WATER OORLOG

Een klassiek probleem bij iedere oorlog in tribale gebieden: hoe verenig je clans tegen één gezamenlijke vijand? Nederlandse militairen in Uruzgan hebben er hun handen vol aan....

Het is een kanaaltje van niks, aan de rand van de woestijn in Uruzgan. 2,5 meter breed, 23 kilometer lang en gevuld met lichtbruin water. Zo’n dertig jaar geleden begonnen de families in deze vallei met graven, en sindsdien is er ruzie. ‘Hij heeft ons water en ons land gepikt’, zegt de leider van de zuidelijke Barakzai-clan. ‘Allemaal leugens!’, zegt de baas van de noordelijke families die zijn opponent een ‘hasjrokende gangster’ noemt. Bijna honderd levens, kostte dit zogeheten waterconflict tot nu toe.

De Barakzai-driehoek ligt zo’n 30 kilometer rijden van Tarin Kowt, de provinciehoofdstad van Uruzgan. Ingeklemd tussen messcherpe bergkammen, halverwege de groene Chora-vallei, Daar verbouwen enkele honderden families, links en rechts van de Teri Rud-rivier, maïs, dadels, noten en tarwe. Hun huizen zijn zandkleurige vestingen in een wirwar van irrigatiekanaaltjes en onverharde paden.

Aan de randen van hun akkers en boomgaarden begint – heel abrupt – de Dasht, de Afghaanse steenwoestijn. Hier wonen hooguit nomaden in tenten en hier laten valleibewoners hun schapen en geiten grazen. En hier is geen water.

Aan één van deze randen van de vallei, daar waar de Barakzai-stam woont, ontstond het plan om samen een kanaal te graven en zo woestijngrond vruchtbaar te maken. ‘Het was ontzettend zwaar werk’, zegt de 60-jarige Akthar Mohammed. De bebaarde leider van de noordelijke clan is een van de initiatiefnemers van het kanaal. Vooral het 1.300 meter lange stuk door een berg viel volgens Akthar niet mee.

‘De mujahedinleiders met wie ik tegen de Russen heb gevochten, hielpen mij met explosieven.’ Zes jaar lang stuurden de Barakzai-families dagelijks een of twee mannen om te graven. ‘Ja, met deze handen’, zegt een oude man met een witte baard in het dorp. ‘Alleen al de dam in het midden kostte ons anderhalf jaar.’ Hij hielp negenduizend zakken cement per ezel te vervoeren.

Toen het werk af was, rond 1995, stroomde het koude water van de Teri Rudi voor het eerst ook noordwaarts langs de rand van de Barakzai-driehoek. In één klap kreeg de stam er 4.000 yerib vruchtbaar land bij, ongeveer 800 hectare. En toen begon de ellende. Andere stammen stroomafwaarts, tot in de Baluchi-vallei of nog verder bij Tarin Kowt, vonden dat de Barakzai hun water afpikten. Hun bezwaren waren genoeg om eerdere graafplannen in de jaren tachtig af te blazen.

De Dasht is namelijk overheidsbezit. Je mag er je geiten laten grazen, maar je mag er niet zomaar gaan graven. Laat staan land claimen voor je akker. Begin jaren negentig was er echter geen overheid. De mujahedin hadden de Russen verjaagd, de Taliban moesten nog komen. In dat vacuüm maakten honderden dorpelingen een pact: alle families zouden helpen nieuw akkerland te creëren – dat naar rato van de geleverde inspanning zou worden verdeeld.

‘Akthar Mohammed was toen erg machtig’, zegt de leider van de zuidelijke clan, Gul Badja Khan. ‘Hij had de mannen, de wapens en claimde eenderde van het land voor zichzelf.’ Ook nog aan het begin van het kanaal, waar het meeste water vloeit. Andere bewoners bevestigen deze lezing; ook Nederlandse militairen vermoeden dat dit de kern van het zogeheten waterconflict is.

Akhtar ontkent. Hij haalt tijdens een 2,5 uur durend interview een beduimeld document uit een boterhamzakje, met circa vijftig vingerafdrukken erop. ‘Kijk zelf maar! We hebben het met z’n allen zo afgesproken. Nu willen ze daar opeens op terugkomen.’

Hoe het ook zit: de waterruzie frustreert het opbouwwerk in Chora. Veel officieren en diplomaten hebben zich al over schema’s gebogen die aangeven wie met wie ruzie heeft en waarom. Compleet met luchtfoto’s vol stippellijnen en namen. De wateroorlog verhindert dat inwoners gezamenlijk de Taliban buiten houden en vergroot de kans dat ontwikkelingsprojecten juist tot meer ruzie leiden.

Zo is het voorgekomen dat de westzijde van Chora werd aangevallen, en zeven mannen in het heetst van de strijd bij de Nederlanders aanklopten voor kalasjnikovs en munitie. Niet om te helpen, zo blijkt later, maar om aan de andere kant van de vallei een oude rekening te vereffenen. Hetzelfde geldt voor opbouwprojecten: 1 dollar meer naar één partij, en de clans rennen schietend door de velden.

