Je kunt het maar één keer doen

‘Wat maakt het nou uit als je vijf minuten later thuiskomt? Ik spreek mijn man nooit meer’

Vanaf het moment dat Dirk zijn diagnose krijgt, verloopt zijn ziekte met een sneltreinvaart. Zelfs zodanig dat zijn vrouw Ineke het gevoel heeft dat er geen tijd is om rustig afscheid te nemen.

Barbara Van Beukering
null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Dirk Hoekstra (74, onderwijzer) overleed op 23 november 2020 aan de gevolgen van slokdarmkanker. Hij was vijftig jaar getrouwd met Ineke Hoekstra (74, medisch analist) en had drie dochters, Linda (50), Frie (47) en Vera (44), en drie kleinkinderen van 13, 14 en 16 jaar.

Ineke: ‘Toen Dirk 50 was, kreeg hij een oogziekte, maculadegeneratie, waardoor hij werd afgekeurd als onderwijzer. Dat was best dramatisch, hij durfde amper naar buiten. Omdat je niet zag wat hem mankeerde, was hij bang dat mensen zouden denken: daar loopt die man weer, waarom werkt hij niet?

Maar hij herpakte zich, het was een vrolijke en uitbundige man, en hij had heel veel hobby’s. Zo verzamelde hij antiek, ging putters kweken en stortte zich op de tuin. De garage stond vol met vogelkooien en in de tuin werden volières geplaatst. Elke dag ging hij op zijn fietsje naar de kwekerij om bloemen en planten te kopen voor de tuin. Het kopen van antiek leek wel een verslaving. Als hij iets zag, moest hij het hebben – hij beet zich erin vast. En als hij geen geld had om het te kopen, verkocht hij iets anders. Elk jaar als we in Italië waren, moesten we naar Bassetti om een tafelkleed te kopen. Dan zei ik: ‘Man, we hebben er al tien!’ Maar hij moest er toch weer eentje kopen, dus ik heb de kast vol. Ik vond het weleens vermoeiend, maar ik liet hem. Ik was blij dat hij die passies had.

Dirk en Ineke Hoekstra. Beeld Privéfoto
Dirk en Ineke Hoekstra.Beeld Privéfoto

Rare wond

Op Hemelvaartsdag 2020 stootte Dirk zijn scheenbeen tegen een biels. Het was een rare wond, je zag het bot erdoorheen en het bloedde vreselijk. We gingen onmiddellijk naar het ziekenhuis, waar het werd gehecht. Vanaf dat moment werd hij erg moe, lusteloos en zelfs een beetje depressief. We dachten dat het misschien door corona kwam, want er kwam niet veel bezoek en Dirk mocht graag praten. Onze huisarts had niet goed in het snotje wat er aan de hand was en omdat wij het niet vertrouwden, wilde Dirk een andere huisarts. Deze verwees hem door naar het ziekenhuis, waar uit bloedonderzoek bleek dat een bacterie een ontsteking van de hartklep had veroorzaakt. Hij werd meteen opgenomen en er volgde een PET-scan. Ik was bij een vriendin toen Dirk op 14 september belde: ‘Ga maar even zitten. Ze hebben een plekje op de slokdarm ontdekt en er zijn ook lymfeklieren aangetast.’

Onze jongste dochter Vera is zaalarts en zij ging met ons mee naar het ziekenhuis, waar we te horen kregen dat het er allemaal positief uitzag en dat hij in Amsterdam geopereerd kon worden. Voor de operatie moest hij eerst vijf weken worden bestraald en vijf chemokuren ondergaan. Toen hij net aan zijn tweede behandeling was begonnen, werden we ’s avonds door de oncoloog gebeld: of we de volgende dag konden komen.

Opgebrande kaars

We kregen te horen dat de lever vol uitzaaiingen zat. De oncoloog zei: ‘U bent uitbehandeld.’ Waarop Dirk reageerde: ‘Ik vind het heel vervelend voor mijn vrouw en kinderen, maar niet voor mezelf.’ Onvoorstelbaar, maar hij accepteerde het meteen. Dirk vroeg: ‘Haal ik de Kerst nog? Moet ik aan jaren of maanden denken?’ Waarop de arts antwoordde: ‘Ik denk niet dat u de Kerst haalt. Het is, vrees ik, een kwestie van weken.’ Na het gesprek zijn we in de auto gestapt en naar de kwekerij gereden, waar we heel veel chrysanten hebben gekocht.

