Het eeuwige levenGisela Wieberdink-Söhnlein 1921-2021

Verzetsvrouw Gisela Wieberdink-Söhnlein redde tientallen Joodse kinderen

Margriet Oostveen
Gisela Wieberdink-Söhnlein Beeld
Gisela Wieberdink-Söhnlein

Wie uit eerste hand wil horen wat Gisela Wieberdink-Söhnlein voor vervolgde Joden heeft betekend, moet Anita Budding-Meijer in Amerika bellen. Zij is op haar 13de door Gisela van deportatie gered. In Boulder, Colorado neemt Anita, 92 jaar oud nu, met heldere stem de telefoon op. Gisela en zij hielden hun leven lang contact.

Anita woonde in het getto van Amsterdam-Oost met haar ouders en zus. Ze hadden onderduikadressen voor ieder afzonderlijk gevonden, maar het gezin voor Anita zegde opeens af. ‘Net rond dat moment kwam Gisela binnenwandelen: kan ik iets voor jullie doen?’

Op 23 mei 1943 moesten ze halsoverkop vertrekken. ‘Mijn vader naar zijn adres, mijn zus een paar uur later naar dat van haar.’ Daarna haar moeder, die haar jongste dochter niet zo wilde achterlaten, ‘maar het kon niet anders, dus opeens was iedereen weg.’

Anita zat uren in haar eentje in die verlaten woning. ‘En toen kwam Gisela. En zij heeft me naar een onderduikadres in Eindhoven gebracht.’

Het was een goed adres. En het hele gezin van Anita overleefde. Maar Gisela werd een maand na de treinrit met Anita verraden en belandde in concentratiekamp Ravensbrück.

Acht maanden lang had Gisela Wieberdink-Söhnlein tientallen kinderen in veiligheid helpen brengen. Ze kende veel Joodse gezinnen uit een vakantiekamp waar ze als vrijwilliger had gewerkt. Bij die kinderen is ze langsgegaan. Ook kinderen uit de Joodse crèche tegenover de Hollandse Schouwburg bracht ze in veiligheid. Ze was toen 21 jaar oud.

‘Ze was gewoon machteloos en boos en wilde iets doen, veel dieper moet je het niet zien’, zegt haar dochter Suzanne Wieberdink.

Gisela was op 3 oktober 1921 in Chili geboren als dochter van een deels Duitse mijningenieur en na diens vroege dood verhuisd naar Nederland. Vanaf 1939 studeerde ze rechtsgeleerdheid in Amsterdam. Ze woonde daar pal tegenover het hoofdkwartier van de Gestapo in een dispuutshuis van de Amsterdamse Vrouwelijke Studenten Vereniging. Suzanne: ‘Ze hoorde het geschreeuw, gehuil, de blaffende honden en ze was boos. En toen bleken er al mensen in haar huis bezig met verzet.’

Piet Meerburg was ermee begonnen, die zette de Amsterdamse Studentengroep op. Gisela kon vrij reizen omdat haar stiefvader bij het spoor werkte. Ze werkte nauw samen met Hetty Voûte, beiden zouden ze in Israël de Yad Vashem-onderscheiding voor redders van Joden krijgen. Ze belandden ook samen in Ravensbrück, daar zongen ze als het duo Pooh en Piglet liedjes om anderen op te monteren.

Na de oorlog hervatte Gisela haar studie rechten. ‘Dat ging niet zo makkelijk’, zegt Suzanne, ‘ze had natuurlijk vertraging opgelopen maar kreeg heel kil geen uitstel van examens’. De Universiteit van Amsterdam schreef op 7 februari 1946 dat vertraging door onder meer ‘verblijf in concentratiekampen en andere euvelen’ wel erg vaak voorkwam. Daar konden ze niet aan beginnen.

Gisela trouwde met Ate Wieberdink, die kort in het gewapend Delfts studentenverzet had gezeten en al vroeg naar Buchenwald, Natzweiler en Dachau was gestuurd. Ze deelden een liefde voor muziek en vestigden zich in Eindhoven, waar Ate voor Philips ging werken. Fijne jaren, zegt Suzanne, ‘er werd geleefd en overleefd en bescheiden geld verdiend’.

Hoe belangrijk Gisela’s verzetswerk was, drong tot haar drie dochters pas door toen in de loop der jaren steeds meer interviewers en cameraploegen langskwamen, onder meer van de Shoah Visual History Foundation, van de Amerikaanse filmregisseur Steven Spielberg.

Op 16 november overleed Gisela Wieberdink-Söhnlein, 100 jaar oud. Het was nooit moeilijk zo’n ontzagwekkende moeder te hebben, vinden haar dochters, er was ook veel lichtheid om haar heen. ‘Het was heel bijzonder hoe ze ons wel bij de oorlog betrok, maar ons er nooit mee heeft belast.’

Meer over