De Taliban maken daar handig gebruik van. Wat dat betreft staat dit hoekje in Uruzgan model voor heel Afghanistan. Toen Talibanstrijders twaalf jaar geleden Chora veroverden, vluchtten Akthar en andere leiders de bergen in. Na drie maanden stuurden ze een delegatie met de boodschap: ‘We hebben het hele land veroverd, we zullen je niks doen’. Driemaal pakten de Taliban Akthar echter op, na klachten van de bevolking. ‘Ze hingen mijn neef op, ze respecteerden mij niet.’ Uiteindelijk ging Talibanleider Mullah Omar, stelt Akthar, toch akkoord met zijn landclaim.

Iedereen weet hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen, stelt aartsrivaal Gul Badja. ‘Hij heeft hen mortieren en granaatwerpers geleverd, en veel land langs het kanaal gegeven. Hij kocht ze om met land dat niet eens van hem was!’ Op dicteersnelheid noemt Gul acht Talibanleiders die nog altijd langs het kanaal wonen. Mullah Mohammed Isar, ooit districtchef in Ghizab, mullah Abdel Karim, oud-stafchef van leider Omar, mullah Abdel Rachman, de Talibanrechter wiens dochter is getrouwd met een zoon van Akthar.’

De zoons van die rechter, stelt Gul, zijn actief voor de Taliban in een andere provincie. ‘Laatst namen die broers ook hier een nieuwe motor in beslag van een bewoner die een schadevergoeding voor zijn huis had gekregen van ISAF.’

Het waterconflict kwam eind vorig jaar tot een nieuwe uitbarsting, toen hulporganisatie WFP, de wereldvoedselorganisatie van de Verenigde Naties, voedsel ging uitdelen in Chora. Een illustratie dat hulpverleners olie op het vuur kunnen gooien, als zij niet eerst de tribale verhoudingen bestuderen. Dat kost je zo twee jaar, merkten de militairen in Chora.

WFP beloonde onderhoudswerkzaamheden aan het kanaal, met toestemming van de nieuwe gouverneur van Uruzgan. Als grootgrondbezitter ontvingen de mannen van Akthar het meeste voedsel. Tot woede van veel inwoners van de Barakzai-driehoek. Bij drie schietincidenten tussen de mannen van Gul en Akthar vielen één dode en twee gewonden. Gewapende strijders patrouilleerden langs het kanaal.

De gouverneur gooide beide clanleiders in de gevangenis. Nederlandse militairen stelden een verzoeningsproject voor: de bouw van een school voor álle Barakzai-kinderen. Die staat er nu, op een heuveltje in het midden van de vallei.

‘Nee, onze kinderen gaan daar niet naartoe’, gromt Akthar die inmiddels een eigen school aan het bouwen is. ‘Te ver weg’, zegt hij. Gul is er wel tevreden mee. Vijfhonderd kinderen van zijn zuidelijke clan volgen er lessen. Volgens Nederlandse diplomaten bezoeken wel kinderen van beide clans de Barakzai-school.

In Afghanistan is verzoening een zaak voor veel partijen. Dat lukte in de jaren negentig toen Akthar ruzie kreeg met de machtige militieleider Mohammed Akbar Kahn. Bij die jarenlange strijd vielen bijna honderd doden, waarna Akthar vluchtte. Zijn rivaal ontfermde zich over zijn land en familie, zoals dat hoort onder Pashtun-Afghanen.

Een delegatie van vele tribale, religieuze en militieleiders maakte een einde aan de strijd. Dat gebeurde op traditionele wijze: de ene kemphaan bezoekt het huis van de ander, terwijl alle leiders uit het gebied een fysieke buffer vormen. Voor het geval er schoten vallen. Op die manier vindt een verzoenend gesprek plaats.

Zoiets zou nu ook weer moeten worden georganiseerd, vinden veel betrokkenen. Daarbij zou het gewonnen land eerlijker kunnen worden verdeeld. ‘Wij kunnen hem niet vergeven’, zegt Gul. Wijzend naar een paar jonge mannen in de hoek van de kamer: ‘Akthar heeft hun vader gedood, dat accepteren we nooit.’

‘We waren als familie’, klaagt op zijn beurt Akthar, ‘maar nu wil hij me dood hebben. ‘27 jaar waren we vrienden, nu claimt hij opeens land en schiet hij op mijn mensen.’

Een helder oordeel komt van een collega-militieleider in Chora, Toor Abdullah. Die geniet een heldenstatus sinds hij vorig jaar op eigen kracht een grote Talibanaanval afsloeg in het oosten van de vallei.

‘De tijden zijn veranderd’, signaleert hij. ‘Vroeger was hier geen overheid en had Akthar alle macht. Ik heb geen conflict met hem, maar ik zie dat hij probeert vast te houden aan het verleden. En dat kan niet.’

Meer over