ColumnThomas van Luyn

Voor de zekerheid dweilden we op onze knieën elk hoekje van het hysterisch perfecte huis

Thomas van Luyn Beeld
Thomas van Luyn

Wij hadden ons huis geruild met een Franse brandweercommandant. Hij en zijn vrouw hadden een chique villa met gigantische tuin en dito zwembad in de middle of nowhere, wij een een huisje van niks zonder wat dan ook, maar wel in de middle of everywhere, dus het was een eerlijke ruil. Ze wilden graag eerst met ons eten voordat zij naar ons huis vertrokken, en als Fransen willen dat je komt eten moet je niet zeggen ‘koffie ook goed?’, want daar snappen ze niets van.

Bij aankomst bleek het huis angstaanjagend perfect. Alles was brandschoon, elk antiek tafeltje en zilveren fotolijstje stond onder de juiste hoek de verhoudingen van elke ruimte te accentueren, overal waren glazen deuren en porseleinen kunstwerkjes. Kortom, de horror van elke gezonde Hollandse ouder met normale, slecht opgevoede kinderen.

De keurige vrouw van de brandweercommandant had haar stinkende best gedaan het vegetarisme van mijn vrouw te faciliteren: aardbeiensoep met basilicum, gevolgd door gebakken aardappelen met niks. Ik zie het gesprek voor me:

‘Schat, wat eten Hollanders?’

‘Aardappelen met vlees.’

‘En iemand die geen vlees eet?’

‘Euh… aardappelen met niks, denk ik.’

Het waren fenomenaal gebakken aardappelen.

Nadat zij waren vertrokken naar ons huis in de Pays-Bas, zijn wij een week lang heel, héél voorzichtig geweest met hun huis. Toegegeven, ik heb het stofzuigsysteem kapot gemaakt. Systeem, ja. Overal door het huis zaten gaten in de muur waar je een slang in moest steken die dan begon te zuigen. Ik gebruikte het om bromvliegen uit de lucht te zuigen – mijn vakantiehobby – toen ineens alle stroom uitviel. Ik appte de brandweercommandant, die belde meteen dat het pas de problème was en een bevriende électricien stuurde, waarna alles weer werkte, behalve het stofzuigsysteem.

Daarna was er het incident met het glazen keukenkastje. Dat sloeg ik te hard dicht, waardoor het melkglas in tien miljoen stukjes spatte – het opruimen daarvan accentueerde het gebrek aan een werkende stofzuiger alleen maar. Dit keer zei hij niet ‘pas de problème’, sterker nog, hij zei heel lang niks. Toen appte hij terug dat hij de architect zou vragen hoeveel het zou kosten om het te maken. Oei. Een architect voor een keukenkastje, dat beloofde niet veel goeds.

Maar al met al vonden we dat goed voor hun huis hadden gezorgd. Voor de zekerheid dweilden we voor vertrek op onze knieën elk hoekje van het hysterisch perfecte huis, en daarna begon de rit huiswaarts.

Reeds vóór Parijs klonk de ping van het eerste appje. Wat wij in hemelsnaam met het salontafeltje hadden uitgespookt. Salontafeltje? Heb jij een salontafeltje gezien, schat? En daarna stroomde een barrage aan appjes binnen. Ping: de potpalm had geen water gekregen. Ping: de schuifdeuren waren uit de rails getrokken. Ping: het stofzuigsysteem deed het niet. Ping: al het bestek was door elkaar gehusseld. Ping: de vloeren en de ramen waren vies, het zwembadfilter was niet gereinigd, etcétéra, etcétéra. Met elk appje werden we kleiner en kleiner, zodat we uiteindelijk met hangend hoofd ons eigen huisje betraden. Daar werd onze ergste angst bewaarheid: alles was er schoner dan het ooit was geweest. Geen spoor van menselijke bewoning, behalve een uitstekende fles wijn die voor ons klaarstond op het aanrecht, met een briefje dat er een zelfgemaakte tarte tatin in de oven stond. Omdat ze toen nog niet wisten wat een vreselijk, vreselijk slechte mensen wij zijn.

Meer over