Waarschuwing: steppen is verslavend

Je mag ermee op de rijweg, je kunt er ongestraft mee op de stoep en hij is plotseling erg hip: de step voor volwassenen....

De autoped is in opkomst. Geen oer-Hollands product overigens, de handel moet het goeddeels hebben van import. Van Rossum in het Gelderse Dreumel, de grootste Nederlandse importeur van autopeds, meldt dat hij er de laatste jaren zo'n duizend per jaar afzet. Afkomstig uit Taiwan, Duitsland, Oostenrijk, Italië. Allerlei modellen, bedoeld voor verschillende toepassingen. Het ene nog luxer dan het andere. En er worden op de komende Tweewieler Rai weer nieuwe varianten verwacht. Nog lichter, nog beter, met aluminium frames, met nog meer toeters en bellen.

Wat moet een volwassen mens met een step? Dat varieert. De ontwikkeling van nieuwe autopeds en de handel erin, concentreren zich op drie soorten: de stadsstep, de toerstep en de race- of wedstrijdstep.

De kleine opvouwbare stadsstep kan concurreren met de vouwfiets. Kan mee in de achterbak van de auto of in de trein, en neemt minder ruimte in dan een vouwfiets. Handig voor het eindje vanaf het station of de verre parkeerplaats naar de werkplek. Heeft kleine wieltjes, waardoor het voortbewegen erop overigens relatief vermoeiend is. Daarom is de vouwstep feitelijk ongeschikt voor lange afstanden.

In de handel doet op het moment vooral de kleine vouwstep Pakka het goed, weet fietsenhandelaar Kesbeke in de Samuel van Houtenstraat in Amsterdam. Die doet inderdaad denken aan een vouwfiets. Je ontkoppelt het scharnier onderaan het stuur en hop, het hele ding is niet meer dan een smal en lang pakketje stangen met kleine wieltjes aan de uiteinden. Prijs 460 gulden. Er zit een handrem op, maar spatborden moeten apart worden gekocht. Dat geldt trouwens voor de meeste autopeds, ze worden standaard zonder spatborden geleverd.

Er zijn ook mensen die hun fiets verruilen voor een step, en er behoorlijke afstanden mee afleggen binnen de stad. Daarvoor is de wat lompe, maar solide City van het merk Sidewalker geschikter dan zo'n friemelstepje. De City heeft 26-inch-wielen waarop je sneller vooruitkomt dan op 12 inch. Ter vergelijking: een volwassen fiets heeft wielen van 28 inch. Verder heeft de City een degelijk frame en een soort atb-stuur met zachte handgrepen. Overigens is deze step niet gemakkelijk mee te nemen, want het grote frame past niet goed in de bagageruimte van personenauto of trein. De City kost dik achthonderd gulden.

Dan is er de lichte toerstep, voor mensen die er echt tochtjes op willen maken. Die is voorzien van middelgrote wielen, van 16 of 20 inch. Toerstep Willy heeft behoorlijk profiel op de banden, handremmen, een standaard en reflectoren in de wielen. Prijs zevenhonderd gulden.

Voor de sporter is er ten slotte de racestep, bij voorkeur met een groot voorwiel (28 inch) met smalle bandjes, en een klein achterwiel (zo'n 20 inch) en een laag stuur. Ziet er een beetje uit als de antieke Franse velócipède, de loopfiets, maar dan zonder zadel. En je kunt er geweldig hard mee rijden.

Het mooist in deze categorie is de Kickbike, een Finse step van zeshonderd gulden. Het smalle 28-inch-voorwiel is zoals bij racefietsen voorzien van een uitvalnaaf, zodat het bij ongelukken en lekke banden met een simpele handbeweging te verwijderen en te vervangen is. Het frame is licht gehouden en er zit een recht stuur op met twee opstaande punten aan de uiteinden. Erop rijden vergt zeker oefening.

