Verstrengeld met Willem Endstra

Bram Zeegers..

Menno van Dongen en Marc van den Eerenbeemt

AMSTERDAM Op een zonnige namiddag in 2005 houdt Bram Zeegers een grote platte tas voor zijn borst. ‘Wim Endstra had er ook zo een’, zegt hij. ‘Kogelvrij. Die kun je voor je houden als er iemand op je af komt.’

Zeegers staat op de trappen van het Hilton hotel in Amsterdam. Op een steenworp afstand is een jaar eerder Willem Endstra (‘Wim’ voor intimi) doodgeschoten. Willem Holleeder is nog vrij. Of er ooit een strafzaak wegens afpersing zal komen, is onduidelijk.

Hij oogt ontspannen, vrolijk zelfs, met zijn lange, wat slungelige lijf. In de leren stoelen van de bar van het hotel heeft Zeegers net uitgebreid verteld over zijn jaren met Endstra, van wie hij juridisch adviseur, maar ook vriend was. Zijn stem is zacht, zijn taalgebruik is verzorgd.

Endstra is afgeperst door Holleeder, vertelt hij. Met allerlei details die hij in die maanden ook neerlegt bij het Openbaar Ministerie. ‘Holleeder schepte op tegen Wim, over wie hij zou afmaken en wie hij zou afpersen.’ Maar ook: ‘Endstra was het type dat zijn secretaresse bedroog met een ander.’

De dood van Endstra mag niet onvergolden blijven, vindt hij. Dat inzicht heeft een dramatische wending in zijn leven tot gevolg. Hij wordt een zeer belangrijke getuige in de Holleeder-zaak.

Zeegers wordt op 15 maart 1949 geboren in Amsterdam, als zoon van een welgesteld advocaat in een gereformeerd gezin. Hij studeert rechten aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en vestigt zich als zelfstandig advocaat. In een vastgoedaffaire loopt hij eind jaren tachtig Endstra tegen het lijf.

De twee hebben wat gemeen: uit op geld verdienen en geregeld in aanvaring met de wet. In 1998 verlaat Zeegers de advocatuur onder druk van een fraudezaak tegen hem. Hij vindt onderdak bij Endstra, in diens kantoor aan de Apollolaan.

Het leven van Zeegers raakt verstrengeld met dat van Endstra. Hij werkt voor het vastgoedbedrijf, participeert op bescheiden schaal in deals, zorgt via zijn moeder voor een lening voor een vastgoedproject in Italië en gaat mee op reisjes naar het buitenland.

Dat Endstra werkt met crimineel geld is Zeegers naar eigen zeggen minder duidelijk. Zelf wordt hij in 2000 in Liechtenstein aangehouden met geld van een drugsbende. Omdat niet is bewezen dat Zeegers wist dat het om drugsgeld ging, komt hij er vanaf met een kleine straf.

Zeegers maakt de neergang van Endstra van dichtbij mee. Ondanks de groeiende publiciteit rond Endstra blijft hij bij hem. Weggaan zou ‘goedkoop’ zijn, vindt hij. Het zou waarschijnlijk ook een streep door zijn vorderingen bij Endstra hebben gezet.

De geldproblemen van zijn baas worden nijpend, de wanhoop steeds groter. Op 17 mei 2004 is Zeegers een van de eersten die zich buigt over een stervende Endstra.

De liquidatie drijft Zeegers in de armen van het Openbaar Ministerie. In de loop van twee jaar legt hij vijftien uitgebreide verklaringen af. In maart 2007 gaat hij definitief om: hij besluit niet anoniem, maar onder eigen naam te getuigen.

Bij de familie Endstra vangt hij tegelijkertijd bot met een aantal financiële claims. Het gevecht wordt naar de rechtszaal gebracht, maar was maar net begonnen. De erven betichten hem van het opstellen van valse documenten om zijn claims te onderbouwen.

Maandagavond, zes dagen na zijn getuigenis tegen Holleeder in de rechtszaal, gaat Zeegers uit met zijn vriendin Shirley, een Amsterdamse horecamedewerkster van Zuid-Amerikaanse komaf. Ze zitten in Het Kleine Kalfje, een café op een romantische plek aan de Amstel. Een pianist luistert de avond op. ‘Ze kwamen om een uur of zes. Niet met bodyguards ofzo’, zegt een medewerkster. ‘Gewoon gezellig. Ze zaten elkaar leuk aan te kijken. Tegen tien uur is er afgerekend.’

Vijf uur later wordt alarmlijn 112 gebeld. De politie forceert de deur van het huis van Zeegers aan de De Lairessestraat in Amsterdam. Reanimatie van Zeegers, vader van twee oudere kinderen, mag niet meer baten. Shirley wordt snel naar het ziekenhuis gebracht, waar zij wordt aangehouden. Volgens bronnen hebben de twee vervuilde cocaïne gebruikt.

Zeegers en Shirley zouden de cocaïne in de loop van de avond in handen hebben gekregen, zegt een betrouwbare bron. Het Kleine Kalfje wordt frequent bezocht door mensen uit het Amsterdamse vastgoedmilieu, waarin ook Endstra en Holleeder actief waren.

Menno van Dongen

Marc van den Eerenbeemt

Meer over