Vluchteling kán het treffen in Bommelerwaard

Ze schraapt nerveus met haar voet over de tegels achter het huis. Schichtig kijkt ze op. Geen naam, alstublieft. 'Ik vind Nederlanders aardig....

Van onze verslaggever

Rob Gollin

ROSSUM/ZUILICHEM

Luttele kilometers verder, bij de familie O. in Rossum, staan de katlama, zelf bereide Afghaanse koekjes, op tafel. Moeder A. (48), haar zoon F. (22) en de dochters M. (17) en M. (18) vertellen graag over Rossum. 'Hier is het rustig, de mensen zijn vriendelijk. Iedereen zegt dag of hallo.'

De decors komen overeen. Stille dorpjes langs de Waal, de torenspits van de kerk als baken in de weidse Bommelerwaard, dijkhuisjes die zich knus tegen het talud schurken, en enkele vale woonwijkjes in het weiland. Zelfs de feesttenten zijn deze week opgetrokken in hetzelfde blauw. Maar waar in Rossum vluchtelingen uit Afghanistan zich rimpelloos in het dorp nestelden, is in Zuilichem het verblijf van hun landgenoten uitgelopen op een nachtmerrie.

Van de hoekwoning in Zuilichem blijven de gordijnen op klaarlichte dag gesloten. De Afghaanse vluchtte eind vorig jaar met haar zoontjes van veertien, twaalf en acht jaar naar Nederland nadat haar echtgenoot was geëxecuteerd, maar ze voelt zich ook hier belaagd. Ze kreeg eind april het huis toegewezen. Al snel ging het mis.

Toen zij met haar oudste zoon in een telefooncel stond, werd ze omsingeld door een groep gabbers. Een van hen toonde een mes. Enkele dagen later liep een zoon dezelfde groep tegen het lijf. Hij kreeg traangas in het gezicht gespoten. Op een avond bonsden onbekenden langdurig op de ruiten van de woning.

De moeder zoekt een verklaring. 'Wat hebben we gedaan? Ze kenden ons niet, maar het begon gelijk. Ik geef niet iedereen in Zuilichem de schuld. Het is een kleine groep. Misschien zijn ze in zo'n klein dorp niet gewend aan buitenlanders.' Ze wil weg uit Zuilichem, zo snel mogelijk, liever naar de stad waar andere culturen gewoner zijn. Een ander Afghaans gezin in het dorp was eerder het doelwit: op oudejaarsnacht zetten jongeren een auto pal voor hun woning, met het groot licht op, en ze stichtten brandjes in de tuin.

De politie heeft de voorvallen in onderzoek, nadat er aangifte is gedaan. Maar het valt niet mee getuigen te vinden. Agenten treffen een muur van stilzwijgen in Zuilichem. 'De groep kennen we wel', zegt een woordvoerder. 'Ruim twintig jongeren, in de leeftijd van 15 tot 22 jaar. Maar er is angst. Niemand wil verklikker zijn.' Er is ook schaamte. De hervormde en gereformeerde kerken in Zuilichem hebben opgeroepen tot het bieden van 'christelijke naastenliefde' en 'levensmogelijkheden'.

De jongeren zelf zeggen zich van geen kwaad bewust te zijn. 'Er moet wel iets gebeurd zijn', zegt Mariska, 'maar wij waren het niet, dat weet ik zeker. Zo langzamerhand krijgen we van alles de schuld. We worden nu door iedereen met de nek aangekeken.' Tegen buitenlanders hebben ze niks, 'alleen als ze om economische redenen komen, daar zijn we fel tegen'.

'In Rossum keken de mensen eerst een beetje vreemd naar ons. Maar ze keken niet boos, dat kon je zien.' In de doorzonwoning in de oost-Bommelerwaard doet vooral F. het woord, hij spreekt goed Nederlands. Ze wonen één jaar in Rossum en kunnen zich geen vervelend incident herinneren. 'Goede mensen hier', beaamt moeder A. 'Ze zijn niet alleen maar met zichzelf bezig, zoals in de stad.'

Maar hoewel de O.'s beklemtonen zich op hun gemak te voelen in Rossum - de rust, de ruimte, de schone lucht - blijken de contacten met dorpsgenoten schaars. 'In Afghanistan komen mensen naar vreemdelingen toe om ze te begroeten. Hier is het andersom', zegt F. 'Maar mijn zussen en ik hebben geen tijd om vriendschap te maken.' Zo vormt alleen al het reizen met het openbaar vervoer naar school in Den Bosch en Culemborg een langdurige onderneming. Moeder A. bekent dat ze zich vaak verveelt. De taal vormt een barrière. F.: 'We zouden uiteindelijk best naar de stad willen. Maar dan alleen vanwege het vervoer.'

Is het een goed idee, enkele asielzoekersgezinnen huisvesten in kleine kernen? Volgens een woordvoerster van VluchtelingenWerk Nederland is een algemeen advies niet te geven. Het ene dorp loopt over van nieuwsgierigheid en zorgt voor een hartverwarmend onthaal, het andere gehucht bekijkt de nieuwkomers met argusogen of negeert ze.

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) meent dat het welslagen van de opname van vluchtelingen in een gemeenschap niet afhangt van de grootte van de woonplaats. Een woordvoerder wijst erop dat een wijk in Den Bosch een gezin uit Somalië niet accepteerde. 'Maar er zijn ook kleine dorpen met een compleet asielzoekerscentrum; daar kan het ook goed gaan. Je moet niet naar aantallen kijken. Andere factoren zijn belangrijker: hoe verloopt de inburgering, welke begeleiding is er, van welke diensten kunnen vluchtelingen gebruik maken.' Heel erg kieskeurig kan de organisatie ook niet zijn, daarvoor liggen vraag en aanbod te ver uiteen.

Burgemeester H. Harrewijn van Brakel, waaronder Zuilichem valt, zou zo weer een vluchtelingengezin opnemen. 'Er is toch discussie ontstaan. De jongeren zelf zijn ook geschrokken.' Hij spreekt van een 'onbezonnen actie' die door het traumatische verleden van de Afghaanse tot een onhoudbare situatie heeft geleid. 'Stoerdoenerij was het. Geen racisme. Deze jeugd valt ook andere bewoners lastig.'

In Rossum verklaart wethouder M. Sterk van welzijn slechts te kunnen gissen naar de oorzaak waardoor de Afghanen in zijn gemeente wel kunnen aarden en anderen in Zuilichem niet. 'Het klimaat in het oosten van de Bommelerwaard is altijd wat toleranter geweest dan in het westen. Dat heeft, denk ik, te maken met de gemengde geloofsovertuigingen hier.'

Maar hij verheelt niet dat het dorp drie jaar geleden als grimmig te boek stond, toen hier en daar racistische teksten verschenen. Dat bleek het werk van een rechts-extremistische eenling. Misschien biedt dat de Zuilichemmers die zich generen enige steun: in de pastorale stilte van de Bommelerwaard kan overal een dissonant klinken.

N.B.: Dit artikel is op verzoek van een geïnterviewde en na goedkeuring door de hoofdredactie van de Volkskrant geanonimiseerd in juli 2018.

Meer over