar de Roemer Visscherstraat?’ of ‘Sprechen sie Deutsch? Gibt ’s hier irgendwo ’ne Metzgerei?’ Dankzij de zegeningen van de zaktelefoon word je op straat uitsluitend nog aangesproken door mensen die willen weten of je een eurootje kunt missen/of je wilt overschakelen op een ander energiebedrijf/of je wel weet hoe het ervoor staat met de homorechten in Soedan.

Ik haalde mijn telefoon uit mijn zak. ‘Ja’, zei de oude dame verontschuldigend, ‘ik heb ook wel zo’n ding, maar dat laat ik meestal thuis. Wat zou ik buitenshuis telefoneren? Mijn kinderen zeggen: mam, als je nou wat overkomt, maar stél dat ik onwel word op straat... moet ik dan eerst dat ding tevoorschijn halen? En mijn leesbril? Nee, dan moet een ander maar even 112 bellen. Dat is tóch gratis.’

Ik lachte, en keek op mijn telefoon. ‘Het is kwart over 10’, zei ik. ‘Kwart over 10’, herhaalde de dame. Ze keek in de etalage van de Blokker. Daar hing een poster waarop stond ‘Bellen & bestellen. Bellen en vier uur later al ophalen.’

‘Over 4 uur is het kwart over 2’, zei de dame. ‘Nu is het zo dat ik wel een nieuw afdruiprek kan gebruiken. Niet dat mijn oude kapot is, nee, dat niet direct. Hij is alleen een beetje sjofel geworden. Het is zo’n houten ding, die houd je niet makkelijk fris. Als ik een nieuwe koop dan wil ik geen houten meer. Ik wil er een van plastic, maar die zijn vaak zo lelijk...’

Ik knikte. ‘Dus hoe moet dat nou?’, vervolgde ze. ‘Moet ik naar de Blokker bellen en zeggen: ik wil een afdruiprek, maar niet van hout? Doe er maar een van plastic, maar dan niet zo lelijk? Hoe weten ze bij de Blokker nou wat ik een mooi afdruiprek vind? Smaken verschillen, toch?’

Ik knikte weer. ‘En dan nóg’, vervolgde ze. ‘Stel, ik bel ze. Ik bestel een afdruiprek. Dan moet ik hier om kwart over 2 wéér staan. Met het risico dat ik een foeilelijk afdruiprek heb besteld. Daar heb ik helemaal geen zin in.’

Ik knikte ten derden male. ‘Nou’, besloot de vrouw. ‘Dit mag ik waarschijnlijk niet hardop zeggen, maar ik doe het toch: ik heb het nu echt wel gezien, hoor, die corona.’

Meer over