sander donkersin 150 woorden

Wat de computer zegt, geldt als een hogere waarheid dan mijn onloochenbare ervaringen

null Beeld

Ik sta bij de informatiebalie van het vervoersbedrijf, omdat mijn ov-kaart het niet doet. Al weken kan ik net zo goed een oud mondkapje langs de scanners vegen, de poortjes blijven dicht. Het kostte me vele dure losse kaartjes, en als ik toevallig in een revolutionaire bui was, ging ik er nog van zwartrijden ook. (Nou je zin, Big Brother?!?)

Maar de computer van de informatiebalie-mevrouw zegt dat mijn kaart wel werkt. Er staat geld op, alles in orde, leuke foto trouwens. Uiterst beleefd proberen de vrouw en ik elkaar het probleemeigenaarschap toe te schuiven. Wat de computer zegt geldt voor haar als een hogere waarheid dan mijn onloochenbare ervaringen bij de poortjes. De aanschaf van een nieuwe pas raadt zij af; het zou bijzonder klantonvriendelijk zijn om mij op kosten te jagen. ‘Deze doet het toch?’

Mijn antwoord bedenk ik pas als ik wéér voor een gesloten poortje sta: ik wil de manager van haar computer spreken.

Meer over