Verdwenen in de mist

Vandaag begint in Madrid het grootste terreurproces dat ooit in Europa is gehouden. Ruim duizend dagen geleden gingen in Madrid binnen drie minuten tien bommen af. Nog steeds vraagt Spanje waarom. ..

Van onze verslaggever Iñaki Oñorbe Genovesi

Hij weet niet dat hij dood is. Hij is in de war. Het anonieme slachtoffer heeft geen idee dat hij niet langer aan boord van de trein is. Plots gaat zijn mobiele telefoon. Een ander slachtoffer verhaalt over 11 maart. Over een bloedbad in Madrid.

Een uur later beseft het anonieme slachtoffer pas zijn noodlot. Hij vraagt vertwijfeld aan ons, de levenden, te vertellen wat er is gebeurd. Waarom hij is gestorven. Waarom hij en andere onschuldige mannen en vrouwen het leven hebben gelaten in vier forenzentreinen, op zomaar een donderdagochtend in maart.

Een antwoord krijgt hij niet, het anonieme slachtoffer uit de ‘elektrische opera’ De Treinen van Maart van de Deense regisseur Lars Graugaard. Dat gaat ook moeilijk. Ook buiten de fictie van de theaterzaal. Hoe verklaar je het onverklaarbare? Hoe maak je totale waanzin duidelijk? Hoe vertel je dat de dood op 11 maart 2004 in Madrid geen onderscheid wenste te maken?

Niet voor Ana Isabel Gil Pérez, die 29 jaar oud was toen zij haar ochtendtrein nam. Zeven maanden zwanger. Van Samuel, ‘door God gegeven’, die op 24 mei van dat jaar geboren had moeten worden.

Niet voor Kalina Dimitrova, de 31-jarige Bulgaarse, die al een echtgenoot en een broer had verloren bij een auto-ongeluk. Op 16 mei zou ze trouwen met Andriyan Asenov, maar ze eindigde niet voor het altaar, maar op de rails van een desolaat station – samen met Andriyan.

Niet voor de andere dodelijke slachtoffers van Spanjes grootste tragedie; Spanjaarden en buitenlanders uit zestien landen die luisterden naar namen als Rodolfo, Mariam, Neil, Sanna of Emilian – mensen wier vreugde, verdriet en illusies abrupt ten einde kwamen op 11 maart 2004.

Ruim duizend dagen zijn sinds die vervloekte dag voorbij gegaan. 1.071, om precies te zijn. Maar veel Madrilenen zijn lang geleden opgehouden met tellen. De waarheid achter de aanslagen lijkt verdwenen achter een dikke mist van politieke intriges en justitiële haperingen. De feiten zijn domweg niet meer terug te draaien.

Om 7.37 uur ontplofte een bom aan boord van trein 21431 in het Madrileense station Atocha. Nog geen minuut later ontploften in dezelfde trein twee nieuwe bommen.

Om 7.38 uur volgden twee explosies aan boord van trein 21435 bij station El Pozo. Vrijwel tegelijk klonk een explosie in trein 21713 bij station Santa Eugenia.

Om 7.39 uur verwoestten vier bommen trein 17305 bij Calle Téllez.

Drie minuten en tien bommen hebben destijds de geschiedenis herschreven. Van de 191 doden en de 1.824 gewonden. Van hun nabestaanden. Van heel Spanje. Al was het maar, omdat de aanslagen drie dagen later een onverwachte electorale revolutie veroorzaakten.

De socialisten van José Luis Rodriguez Zapatero grepen de macht. Uit woede om de leugens van premier José Maria Aznar, die maar bleef volhouden dat de Baskische afscheidingsbeweging ETA achter het bloedbad zat. Die halsstarrig bleef weigeren het politieonderzoek, dat vrijwel direct in de richting van moslimterroristen wees, aan zijn landgenoten kenbaar te maken.

Maar dat is geweest. Evenals de massale straatprotesten. Evenals de spontane altaartjes en herdenkingshoekjes vol bloemen, kaarsen en hartekreten. Ze zijn vrijwel uit het straatbeeld van de Spaanse hoofdstad verdwenen, of hebben plaatsgemaakt voor officiële monumenten die te kampen hebben met een totaal gebrek aan belangstelling.

Neem het Bos van de Herinnering in het stadspark El Retiro. Aanvankelijk heette het het Bos van de Afwezigen – tot nabestaanden klaagden dat de absentie van hun geliefden wel heel nadrukkelijk werd ingewreven. De 192 cipressen en olijfbomen (een voor elk slachtoffer van ‘11/3’ en voor de politieman die op 3 april 2004 stierf bij de bestorming van het huis waarin de daders van het bloedbad zich hadden verschanst) staan er verlaten bij.

Slechts een enkele Amerikaanse toerist op zoek naar een leuke foto en een jogger die streeft naar een ander loopritme nemen de moeite de kunstmatige heuvel op te gaan. Hoveniers vertellen elkaar flauwe grappen bij hun snoeiwerkzaamheden aan de bomen.

Op het station van Atocha is het niet veel anders. In de hal staan twee grote schermen die de beelden tonen van het bloedbad. Daarvoor: twee toetsenborden die voorbijgangers uitnodigen een boodschap van solidariteit of troost achter te laten. De Ontmoetingsplek van Woorden blijft leeg – de trein halen heeft een grotere prioriteit.

Buiten het gebouw steekt een kristallen zuil van 11 bij 8,5 meter de hoogte in. Witte doeken onttrekken het gevaarte, waarin de anonieme mededelingen die daags na de aanslagen op station Atocha werden achtergelaten, zullen worden gegraveerd. Zonlicht en schaduw moeten dan de suggestie wekken dat die mededelingen in de lucht zweven.

De verwachting is dat het beeld op 11 maart officieel onthuld zal worden. Maar geen Madrileen die ernaar uitkijkt. Voor de een hadden die drie miljoen euro beter anders kunnen worden besteed; de ander vindt dat de zuil ‘verschrikkelijk, verschrikkelijk te laat’ komt voor de nabestaanden van de slachtoffers.

Bij de stations van El Pozo en Santa Eugenia is de herinnering aan 11/3 misschien nog treuriger. Vervaagde graffiti memoreert de onmacht van destijds. Verweekte bloemen en een vervuilde knuffel houden de wacht bij een bord dat de vraag stelt die bijna drie jaar na de aanslagen maar niet beantwoord lijkt te kunnen worden: Por Que? Waarom?

Het proces tegen de betrokkenen van het bloedbad, dat vandaag begint in het Spaanse nationaal gerechtshof, brengt mogelijk antwoorden. Waren het de Spaanse troepen in Irak die de haat van de moslimterroristen aanwakkerden? Of was het nietsontziend fanatisme dat leidde tot de moordpartij?

In de rechtszaal, midden in het natuurpark Casa de Campo, zullen die vragen tijdens een van de honderd zittingen ter sprake komen. Zo ook de rugzakken vol springstof die dood en verderf stichtten, maar ook tot meer dan tientallen arrestaties leidden. De dramatische zelfmoord van enkele daders op 3 april zal uit de doeken worden gedaan, maar ook zal worden verhaald over degenen die wisten te ontsnappen. En, niet te vergeten, over het relaas over de twee mislukte aanslagen op hogesnelheidstreinen, achttien dagen na het bloedbad in Madrid.

Eind oktober volgt dan de uitspraak in het proces. En kunnen slachtoffers, nabestaanden, gewone Madrilenen en zelfs het anonieme slachtoffer uit de opera van Lars Graugaard misschien eindelijk weten waarom 191 mensen die ene ochtend in maart moesten sterven.

Meer over