Er bestaat in Nederland zoiets als een harde kern van ouderwetse stepfanaten. Die zien het steppen vooral als sport, en een behoorlijk zware ook. Al tientallen jaren bouwen ze gewone kinderautopeds met kleine 12-inch-wieltjes om, zodat ze volwassenenbestendig zijn. Daartoe dient het ding minimaal een verlengde stuurpen te hebben. Vaak zetten ze er een fietsstuur op.

Door die kern van stepfanaten is in 1986 de Nederlandse Autoped Federatie (NAF) opgericht, met subverenigingen verspreid over het land. Die federatie heeft een eigen tijdschrift, schrijft wedstrijden uit en heeft een eigen website. Die site is het werk van de secretaris van de NAF, Thijza Brouwer (25), grafisch ontwerper uit Genemuiden in Overijssel.

Zij stept al sinds haar twaalfde jaar voor de sport. In Genemuiden en het nabijgelegen Kamperzeedijk is dat volstrekt normaal, legt ze uit: 'Dat zijn echte stepdorpen.' Brouwer breekt een lans voor de step als alternatief voor de fiets: 'Hij is veiliger in het verkeer want je kunt sneller stoppen, door eraf te springen. Je hebt bij ongelukken minder kans op hoofdletsel doordat je dichter bij de grond bent en dus nooit zo ver valt als met een fiets.'

Op de NAF-website maakt Brouwer melding van autopedwedstrijden en toertochten. Zo wordt er jaarlijks op tweede pinksterdag in Friesland een Elfstedentocht van 235 kilometer gestept. En er is een terugkerende wedstrijd rondom de Sint Pietersberg in Zuid-Limburg. Die wordt door de liefhebbers vooral spectaculair gevonden omdat je, bergaf, wel zestig kilometer per uur gaat.

Brouwer legt uit waarop de potentiële koper moet letten. Is het geval sterk genoeg om je gewicht te kunnen torsen? Steken er aan de achterkant remmen of assen uit waaraan je je afzetbeen kunt bezeren? Zitten er goede remmen op? Hoe ver zit de voetenplank van de grond: een lage plank raakt weliswaar eerder de grond en onverwachte obstakels, maar steppen vanaf een hoge voetenplank is vermoeiender doordat je je knieën verder moet buigen.

Van steppen krijg je ijzersterke buik-, bil- en beenspieren, vertelt ze. Voor wie het verkeerd doet, is steppen overigens zeer vermoeiend. Het cruciale punt in de techniek is het veelvuldig verwisselen van de aanzetvoet. Dus niet steeds met de ene voet op het plankje blijven staan en met de andere steppen, maar om de drie tot tien zetten wisselen.

Steppen, waarschuwt Brouwer, is verslavend. Wie er eenmaal aan begint, raakt er levenslang aan verslingerd. Klopt, vindt ook wedstrijdstepper Vincent Gooiker (25) uit Hengelo. Hij liet als student ooit een stepje maken omdat de afstand binnen de studentenflat naar de fietsenstalling nog groter was dan die van de flat naar het leslokaal. Zijn step kon gewoon mee naar boven en hoefde niet in de stalling.

'Iedereen verklaarde me voor gek, maar het was erg praktisch. Toen ik eenmaal begon mee te doen aan wedstrijden was het hek van de dam.' Gooiker kocht aanvankelijk 'elk half jaar een nieuwe step'. Hij richtte zelfs de Stepklup Twente op. Inmiddels traint hij een paar keer in de week en doet mee aan zo veel mogelijk wedstrijden. Helemaal stepgek, is hij.

De autopedhandelaar vraagt zich intussen af wat de toekomst van deze tweewieler zal zijn. Doordat er voortdurend geavanceerder sportmodellen op de markt komen, zal de sportieve uitdaging steeds groter worden. Maar het echte brood bieden vooralsnog voornamelijk de forenzen, met hun woon-werk-vouwstepje.

Mieke Zijlmans

Meer over