INTERVIEW

'Wat doe ik met de ruimte die opeens in mijn leven is gekomen?'

In de serie Over de helft interviewt Cornald Maas net- of bijna-vijftigers over hun dilemma's. In aflevering 13: actrice Carine Crutzen. 'Ik word nog altijd boos als ik merk dat mensen de impact van een depressie onderschatten.'

Actrice Carine Crutzen. Beeld Adriaan van der Ploeg
Actrice Carine Crutzen.Beeld Adriaan van der Ploeg

'Dat ik me de laatste tijd in het openbaar meer roer, is voor mij geen verrassing. Ik ben tot nu toe niet zonder mening door het leven gegaan. Dat was vroeger al zo, tijdens mijn middelbareschooltijd in Heerlen, toen we op vrijdagmiddag met de gymnasiumklas in de kroeg belandden en volop discussieerden. Over oosterse filosofie, over godsdienst, over politiek en de liefde: de paters franciscanen op school stimuleerden ons een mening te vormen. We speelden toneel, we hielden spreekbeurten. We waren niet uit op consensus, maar vroegen ons steeds af: klopt dit?

Sinds ik meer schrijf, benaderen uitgevers en bladen mij en draag ik mijn meningen wat nadrukkelijker uit op een groter podium. Met dank ook aan Facebook en Twitter. De tijd vliegt als ik achter mijn laptop zit en ik geniet ervan als ik iets teweegbreng.

Toen ik Linda de Mol bij Pauw & Witteman hoorde beweren dat ze in haar blad LINDA geen aandacht besteedt aan de overgang omdat ze dat onderwerp 'onsexy' vindt en daarbij een vies gezicht trok, heb ik daar iets over getwitterd. Een rare uitspraak vond ik dat, van iemand die het meestgelezen blad voor vrouwen maakt. Is borstkanker, waar LINDA wél aandacht aan besteedt, dan niet onsexy?

Op mijn tweet kwamen veel reacties, en het werd een enorm ding, zeker toen de Volkskrant me vroeg er voor de rubriek 'Het Duel' een column over te schrijven. Linda wilde er niet op reageren, dat verbaasde me. Als ze slim en humoristisch was geweest, had ze mij gevraagd in haar blad uit te leggen wat er dan zo bijzonder aan de overgang is. Ik vind het helemaal geen probleem om het erover te hebben - ik word dagelijks met mijn neus op de feiten gedrukt, als ik bijvoorbeeld weer last heb van mijn knieën. Maar een boek erover schrijven, zoals een uitgever me onlangs vroeg, wil ik niet. Dat zou me beperken, terwijl schrijven voor mij juist over vrijheid gaat. Als ik schrijf, ben ik, anders dan bij het acteren, volledig mijn eigen baas.

Verstandig

De laatste jaren ben ik minder bang in het openbaar mijn mening te geven. Ik denk dat het niet toevallig is dat dit juist gebeurt in de periode dat mijn ouders zijn overleden en onze zoons het huis zijn uitgegaan. Ik geef mezelf meer ruimte om te formuleren wat ik van dingen vind. In de toneelwereld wordt wel gediscussieerd, maar niet zo breed. Ik schep er soms veel genoegen in om me in debatten te roeren en het kan me niet zo veel schelen wat anderen daarvan vinden.

Vroeger durfde ik dan wel te discussiëren met mijn klasgenoten, en fel ook, maar verder was ik vooral een keurig Limburgs meisje. 'Weet wat je waard bent', hield mijn vader mij altijd voor. Hij bedoelde: laat de jongens maar voor je rennen en bewaar jezelf voor een leuke jongen die het waard is. Nu denk ik weleens: was ik maar wat frivoler en roekelozer geweest.

Ik gedroeg me verstandig, wilde vooral een goede dochter zijn, en droomde intussen van een groots en meeslepend leven. Ik hunkerde naar grote romantiek en ik geloofde in een allesoverheersend gevoel dat mijn leven zou beheersen. Daar geloof ik nóg in, al weet ik inmiddels, door schade en schande wijs geworden, dat het af en toe flink ter aarde kan kletteren.

