Verbaal begaafd en met een aureool van ongrijpbaarheid

Vorige week lazen we over Iris. In 1990 werd ze verkracht door Gabriel Monte. Hij kreeg vier jaar cel. Het hielp niet....

De advocaat van Gabriel Monte is geconcentreerd met zijn pleidooi bezig, wanneer de officier van justitie bruut inbreekt. ‘Meneer de advocaat, een moment... Uw cliënt staat op knappen.’ Alle ogen gaan naar Gabriel Monte. Die zit hevig te wiebelen in het verdachtenbankje.

Er gaan vijf seconden voorbij.

Stilte.

Tien seconden.

Dan een zucht. ‘Dan had u geen water moeten drinken, als u daar niet tegen kunt.’ Het is de oudste rechter. Hij knikt. Twee parketwachters leiden Monte de rechtszaal uit, naar het toilet.

‘Dank, ik had het niet door’, zegt de advocaat tegen de officier van justitie.

‘Ik wel’, zegt de oudste rechter, ‘maar ik had er geen zin in.’

De rechtszaak tegen Gabriel Monte is nu zo’n twee uur aan de gang, en al die tijd is het één groot verbaal gevecht tussen de verdachte en de oudste rechter, die de zitting voorzit. De oudste rechter is een van de beste rechters in Rotterdam. Hij is ongenadig scherp – voor de verdachte, voor diens raadsman en voor het Openbaar Ministerie. Toch ziet hij vanmiddag Gabriel Monte liever in zijn broek plassen dan naar de wc gaan. Dat is niks voor hem.

Gabriel Monte is een kerel van 35, met een strafblad van 17 pagina’s. Vanaf 1991 hebben 19 rechters hem 16,5 jaar gevangenisstraf opgelegd, waarvan 1,5 jaar voorwaardelijk. Sinds 1999 is hij slechts 8 maanden op vrije voeten geweest.

Vandaag staat Monte terecht omdat hij Iris lastigvalt. In 1990 verkrachtte hij haar, volgens zijn zeggen hadden ze een relatie. Monte werd veroordeeld tot 4 jaar cel. Daarna heeft hij haar nog jarenlang bedreigd. Zij is nu een psychisch wrak, en hij de schaamteloze overwinnaar. Want uit afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat Monte zelfs vanuit de gevangenis Iris blijft bellen (‘Hallo, hoe gaat het lieverd?’). En dus vervolgt het Openbaar Ministerie hem wegens stalking.

‘Ik wil die gesprekken horen.’

Gabriel Monte wil veel. Hij is nog niet binnen of hij wil de rechter bedanken dat hij de moordenaar van zijn vriend heeft veroordeeld. Daarna wil Monte de tapgesprekken horen, niet één maar allemaal. Hij wil ook gesprekken horen die nooit zijn opgenomen (De rechter: ‘Meneer Monte, voor de honderdste keer, die gesprekken bestaan niet.’) Hij wil de officier van justitie opdracht geven de tapgesprekken te beluisteren. (De rechter: ‘Meneer Monte, ik geloof niet dat u in de positie bent om de officier van justitie opdrachten te geven.’)

En hij wil eerherstel. ‘Ik word geassocieerd met zware criminelen, met wapens, met Holleeder. In de zaak-Holleeder komt wel een Monte voor, maar dat is Monte T. Dat ben ik niet.’

Eén ding wil Monte niet, dat is meewerken aan een psychologisch onderzoek. Drie keer heeft hij inmiddels in het Pieter Baan Centrum gezeten ter observatie. Geen enkele keer leidde dit tot een psychologisch rapport. Monte weigerde eenvoudigweg alle medewerking. Er zijn aanwijzingen dat hij lijdt aan een ernstige persoonlijkheidsstoornis, maar zonder onderzoek is die niet aantoonbaar.

Monte heeft iets ongemeen dwingends. Hij is verbaal buitengewoon intelligent maar tevens volstrekt onberekenbaar. Daardoor heeft hij een aureool van ongrijpbaarheid om zich. Er zijn rechters die hem om die reden niet op zitting willen hebben. Monte heeft bovendien de ziekelijke neiging vooral vrouwen enorm onder druk te zetten. Zijn zaak wordt daarom bij het Openbaar Ministerie uitsluitend door mannen behandeld.

‘Dank u’, zegt Monte na zijn plasstop. De rechter: ‘Als u wat minder praat, heeft u ook minder last van een droge keel. Helpt hoor.’

(Volgende week: het Openbaar Ministerie ziet één oplossing: tbs)

Peter de Greef

Meer over