Verdachte kocht benzine kort voor aanslag Den Haag

Een van de vijf Turkse Koerden die worden verdacht van de serie brandstichtingen in Den Haag, eind maart, heeft bekend vlak voor de aanslagen in de buurt benzine te hebben gekocht....

Van onze verslaggever

DEN HAAG

Dit blijkt uit het voorlopig dossier van justitie over de brand in de Frans Halsstraat, waarbij in maart zes leden van een Turks gezin omkwamen. De bekentenis wordt bevestigd door een van de advocaten van de verdachten. De verdachte ontkent overigens betrokken te zijn geweest bij de aanslagen. Justitie sluit nieuwe arrestaties niet uit.

De verdachten, die zaterdag werden gearresteerd, zijn dinsdag voorgeleid aan de officier van justitie en de rechter-commissaris. Ze worden ook verdacht van twee aanslagen met molotovcocktails op kantoren van Turkse organisaties. Behalve om bovengenoemde verdachte gaat het om de 16-jarige Y.D. en de 25-jarige M.Y. uit de Schilderswijk, de 20-jarige O.Y., die zich vrijwillig bij de Haagse politie meldde en de 19-jarige G.P., die in Alphen aan den Rijn werd aangehouden.

De 26-jarige B.U., de oudste van het vijftal, heeft toegegeven dat hij de benzine op 25 maart samen met twee andere Turken heeft gekocht bij een benzinestation op het Kaapseplein. Diezelfde dag, tegen middernacht, vond om de hoek de eerste aanslag plaats. Door het raam van een Azerbeidjaanse cultureel centrum in de Kaapstraat in de wijk Transvaal werd een molotovcocktail gegooid.

Een half uur later werd ook geprobeerd met een brandbom brand te stichten bij een Turks islamitisch centrum in de nabijgelegen Schilderswijk. Na de aanslag in de woning in de Frans Halsstraat, twee uur na de eerste brandstichting, werd een lege jerrycan onder een auto gevonden. U. beweert dat hij de twee mannen met wie hij de benzine kocht, daarna niet meer heeft gezien. Een camera bij het benzinestation legde de aankoop vast.

De Turk, die woont in de wijk Transvaal waar de eerste aanslag plaatsvond, werd vrijdagnacht door een speciaal arrestatieteam van de Haagse politie aangehouden in het centrum van de stad. Al direct na de aanslagen arresteerde de politie vijf mannen die de molotovcocktails zouden hebben gegooid. Ze bleken echter allen een alibi te hebben.

Een andere verdachte, G.P., zou volgens het dertig man tellende rechercheteam dat de aanslagen onderzoekt een van de mannen zijn op de videoband. Ook zou een getuige die met de politie samenwerkt hem hebben herkend. P. beweert echter ten tijde van de brandstichtingen niet in Nederland te zijn geweest. Tijdens zijn verhoor ontkende hij ook de andere vier verdachten te kennen.

De man beweert op 12 mei voor het eerst naar Nederland te zijn gekomen. Hij zou hier een vriend bezoeken. Op 14 mei zou hij op station Hollands Spoor in Den Haag, net op het moment dat hij weer naar Parijs zou vertrekken, ruzie hebben gekregen met een Turkse man. Deze zou hem hebben vastgehouden tot de politie arriveerde. P. is vervolgens opgepakt omdat hij niet over geldige verblijfspapieren beschikte. De Turk werd vastgezet in het huis van bewaring van Alphen aan den Rijn.

Volgens mr M. Dankelman, advocaat van P., heeft justitie geen sterke zaak tegen zijn cliënt: 'Hij zegt lid te zijn van de linkse politieke beweging Hadep, maar daar is niets onwettigs aan. Ook is hij hier nooit eerder geweest. Justitie heeft slechts lichte aanwijzingen van zijn betrokkenheid, maar dat is nog geen wettig en overtuigend bewijs.'

Meer over