100 jaarAad Vervoort

‘We hebben het onvoorstelbaar veel beter gekregen. De meesten beseffen niet hoeveel strijd dat heeft gekost’

Aad Vervoort is evenals de Volkskrant 100 jaar. Hoe kijkt deze sociaal-democraat in hart en nieren terug op de eeuw die achter hem ligt, en wat vindt hij van het huidige tijdsgewricht?

Marjon Bolwijn
Aad Vervoort Beeld Aurélie Geurts
Aad VervoortBeeld Aurélie Geurts

Al een paar keer heeft Aart Vervoort een liefdesbriefje gevonden op zijn deurmat. Van een hem onbekende, die schrijft zijn oog te hebben laten vallen op zijn hoekwoning in Dordrecht. Mocht hij het ooit te koop aanbieden... De 100-jarige is niet ingegaan op de avances. Hij heeft het goed naar zijn zin in het huis waar hij 53 jaar geleden introk met zijn vrouw en toen twee jonge dochters. De vitale verhalenverteller Vervoort woont zelfstandig, kookt nog graag en regelt al zijn zaken zelf. Hij is er trots op al 76 jaar, sinds de oprichting, lid te zijn van de PvdA. Als kritisch sociaal-democraat zal hij de partij trouw blijven, omdat trouw zijn aan je naasten, je principes en je idealen zijn drijfveer in het leven is.

Wat vindt u de belangrijkste verworvenheid van de afgelopen 100 jaar?

‘Dat is zonder twijfel de sociale wetgeving uit de jaren vijftig onder de sociaal-democratische minister-president Willem Drees. Ik noem de AOW, de Ziektewet en de Wet op de handelingsbekwaamheid. Dankzij de laatste wet konden ook getrouwde vrouwen werken en een eigen bankrekening openen. Mijn vrouw was ambtenaar. Op de dag dat we trouwden, werd ze ontslagen. Dat vrouwen nu zelfstandig kunnen opereren, is een van de grootste verworvenheden van de afgelopen eeuw.

‘Mijn moeder had zeven kinderen en was zwaar belast met de zorg en het huishouden. Ik vond het als kind vreselijk om te zien als ze op haar knieën met stoffer en blik het tapijt veegde en was blij toen ze begin jaren dertig een stofzuiger kreeg.’

Mooi hoe u als kind zo begaan was met uw moeder

‘Ik heb veel aan haar te danken. Ze was erg goed voor mij. Als kind had ik last van astma en bronchitis en had veel zorg nodig. Je kunt wel zeggen dat ik verwend werd, ook door mijn broers en zussen. De huisarts zei toen ik 6 jaar was: ‘Of hij sterft jong, of hij wordt een beer van een vent.’ Op mijn 14de schoot ik de lucht in en verdwenen de kwalen.

Trouwfoto van Aad en zijn vrouw Wil, 2 mei 1951. Beeld Aurélie Geurts
Trouwfoto van Aad en zijn vrouw Wil, 2 mei 1951.Beeld Aurélie Geurts

‘Mijn moeder was ook degene die toen ik van de lagere school kwam, zei: jij moet doorleren. De vijf oudsten gingen meteen aan het werk, ook omdat hun inkomsten hard nodig waren in ons gezin. Het waren de crisisjaren dertig, en mijn vader raakte werkloos. Hij kreeg een uitkering van 14 gulden per week, terwijl de huur van onze woning 6,50 gulden bedroeg. Ik mocht als nummer zes in het gezin doorleren, evenals mijn jongere zusje. Ik deed de mulo en daarna de mts en haalde de aktes MO Wiskunde-A en -B, waardoor ik dit vak kon gaan doceren op het Gemeentelijk Lyceum en de hts in Dordrecht. Later begon ik, naast mijn baan als leraar, aan de TU Delft de studie voor civiel ingenieur. Daarbij heeft mijn vrouw mij geweldig bijgestaan. Ze nam de opvoeding van onze dochters bijna alleen ter hand. Dankzij haar kon ik mijn studie met succes afronden. Maar voordat ik leraar werd, heb ik een tijd als constructeur bij een staalbouwfirma gewerkt. Het was de periode van de wederopbouw na de oorlog, ik deed mee aan het herstel van de beide Moerdijkbruggen en aan de bouw van veel andere bruggen.’

Hoe zou u uw jeugd omschrijven?

‘Als een gelukkige tijd, waarin ik als ziekelijk kind omringd werd door liefde en zorg. We hadden het niet breed, maar er was genoeg. Mijn vader was machinist op een stoomsleepboot en werkte zes dagen in de week, vaak van 4 uur in de ochtend tot 5 uur in de middag. Hij had maar één vakantiedag in het jaar. Desondanks deed hij zijn werk met plezier, want ik hoorde hem vaak zingen. Maar hij streed ook voor betere arbeidsomstandigheden, kortere werkdagen en een hoger loon. Nadat hij had meegedaan aan een staking kwam hij als een van de oproerkraaiers op de zwarte lijst en verloor zijn baan. Zo ging dat in die tijd. Hij is toen een paar jaar in Duitsland gaan werken. Er waren toen al drie kinderen. Mijn moeder stond die periode dus alleen voor de opvoeding.’

Heeft het gezwoeg van uw vader en moeder u politiek bewust gemaakt?