Biografie

Carine Crutzen wordt op 4 februari 1961 geboren in Heerlen. Na het gymnasium studeert ze een jaar psychologie, vervolgens meldt ze zich aan bij de Toneelacademie in Maastricht, waar ze in 1984 afstudeert. Daarna maakt ze als actrice naam in toneelvoorstellingen van gezelschappen als Het Vervolg en Het Toneel Speelt en in de tv-series De brug, Pleidooi, Oud Geld, Vuurzee en De Daltons. In 2010 vertolkt ze de rol van koningin Beatrix in de film Majesteit. In 2014 speelt ze hoofdrollen in de horrorfilm De poel en in de door Michiel van Erp geregisseerde theatervoorstelling Afterparty. Vanaf begin 2015 is ze te zien in het door Willem Jan Otten geschreven toneelstuk Een sneeuw. Crutzen heeft al sinds haar opleiding aan de Toneelacademie een relatie met acteur Nico de Vries, met wie ze twee zoons heeft.

'Bang hert'

Na mijn middelbareschooltijd heb ik eerst psychologie gestudeerd: de toneelschool durfde ik nog niet aan, ik had te veel verhalen gehoord over dat je er naakt op een tafel moest dansen. Toen ik daar alsnog terecht kwam, lokten de docenten mij uit de tent: ik moest een striptease doen, of hard 'neuken godverdomme!' roepen op het toneel, en ik sloeg me er met bluf doorheen. In een beoordeling werd ik een 'bang hert' genoemd: ik was nogal verlegen en er kleeft, nog altijd trouwens, iets beschaafds en keurigs aan mij.

Ik was een goede leerling - mij werd een toekomst met dramatische, klassieke rollen voorspeld. Na mijn opleiding aan de Toneelacademie vertrok ik naar Amsterdam. En daar ging het mis: de toneelwereld bleek enorm hiërarchisch en ik wist niet hoe ik me ertoe moest verhouden.

Ik had mezelf wijsgemaakt dat ik sterk was, maar dat bleek ik helemaal niet te zijn. Ik vroeg me af of ik wel kon acteren, ik zag mezelf opeens als een keurig, provinciaals meisje. Bang was ik ook. Ik herinner me dat we in een busje onderweg waren om ergens een voorstelling te spelen en dat ik volstrekt in paniek raakte omdat ik geen idee had waar op de wereld ik was. 's Avonds werd ik hyperventilerend door jonge collega's het podium op geduwd.

Depressie

Ik denk dat ik te veel van mezelf vroeg en de lat te hoog legde. Vier jaar ben ik uiteindelijk ziek geweest - ik was depressief, de ergste periode uit mijn leven. Ik was zó ziek dat de mogelijkheid om dood te kunnen gaan voor mij een troost was. Ik ging terug naar Limburg en kwam pas twee jaar later weer naar Amsterdam. Gaandeweg merkte ik dat er weer wat meer lucht kwam, dat ik weer 'onbewust' begon te leven, zonder het gedram van de rode en zwarte duivels in mijn hoofd.

Ik weet nog steeds niet waar het vandaan kwam en of het terug te voeren is op mijn jeugd - ik had als enige dochter altijd een groot verantwoordelijkheidsgevoel, heb ook nooit gepuberd. Wel ken ik sinds die donkere periode mijn grenzen beter.

Ik word nog altijd boos als ik merk dat mensen de impact van een depressie onderschatten of verwarren met buien van somberheid. Van somberte heb ik af en toe nog last, maar een depressie heb ik niet meer gehad, al weet ik dat die bij groot drama in het leven zomaar weer kan terugkeren.

Gelukkig is dat nog niet gebeurd. Ook niet toen mijn ouders overleden. Mijn vader stierf ruim vier jaar geleden - hij leed aan parkinson en dementie. Mijn moeder kreeg longkanker, terwijl ze nooit heeft gerookt, en stierf anderhalf jaar geleden. Ik speelde toen in De kersentuin van Tsjechov, een voorstelling over afscheid, en mijn laatste zin was: 'In deze kamer zat mama zo graag.'