De dag erop, het was 7 november, wilden we een wandeling maken in Paesens-Moddergat, dat deden we altijd graag. Vera was er nog nooit geweest en wilde er ook graag heen. Toen we op de dijk liepen, stond opeens onze oudste dochter Linda uit Duitsland daar met haar kinderen. Dat had Vera geregeld, het was echt fantastisch. Ze had ook koffie en broodjes meegenomen, want door corona was alles gesloten. Het weekend erna hebben we een groot huis op Texel gehuurd met alle drie dochters en hun gezinnen. Het was slechts een week na de fatale diagnose, maar Dirk was al zo verschrikkelijk moe dat hij de auto niet meer uit kwam. Zijn sokken en schoenen aantrekken voelde voor hem als een marathon. Alles was hem even zwaar.

Eenmaal terug van Texel trok de energie helemaal uit zijn lichaam. Hij zat alleen maar in zijn stoel, kwam ook niet meer in de tuin. Het ging zo snel, het was net alsof we in een sneltrein zaten, we hadden er geen grip meer op. Onze drie dochters bleven bij ons en dat vond Dirk ontzettend fijn. We hadden geen gesprekken over de dood, hij begon er niet over en wij ook niet, maar de sfeer was heel goed. Zaterdag gaf Dirk mij een kledingbon, dat hadden de kinderen geregeld. Hij had op Texel nog iets voor mij willen kopen, maar dat was niet gelukt omdat hij de auto niet meer uit kwam, dus toen heeft hij bedacht om me een kledingbon te geven. Het was een emotioneel moment. De dag erna, op zondag, zei hij dat het voor hem niet meer hoefde, het was genoeg geweest. Het kaarsje was opgebrand.

Afscheid

De palliatieve sedatie zou zondagavond om 7 uur ’s avonds plaatsvinden. Toen ik aan Vera vroeg hoe laat het was en zij antwoordde dat het 5 uur was, zei Dirk: ‘O, nog twee uur wachten.’ Hij was dodelijk vermoeid en er slecht aan toe. Er kwam een verpleegkundige van het specialistisch team om de sedatie te starten, de huisarts deed dat niet zelf. Dirk nam een voor een afscheid van de kinderen en de kleinkinderen. Ik was de laatste die hij omhelsde. Hij zei: ‘Sorry voor alles wat ik je heb aangedaan.’ Daarmee doelde hij op al zijn hobby’s. Ik antwoordde: ‘Ik zal jou ook wel wat aangedaan hebben.’ Op dat moment werd ik emotioneel en kon ik niks meer uitbrengen. Dat was het dan. De mevrouw die de sedatie zou geven, zat klaar en wekte de indruk dat we moesten opschieten. Ik dacht: hallo, wat maakt het nou uit als je vijf minuten later thuiskomt? Ik spreek mijn man nooit meer. Ik was er niet alert genoeg op, maar achteraf vond ik het frustrerend dat het zo snel moest.

De volgende dag is Dirk overleden. Hij heeft een prachtig sterfbed gehad, voor hem was het ontzettend fijn dat alle kinderen en kleinkinderen erbij waren. We hebben hem met z’n allen gewassen en aangekleed. De kleinkinderen vonden het heel mooi om er zo bij betrokken te worden. Voor mijzelf is het achteraf niet te bevatten dat het zo snel is gegaan: op 6 november uitbehandeld en 23 november overleden – binnen zeventien dagen was het gebeurd. Het ging zo snel, er gebeurde zo veel. Er was geen tijd om rustig afscheid te nemen met z’n tweetjes. We hebben één keer ’s nachts in bed samen gepraat en gehuild, en toen zei hij: ‘Je redt je wel.’ Ik vond het fijn dat hij zo veel vertrouwen in mij had. Van de kledingbon heb ik een broek en heel mooie sjaal gekocht. Een wollen sjaal, bruin, dat is mijn kleur. Ik draag hem heel vaak.’

Meer over