‘Mijn vader was een echte sociaal-democraat en zelf ben ik een voorbeeld van hoe een kind uit een eenvoudig arbeidersgezin dankzij de inzet van de SDAP en later de PvdA een goed leven kon opbouwen en nu kan genieten van zijn AOW en pensioen. We hebben het onvoorstelbaar beter gekregen, ook al beseffen de meeste mensen niet hoeveel strijd daarvoor is geleverd. In 1946, meteen na de oprichting, ben ik lid geworden van de PvdA en dat ben ik tot op de dag van vandaag gebleven. Ik vind het belangrijk trouw te zijn aan mijn naasten, mijn principes en idealen. De idealen van de sociaal-democratie - ervoor zorgen dat de eenvoudige man en vrouw het beter krijgen - horen daarbij.’

Hoe is het voor u dat van die ooit grote PvdA nog zo weinig over is?

‘Dat vind ik moeilijk, juist omdat we zoveel te danken hebben aan deze partij. Helaas is in het kabinet-Rutte/Asscher de fout gemaakt door te slaan in de marktwerking. Veel PvdA-stemmers zijn toen hun stabiele anker kwijtgeraakt. Alles moest efficiënt, ten koste van de dienstverlening. Het bezoek aan de dokter werd beperkt tot ongeveer 10 minuten, patiënten werden eerder uit het ziekenhuis ontslagen, veel bejaardenhuizen werden gesloten. De PvdA ging met 38 zetels het kabinet in, en hield er daarna maar 9 over. Tot dusver is het niet gelukt dit te herstellen. Maar als je naar D66 kijkt, die partij heeft ook aan de rand van de afgrond gestaan en zich weer opgericht.’

Ziet u nog kans op herstel, of moeten PvdA en GroenLinks fuseren?

‘Fuseren vind ik te ver gaan, samenwerken lijkt mij goed. Herstel kan alleen met een charismatische leider. Ik had gehoopt dat Lodewijk Asscher zou terugkeren. Wouter Bos kon het ook, als jonge en aantrekkelijke vent. Het is nu wachten tot er iemand opstaat in de PvdA die het vertrouwen kan herstellen.

‘Ik heb Wouter Bos nog eens een brief geschreven, na een debat dat hij glansrijk had gewonnen van Balkenende (CDA-leider, red.). Ik complimenteerde hem en schreef wat betweterig dat een stropdas hem niet zou misstaan. Ikzelf ben een stropdasman, zonder stropdas voel ik mij niet gekleed. Bos antwoordde dat hij zich met een open boord prettiger voelde.’

Wat voor vader was u voor uw dochters?

‘Ik was denk ik een strenge vader, maar altijd zo eerlijk en rechtvaardig mogelijk, want daar hechtte ik aan. Het aantal klappen dat ik heb uitgedeeld was zéér gering. Van elke klap die ik heb uitgedeeld, heb ik nu nog spijt. Ik vind het laf als een volwassene een kind slaat. Als docent heb ik nooit een leerling geslagen, dat was ook niet nodig want ik beschikte over natuurlijk gezag. Ik had een strenge blik. Later hoorde ik van een ex-leerling dat hij altijd bang voor mij was.’

Hoe ziet uw gemiddelde dag eruit?

‘De wekker gaat om 8 uur en dan sta ik op. Als ik mij eenmaal heb gewassen en geschoren, heb ik er weer zin in. Na het ontbijt pak ik de krant, en verder doe ik wat op de computer of de iPad en lees ik veel Nederlandse romans. Ilja Leonard Pfeijffer vind ik een erg goede schrijver, en Ik ga leven van Lale Gül heb ik ook met veel interesse gelezen; het verbaasde mij te lezen dat vrouwen in de Turkse gemeenschap zo aan banden worden gelegd. In de avond kijk ik het nieuws en daarna, als het kan, naar een voetbalwedstrijd. De laatste jaren ben ik veel aan het tekenen, een bezigheid die mij afleidt en voldoening geeft.’

Wat is het moeilijkste besluit geweest dat u ooit genomen heeft

‘Dat was in 2017, toen ik mijn vrouw moest onderbrengen in een verpleeghuis. Daarvan hebben de kinderen en ik veel verdriet gehad. Ze was al drie jaar aan het dementeren waarbij ik haar mantelzorger was, een taak waarvoor geen opleiding bestaat. Toen ik met een bacteriële infectie in het ziekenhuis belandde, ging het niet meer. In de coronatijd mochten we haar vier maanden niet bezoeken omdat het verpleeghuis na een aantal sterfgevallen op slot ging. Toen we haar daarna weer opzochten, herkende ze ons niet meer. Ze ging snel achteruiten en stierf een half jaar geleden. We zijn 70 jaar samen geweest, hadden een goed huwelijk, waaraan ik met dankbaarheid terugdenk. Maar ik mis haar nog iedere dag.’

Aad Vervoort haalt een vel papier tevoorschijn. Daarop staan zeventien onderwerpen getypt die hij in het interview te berde wilde brengen. Hij kan ze allemaal afvinken, op één na. Punt 17 luidt: ‘Zou het zo weer precies eender doen.’

Hij vertelt: ‘Als je mij had gevraagd wat ik zou doen als ik mijn leven mocht overdoen, dan had ik geantwoord dat ik het weer precies zo had gedaan. Ik heb er uitgehaald wat er voor mij in zat en veel geluk gehad: een goed huwelijk, aardige kinderen en kleinkinderen, en heb geboft met mijn betrekkingen, aardige collega’s en leerlingen. Ik heb mij weinig geërgerd, daar was ook geen aanleiding toe. Mijn leven was welbesteed, zeer gevarieerd en gelukkig.’

Aad Vervoort
geboren: 2 september 1921 in Dordrecht
woont: zelfstandig, in Dordrecht
beroep: technisch tekenaar en docent wiskunde
familie: twee dochters en vijf kleinkinderen
weduwnaar: sinds oktober 2021

Meer over