Het overviel me dat het me zo veel deed, dat mijn ouders niet lang na elkaar stierven. Ik voelde me onthand en verweesd. Heimwee naar vroeger kreeg ik ook: ik wenste mijn kinderen weer klein, ik bekeek de foto's waarop ik als kind te zien was met mijn ouders en de foto's waarop zij mijn kinderen vasthielden.

Tegelijkertijd was ik opgelucht toen mijn moeder stierf, omdat het rust gaf en ik bevrijd was van mijn zorg voor haar en daar voelde ik me dan weer schuldig over.

Bedrijf

Intussen ging mijn tweede zoon het huis uit. Vincent, de oudste, ging meteen na het gymnasium naar Australië en ik heb hem aangemoedigd dat te doen. Intussen voelde het als een mes in mijn hart dat ik hem driekwart jaar niet zou zien en ook dat hij in het begin alleen maar korte antwoorden op mijn berichtjes gaf, omdat hij ook wel wist dat ik, zelfs op afstand, de vinger aan de pols wilde houden.

Onze jongste, Sebastiaan, die ook ondernemend is, vertrok een paar jaar later naar Florence. Inmiddels zijn ze weer in Nederland teruggekeerd en ik constateer in volle tevredenheid dat het beiden leuke, zelfstandige mannen geworden zijn. Dat is toch ook een beetje de vrucht van onze opvoeding.

Maar wat nu, heb ik me evengoed geregeld afgevraagd de laatste tijd. Wat doe ik met de ruimte die opeens in mijn leven is gekomen? En vind ik de man met wie ik leef nog wel leuk?

Nico en ik zijn al dertig jaar samen, hij is een stuk rustiger en minder zoekend dan ik en kan de dingen meer laten, wat ik knap van hem vind. Maar ook hij is zichzelf vragen gaan stellen. We hebben ons leven moeten herijken, daar komt het op neer. Twintig jaar lang zijn we een soort bedrijf geweest, op één lijn in de opvoeding van onze kinderen, op hetzelfde level. Nico acteert ook, dus we snappen goed van elkaar waarmee we in ons werk te maken krijgen. Opeens werd onze samenlevingsvorm een totaal andere. Wie waren we zelf eigenlijk ook al weer?

Rozengeur en manenschijn

Niet alles in een relatie is rozengeur en maneschijn, en na zo veel jaren samen spat je niet meer van verliefdheid uit elkaar. En dat je nog net zo veel seks moet hebben als in het begin, lijkt me onhaalbaar - mensen doen daar veel te krampachtig over.

Ik vind het prima als mensen zeggen dat ze volstrekt monogaam zijn of willen zijn, maar ga niet doen alsof iedereen monogaam geboren is. Nico en ik hebben in het verleden beslist onze moeilijke perioden gehad, en toen onze zoons de deur uit gingen, leek het er nog meer op aan te komen. Je moet onderkennen dat je een aantal dingen van de ander niet leuk vindt en vragen kunnen stellen over ingesleten gedrag. Anders gaat de boel etteren.

Nico en ik gingen voor het eerst in jaren met zijn tweeën op vakantie, en van tevoren waren we allebei zenuwachtig. In de eerste week kregen we ruzie over van alles - ik ben zelfs een keer weggelopen uit het restaurant waar we zaten te eten. Toch was het goed en heilzaam. Dat wij, sinds we elkaar op de Toneelschool tegenkwamen, al dertig jaar samen zijn, zegt lang niet alles: ik zie te veel relaties, ook na lange tijd, uit elkaar klappen. Er is geen garantie dat je eeuwig bij elkaar blijft en misschien moet je dat ook wel niet willen. Zou dat de reden zijn dat we nooit getrouwd zijn?

