Waarom kunnen ze nooit iets vinden?

ONLANGS hield een Australische psycholoog, S. Biddulph, een pleidooi om specifieke mannelijke kwaliteiten eens wat meer te gaan waarderen. In zijn boek Jongens, hoe voed je ze op?...

Nu er de laatste decennia een beetje de klad in dreigt te komen, staan ze gek te kijken. Vandaar de noodzaak voor dergelijke boeken. Vandaar ook dat een jaar of tien geleden mannen op zoek moesten naar hun innerlijke kind, en opzwepende liederen moesten zingen rond een zelf aangestoken kampvuur.

Wat kunnen mannen zoal?

Mannen hebben eigenlijk alle ontdekkingen gedaan waar wij nu zo blij mee zijn. Vliegtuigen, auto's, spoorwegen, bruggen, zelfs de fiets: allemaal door mannen bedacht, en vervolgens ook gemaakt en uitgevoerd. De ontdekker van penicilline? Jonas Salk. De ontdekker van de oorzaak van de dodelijke kraamvrouwenkoorts? Dr Semmelweiss. Computers, wasmachines, drogers, windmolens? Punaises, paperclips, ritssluitingen? Mannen doen het eigenlijk allemaal, vrouwen hobbelen er maar zo'n beetje achteraan. Grote koks, kunstenaars, politici, architecten? Mannen. Laten we eerlijk zijn, vrouwen hebben een enorme achterstand in te halen omdat ze nog maar zo kort net zo geschoold worden als mannen. Maar die achterstand is dan ook werkelijk ontzagwekkend groot. Mannen kunnen dus heel veel, ze zijn ijverig, creatief, inventief.

Maar waarom kunnen ze dan nooit iets vinden? Daar verbaas ik me al jaren over. Of het nu een Nero der Hochfinanz is of een eenvoudige busschauffeur, als de voordeur eenmaal achter ze dichtvalt zijn ze zo hulpeloos en blind als een pasgeboren vogeltje.

Machteloos en onthand stommelen ze van de ene kamer naar de andere, en soms weten ze na jaren in hetzelfde huis, nog niet waar de messen en vorken liggen. Zo ken ik een man die bij het uitruimen van de afwasmachine, de helft op het aanrecht laat staan. Geen idee waar het heen moet.

Mannen kunnen voor de geopende ijskast staan en er geleerd in turen, om vervolgens te melden dat er geen yoghurt meer is. Die staat namelijk half achter de melk. Of ze zitten aan tafel en vragen waar de boter is, die achter ze op het aanrecht staat. Of ze staan oor hun kast en zeggen: Gisteren lag hier een hele stapel T-shirts en nu zie ik er geen één meer, op beschuldigende toon, alsof de man in kwestie denkt dat er een dief is gekomen die televisie, computer en sieraden heeft laten staan om regelrecht koers te zetten naar die stapel grauwe truitjes.

Hoe het komt dat ze zich zo gedragen weet niemand. Rustgevende regressie naar de kindertijd? Aanhankelijkheid tonen door hulpeloosheid? Als mannen zich thuis zo gedragen, hoe moet dat dan met ze buiten de deur? Je zou bijna de neiging krijgen ze naar hun werk te brengen. Maar dat hoeft nou ook weer niet, want zodra de voordeur achter ze dichtvalt, zijn ze een en al ondernemingslust en actie. Daadkrachtig rijden ze de straat uit, want buiten zijn ze nooit iets kwijt, zelfs de weg niet.

Meer over