Vrouwen op korte nummers hun tijd vooruit

In de laatste winter van de twintigste eeuw grossierde de mondiale schaatselite opnieuw in wereldrecords. Commercie en klapschaats prikkelen zonder twijfel de prestatieve geldingsdrang....

NA DE laatste stuiptrekkingen, afgelopen weekeinde in Calgary, werd de winter afgesloten met negentien wereldrecords. Daardoor kan met recht van een unieke jaargang worden gesproken. Niet eerder maakte de internationale elite in een post-olympisch seizoen een zo gedreven indruk. De klapschaats heeft zijn magische uitwerking duidelijk nog lang niet verloren.

De aanhoudende vercommercialisering is evenmin een te onderschatten factor. De morele verplichting de belangen van de sponsor uit te dragen, dan wel de wens een lucratief contract te verdienen, hebben onmiskenbaar een prikkelend effect op de prestaties. En de gestegen premies in het World Cup-circuit - 1500 dollar voor een zege - werken evenzeer motiverend.

Onder invloed van die factoren is het internationale peloton op drift geraakt en één van de gevolgen is dat de duurzaamheid van een wereldrecord aanzienlijk is afgenomen. Het oudste record dateert van 28 december 1997: de 37,55 van LeMay op de 500 meter. Vóór de introductie van de klapschaats konden wereldrecords soms jaren oud worden. Tegenwoordig heeft een wereldrecord al moeite de zomer te overleven.

In drie seizoenen op de klapschaats werden 65 wereldrecords gevestigd. Om op gewone schaatsen tot een vergelijkbare score te komen (68 records) waren voordien negen winters nodig. De juweeltjes uit de goeie ouwe tijd, de 1.59,30 van Kania uit 1986 op de 1500 meter en de 1.17,65 van Rothenburger uit 1988 op de 1000 meter, zijn verbleekt. Dankzij de klapschaats hebben inmiddels vijftien schaatssters Kania overtroffen en zijn eenentwintig rijdsters Rothenburger gepassseerd.

De korte nummers vormden dit jaar het voornaamste jachtterrein en dat wekte geen verbazing. Terwijl de allrounders hun kampioenschappen op de laaglandbanen van Heerenveen en Hamar moesten afwerken, mocht de sprintelite zich tijdens hun mondiale titelstrijd uitleven op de magische hooglandbaan van Calgary. Met zes wereldrecords werd het WK sprint aldus de climax van het seizoen.

De meeste geldingsdrang toonde de Canadese sprinter Jeremy Wotherspoon door vijfmaal een wereldrecord aan te scherpen. De Nederlanders leverden een respectabele bijdrage. Wennemars (kleine vierkamp in augustus), Bos (1000 meter), Ritsma (grote vierkamp) en Thomas (1500 meter en kleine vierkamp) profileerden zich als grensverleggers. Het meest in het oog sprong het wereldrecord van Thomas op de 1500 meter.

Hoewel vergelijkingen tussen records uit het klapschaats-tijdperk en het klassieke tijdperk bijna ondoenlijk zijn, is het verleidelijk Thomas' toptijd 1.55,50 af te zetten tegen Kania's gememoreerde 1.59,30. Wie de prognoses van de wetenschappers van de Vrije Universiteit in Amsterdam (de ontdekkers van de klapschaats) ter hand neemt, komt tot de verrassende conclusie dat Thomas zich de winnaar mag noemen van die hypothetische prestigestrijd.

In maart 1997, na het eerste jaar van de klapschaats, deden de professoren van de VU in een artikel in de Volkskrant een voorspelling omtrent de wereldrecords in 1999. Opvallend is dat hun prognose in zeven van de tien gevallen de werkelijkheid sterk benadert. Slechts de 500 meter voor mannen en de vijf kilometer voor vrouwen blijven iets achter bij hun profetie.

Frappant is dat op de drie kortste nummers voor vrouwen de huidige wereldrecords royaal de verwachtingen van de wetenschappers van de VU overtreffen. LeMay (500 m), Garbrecht (1000 m) en Thomas mogen zich daarom met recht de vaandeldragers van het nieuwe tijdperk noemen. En dan te bedenken dat Thomas de klapschaats eerst vervloekte.