Nico en ik werden allebei in hetzelfde jaar 50. De dag dat ik jarig was, moest ik spelen in Maassluis en we schoven het grote feest voor ons uit. Uiteindelijk kwam het er niet van en besloten we onze 51ste verjaardag te vieren - en ook dat is nooit doorgegaan. Ik zie er ook niet meer naar uit. Ik vond het nogal wat hoor, 50 worden: 50 is geen prettig getal, ik ben definitief geen oudere jongere meer. Sommige vrienden zijn al in de 60, en dat klinkt stokoud. Vriendinnen van me worden ziek - die verschrikkelijke kanker duikt steeds weer op. Ik maak me geen zorgen over mijn eigen gezondheid, dat heeft geen zin. Ik hoop alleen dat het mijn kinderen lang goed zal gaan.

Ouder worden

Natuurlijk word ik in rap tempo ouder. Mijn lijf begint te haperen, ik word dikker en het kost me steeds meer moeite dat te voorkomen - dat is nou eenmaal een hormonenkwestie. Ik heb mijn ogen laten laseren en ik verf mijn haar, maar gelukkig heb ik nog niet veel rimpels.

Botox zou ik nooit overwegen, botox maakt lelijk, als actrice kun je het je ook niet permitteren een gezicht te hebben dat niets meer doet. Kijk naar Nicole Kidman: haar gezichtshuid is te strak om nog werkelijke expressie mogelijk te maken. Op Bali kwam ik een vrouw tegen van wie je wist dat ze wachtte op het moment dat je zou vragen hoe oud ze was. Ik deed haar dat plezier en ze zei trots dat ze 67 was, maar juist doordat haar strakgetrokken gezicht totaal niet paste bij de veel oudere handen en armen, zag ze er veel ouder uit dan 67.

Ik heb geen uitgebreide verlanglijst voor de komende jaren. Ik zou een mooie rol op camera willen spelen, dat is alweer een tijdje geleden. Maar ik zie mezelf niet, zoals Mary Dresselhuys, tot mijn 90ste op het toneel staan. Ik acteer nog steeds met veel plezier, maar het wordt er niet makkelijker op in de toneelwereld.

Theaterdirecteuren programmeren te veilig, er worden te veel mensen opgeleid, er zijn te veel schouwburgen - elke middelgrote plaats heeft zijn eigen theater, terwijl mensen het vanzelfsprekend zouden moeten vinden om 10 kilometer verderop een voorstelling te zien. Met name in de grote zalen is het publiek oud, ouder, oudst. Die zalen dreigen leeg te lopen en het zal nog een lastige klus worden dat tij te keren.

Reizen en daarover schrijven, dat doe ik graag. En dat boek, dat moet er eindelijk eens komen. Fictie wordt het, met autobiografische trekken, het verhaal zit al in mijn hoofd - meer wil ik er nu niet over loslaten. Om de zoveel tijd begin ik erover, en toch ben ik er nog steeds niet aan begonnen. Ik ben benieuwd of ik het kan. En of ik het kan opbrengen om vijf of zes maanden, volkomen teruggeworpen op mezelf, bijvoorbeeld in een huisje op het Franse platteland aan een verhaal te werken. Ik ben goed in het trekken van sprintjes, maar ik weet niet of ik een marathon ook aan kan, en dat is toch de uitdaging die ik mezelf wil opleggen.

Zou het erg zijn als het me niet lukt? Ach, hoe jammer ik het ook zou vinden: dan ben ik, zoals het nu eenmaal gaat in het leven, simpelweg weer een illusie armer.

Vijftigers

Wat zijn de zorgen en dilemma's van de (net-)vijftiger? Welke verwachtingen zijn er nog? Is een belangrijke carrièremove (nog) denkbaar? Wat betekent het dat de kinderen het huis uit zijn of dat ouders ziek zijn en komen te overlijden? Hoe wordt gedacht over het eigen onvermijdelijk naderende afscheid van het leven? Hoe richt je straks je laatste levensfase in? Cornald Maas, zelf net 50 geworden, interviewt in Over de helft mensen uit de generatie die nog volop in het leven staat, maar wel haast moet maken. De reeks is een vervolg op de serie Op de helft, waarvoor hij (net-)veertigers sprak.

Meer over