Columnarthur van amerongen

Vuurwerkoproer

null Beeld

Respecteer in Portugal de lokale zeden en gewoonten, en vooral de smeris want die spaart de roede niet.

Arthur van Amerongen

Toen ik filmpjes van de zogenaamde coronarellen in Rotterdam zag, was mijn eerste gedachte: waar zijn de mariniers als je ze nodig hebt? De oudere lezer weet dat ik refereer aan het schoonvegen van de Dam op 25 augustus 1970 door manschappen van het Korps Mariniers en de Koninklijke Marine.

Het Nationaal Monument was gedegenereerd tot een vunzige camping voor hippies – Damslapers in de volksmond – en de zeebonken vonden het hoog tijd om een grote schoonmaak te houden.

Ik was toen 10 en zal ongetwijfeld de foto’s op de voorpagina van Trouw gezien hebben, maar mijn ontluikende geilheid hield me meer bezig dan de waan van de dag.

Een paar jaar later vertoefde ik bij voorkeur tussen lieve hippies die mij Mateus Rosé, drugs en onbegrijpelijke muziek leerden te waarderen. Denk aan Ummagumma van Pink Floyd, Just a poke van Sweet Smoke en The Doughnut in Granny’s Greenhouse van de Bonzo Dog Doo-Dah Band.

Toen ik punk werd, kreeg ik een bloedhekel aan die hippies want dat hoorde zo. De bloemenkinderen verwelkten mettertijd of transformeerden tot GroenLinks-boomers, zoals de gewezen Kabouter Roel Van Duijn.

In de Algarve wemelt het nog steeds van de Duitse hippies. Ze vegeteren in uitgewoonde caravans in het desolate gebied rond Barão de São João, in de westhoek van de Algarve. Deze spierwitte rasta’s zijn uiteraard ongewassen, bedelen, blowen en vreten uit. De minst luie wereldverbeteraars onder hen spugen vuur, jongleren of wassen autoraampjes bij stoplichten.

Ik woonde ooit nabij dat gat, waar eens per maand een hippiemarkt wordt gehouden: een augiasstal zo mogelijk nog onfrisser dan de Dam in de zomer van 1970. Door het openlijk drugsgebruik en het degoutant lillend vlees der fröbelheksjes is de vlooienmarkt sinds jaar en dag een steen des aanstoots voor inheemse boertjes én de politie.

Als ik iets heb geleerd in Portugal, is dat je de lokale zeden en gewoonten moet respecteren en vooral de smeris, want die spaart de roede niet.

Ik was dan ook blij toen de GNR, de gevreesde Guarda Nacional Republicana, op een stralende zondag helemaal klaar was met met deze provocatie en de orde herstelde. Niet met een foeigesprek, maar met de wapenstok.

Daarom is het een aardig idee om onze GNR uit te lenen aan Rotterdam onder het motto: niet lullen maar schoonvegen. Dan is het nihilistische vuurwerkoproer prompt voorbij en weet de fatsoenlijke burger weer dat de politie zijn beste vriend is.

null Beeld Gabriël Kousbroek
Beeld Gabriël Kousbroek