Mede door haar krachtsexplosie op de mijl klom Thomas op de wereldranglijst aller tijden van de achtste naar de vierde plaats. De beste Nederlandse blijft Tonny de Jong die van zes naar drie steeg. Voor het eerst in haar loopbaan drong Barbara de Loor de top-tien binnen (9), waarmee ze onder anderen Yvonne van Gennip van het front heeft verdreven. Een verrassend nieuw gezicht is ook de Japanse Tabata die van 23 naar 10 sprong.

Tonny de Jong sluipt per winter dichter naar ranglijst-aanvoerster Gunda Niemann toe. Vorig jaar bedroeg het verschil tussen beiden vier punten, thans is de marge 1.18 punt. Niemann verbeterde zichzelf op twee afstanden (500 en 5000 meter); De Jong scherpte op alle disciplines haar persoonlijke records aan. In de rechtstreeks confrontatie tijdens het WK was Niemann echter superieur.

De gestage opmars van De Jong mag op het conto geschreven worden van coach Peter Mueller die de Friese allroundster na een kleurloze olympische winter haar oude spirit teruggaf. Nog beter valt de invloed van de Amerikaanse trainer af te lezen uit de wereldranglijsten voor de sprint. Twee jaar geleden was Van Velde (toen Muellers enige troef) met een twintigste plaats de beste Nederlander. Thans heeft Mueller met Bos (2), Wennemars (4) en Leeuwangh (7) drie man in de toptien.

Bij de vrouwen heeft Nederland twee vertegenwoordigers in de sprint-toptien, Timmer (4) en Nuyt (9). De ontwikkeling van Nuyt, ook getraind door Mueller, is opzienbarend. Op de 500 meter verbeterde zij zich deze winter met een seconde, op de 1000 meter met ruim drie seconden. De parel van de sprintploeg werd evenwel geleverd door Jan Bos. Bij het WK in Calgary eiste hij het wereldrecord op de kilometer op: 1.08,55.

Als recordfabriek is Calgary zonder concurrentie. Van de negentien wereldrecords werden zestien op de Olympic Oval gereden. Nog maar zelden wordt een wereldrecord dat in Calgary geregistreerd staat elders verbroken. Vanuit dat perspectief was het wereldrecord van Niemann op de vijf kilometer (6.57,24), gereden in februari in Hamar, een exceptionele prestatie. Een jaar eerder was Niemann in Calgary tot 6.58,63 gekomen.

De magie van Calgary laat zich verklaren uit de grote hoogte (1035 meter) waarop de baan ligt. Als vuistregel geldt dat per 100 meter boven de zeespiegel een winst van 0,1 seconde per ronde wordt geboekt. Heerenveen ligt op zeeniveau, Hamar op 126 meter en Nagano op 375 meter hoogte.

Ritsma was één van de weinige allrounders die deze winter een uitstapje maakte naar Calgary - het WK sprint - en zijn oogst was, zoals verwacht, rijk. Voor het eerst voltooide hij de sprint binnen 36 seconden (35,90), met als gevolg dat hij zijn leidende positie op de Adelskalenderen heeft vestevigd. De nummer twee van de wereldranglijst aller tijden, Ids Postma, wist dit seizoen geen enkel persoonlijk record te verbeteren.

De topdrie van de wereldranglijst bleef ongewijzigd (Ritsma, Postma, Sighel), maar in hun kielzog deden zich spectaculaire verschuivingen voor. Met twee Nederlandse youngsters in de hoofdrollen. Jochem Uytdehaage steeg, dankzij een fenomenale tien kilometer in Calgary (13.26,30), van 83 naar 6. En de achttienjarige Mark Tuitert, wereldkampioen bij de junioren, sprong eveneens na een bezoek aan de Olympic Oval, zelfs vanuit het niets naar de elfde plaats.

Even opzienbarend was de opmars van Christian Breuer. De Duitser die als nummer 44 aan de winter begon, ging vorige week ook nog even in Calgary langs en sluit mede daardoor het seizoen als nummer 4 van de wereldranglijst af. Indrukwekkender is in feite de opmars van de Rus Sajoetin, van 24 naar 5. Hij ging niet naar Calgary, maar putte inspiratie uit een commercieel avontuur bij de ploeg van Bart Veldkamp.

Meer over