Waardigheid, zelfs in cel

De olympische marathonkampioen van 1968 Mamo Wolde uit Ethiopië verblijft al zes jaar in de gevangenis. Hij wordt beschuldigd van moord op een jongetje....

OP EEN warme ochtend eind november, in Ethiopië het droge seizoen, verzamelde zich een rij vrouwen buiten het gebouw van het federale hooggerechtshof in Addis Abeba. Ze droegen katoenen sjaals als bescherming tegen de zon. Aan de overkant van een stoffig weggetje stond een aantal mannen. Onder het waakzame oog van soldaten met kalasjnikov-geweren liepen ze, na gefouilleerd te zijn, achter elkaar de trappen op van het gerechtsgebouw.

Ze waren gekomen om getuige te zijn van de zogenoemde Rode-Terreur-processen. Daarin staan de mensen terecht die worden beschuldigd van moorden en wreedheden, begaan tijdens de strijd om de politieke macht na de Ethiopische revolutie van 1974; een strijd die zeventien jaar heeft geduurd.

De mannen en vrouwen waren vrienden of familie van slachtoffers en van de 'moordenaars'. Ze zagen hoe twee groepen gevangenen, in totaal tweehonderd man, in een kale zaal voor de rechter werden geleid.

De meeste gevangenen zagen er ongezond of armoedig uit. Maar één man, gekleed in een blauw pak, wit overhemd en gestreepte das, straalde kracht en waardigheid uit: Degaga (Mamo) Wolde.

Meer dan dertig jaar geleden, in oktober 1968, stond hij op het erepodium in Mexico-Stad. Met zijn overwinning op de marathon was hij na Abebe Bekila de tweede Ethiopische winnaar van olympisch goud.

Wolde groeide uit tot een nationale held; hier stond hij terecht. Wolde wordt ervan beschuldigd als lid van een stadsgroep (een zogeheten kebele) op een jongen te hebben geschoten en deze vervolgens te hebben vermoord in de chaos die het land overspoelde na de val van keizer Selassie in 1974.

Wolde ontkent dat. Volgens zijn advocaat mist de beschuldiging een formele rechtsgrond omdat er geen getuigen zijn. Of Wolde schuldig of onschuldig is, valt misschien niet te achterhalen, maar een ding is zeker: waarheid en schuld blijven vage begrippen in het Ethiopië van na de revolutie.

Buiten het gerechtsgebouw staat Atnafu Bogale, de advocaat van Wolde. Bogale is in 1996 door het Internationaal Olympisch Comité ingehuurd om Wolde te verdedigen. De zaak van de voormalige hardloper wordt nauwlettend gevolgd door een aantal invloedrijke instanties, waaronder Amnesty International.

Maar tot nu toe zijn ze er niet in geslaagd een speciale behandeling bij de autoriteiten los te weken. Wolde en de anderen worden beschuldigd van de moord op twaalf tot veertien jongeren tussen maart 1978 en maart 1979 . Volgens Bogale heeft de openbare aanklager nooit een plaats, datum of wapen genoemd; dat was hij volgens de wet wel verplicht. Bogale heeft daartegen geprotesteerd en ook tegen de vorm en de inhoud van de beschuldigingen. Dat was in juli 1996, drie jaar nadat Wolde gevangen werd gezet. 'Een jaar later verklaarde de rechtbank onze bezwaren ongegrond.'

In 1974, na de hongersnood in het noorden en de onrust in de provincie Eritrea, maakten meer dan honderd jonge officieren, de Dergue, een einde aan de zevenhonderd jaar oude christelijke monarchie die op dat moment werd geleid door keizer Selassie. Het was het begin van de revolutie.

In 1975 kwam luitenant-kolonel Mengistu Haile Mariam aan de macht en in de zestien jaar daarna bleven de Dergue vechten, deels om hun eigen macht veilig te stellen maar ook om de voornaamste politieke tegenstander, de Ethiopian Peoples' Revolutionary Party - EPRP - uit te schakelen.

Volgens Amnesty International vielen er tijdens de burgeroorlog tienduizenden doden. De Rode Terreur trok een spoor van vernieling door het land en geen familie ontkwam aan de gevolgen van de bandeloosheid.

Volgens Bogale vervaagde de lijn tussen opzettelijk doden en de wreedheden van een gewapende strijd om de macht. Girma Wakjira, de speciale aanklager van de regering, ontkende het bestaan van dit grijze gebied. 'Mamo Wolde heeft een van deze mensen geëxecuteerd, en dat zullen we aantonen,' aldus Wakjira.

Wakjira's, naar eigen zeggen, onafhankelijke bureau werd in 1992 opgericht om de misdaden van de Dergue te onderzoeken. Volgens hem was Wolde vice-voorzitter van zijn kebele . 'Hij leidde een gewapende eenheid die op last van de regering contra-revolutionairen oppakte en executeerde,' aldus Wakjira.

Op een nacht hadden Wolde en zijn mannen, volgens Wakjira, twaalf jonge studenten en docenten, allen leden van de EPRP, uit hun cel gehaald, in groepjes verdeeld en vervolgens doodgeschoten. 'Ik weet zeker dat de zaak Mamo Wolde louter op feiten gebaseerd is.'

De regeringswoordvoerder Taddesse onderschrijft die woorden. Volgens Taddesse zijn de processen van de Ethiopische regering in Afrika uniek in hun soort. 'Het IOC heeft voor Wolde een advocaat ingehuurd,' aldus Taddesse. 'Maar hoe zit het met de moeders die drie of vier kinderen zijn kwijtgeraakt? Waar is hun advocaat?'

Na de burgeroorlog werd Wolde met duizenden anderen gevangen gezet door de nieuwe regering. Volgens Wakjira zijn 5400 mensen aangeklaagd voor marteling of moord; ongeveer 3200 van hen bevinden zich nog in de cel; de rest is dood of ondergedoken. De regering is nog maar net met de processen begonnen en er zijn nog geen mensen veroordeeld.

Aberash Wolde Semiate, de zevenentwintig-jarige vrouw van Wolde, bewoont een klein huisje in Addis Abeba, gebouwd van het geld dat Wolde van Keizer Selassie kreeg na zijn gouden medaille. Wolde en Aberash hebben twee kinderen, een jongen van zes en een meisje van acht jaar.

'De soldaten kwamen hem in september 1992 halen,' vertelt Aberash. 'Hij werd drie maanden later vrijgelaten, met een papier waarin stond dat hij niet van Rode-Terreurdaden werd beschuldigd. Even later namen ze hem het papier weer af en zeiden ze dat hij alleen maar weg mocht omdat hij last had van bronchitis en van zijn lever.'

Wolde werd nog een keer gevangen genomen, weer vrijgelaten en in april 1993 voor de derde maal vast gezet. Er schuilen nogal wat tegenstellingen in de verklaringen, maar iedereen is het erover eens dat Wolde actief lid was van Kebele 11 . De kebeles werden door de Dergue opgezet als buurtcentrum. Wie niet bij een kebele was aangesloten werd gearresteerd.

Er zijn momenteel ongeveer 328 kebeles in Addis Abeba. Hoewel Wolde ontkent lid te zijn geweest van de Revolutionaire Garde, mocht hij als soldaat wel een wapen dragen. Semaite, die in 1988 na de dood van diens eerste vrouw met Wolde trouwde, vertelde dat haar echtgenoot nooit erg open is geweest over het voorval.

'Mamo zei dat hij op een nacht naar de kebele werd geroepen . Er lag een jongen vastgebonden op de grond. Mamo vroeg waarom hij daar lag. Hij kreeg te horen dat hij zijn mond moest houden of anders als contra-revolutionair zou worden afgevoerd. Er waren nog meer leden van de kebele. Een van hen kreeg de opdracht op de jongen te schieten, en deed dat ook. Daarna moest Mamo van de voorzitter van de kebele nog een keer schieten om er zeker van te zijn dat de jongen dood was. Mamo schoot uiteindelijk wel, maar niet op de jongen.'

Het lichaam werd de volgende dag 200 meter verderop gevonden. Legusse Zelle, die in Kebele 11 wachtliep, zei dat hij later met Wolde over het incident had gesproken. 'Hij had het vreselijk met die jongen te doen gehad en met tranen in zijn ogen in de grond geschoten.'

I N DE Addis Abeba Central Prison verblijven ongeveer tweeduizend gevangenen. Het complex staat in het hart van de stad, aan het eind van een verharde weg, vol gaten en kuilen. De mannelijke en vrouwelijke cipiers, in hun grijsbruine militair-achtige truien en jasjes, zitten in de schaduw met het geweer in de hand.

Wolde wordt voor een gesprek een klein kamertje binnengeloodst. Het kamertje wordt verlicht door een armzalig peertje aan het plafond. Wolde droeg een T-shirt en een trainingspak in rood, groen en wit. Een gevangenisbeambte en twee cipiers met geweren blijven in zijn buurt. 'Ik weet alleen dat ik beschuldigd word van marteling en moord en dat ik onschuldig ben. Ik ben het slachtoffer van haat .'

Wolde ziet er klein en breekbaar uit. 'Er was een oorlog aan de gang tussen de Dergue en de EPRP,' zei hij. 'Ik hoorde niet bij de een, en ook niet bij de ander. Ik weet echt niet waarom ik hier zit.'

Wolde ging in het leger toen hij achttien of negentien jaar oud was. 'Ik was soldaat,' zei hij. 'Daarna werd ik hardloper, later weer soldaat. Ik moest de paleizen van Zijne Majesteit bewaken en moest mee als hij op reis ging.'

Wolde wilde in de voetsporen treden van zijn grote voorbeeld, Abebe Bekila, olympisch marathonwinnaar in 1960 en 1964, eveneens lid van Keizer Selassies paleiswacht. 'Door Abebe Bekila wilde ik gaan hardlopen,' zei Wolde, die in 1956 (Melbourne) zijn eerste Spelen beleefde.

Acht jaar later liep hij in Tokyo de 10.000 meter en de marathon, en weer won hij geen medaille. Op de grote hoogte van Mexico-Stad lukte dat wel. Hij won de marathon en werd tweede op de 10.000 meter. Wolde werd een nationale held, net als voor hem Bekila en na hem Yifter en Haile Gebreselassie.

In de Addis Abeba Central Prison mag hij zijn vrouw en kinderen alleen in het weekend zien. Tijdens die bezoeken staan de gevangenen in kleine groepjes aan een kant van een hek. Aan de andere kant, op een meter afstand, staat de familie. Woldes vrouw brengt nog op vier andere dagen in de week eten, maar mag hem dan niet zien.

Het is niet bekend of de openbare aanklager bij hervatting van het proces met getuigen tegen Wolde zal aankomen. 'Ik zweer in de naam van Jezus dat ik deze misdaden niet heb begaan,' zegt Wolde zelf. Bogale baseert zijn verdediging op de letter van de wet: hoe kan Wolde veroordeeld worden als zich geen getuige meldt die het heeft zien gebeuren?

Meer over