interview

Veertig jaar uitverkochte zalen voor Tineke Schouten: ‘Ik wil altijd iedereen laten lachen’

Tineke Schouten Beeld Lin Woldendorp
Tineke SchoutenBeeld Lin Woldendorp

Na 5.000 voorstellingen en 40 jaar stijf uitverkochte zalen wilde cabaretier Tineke Schouten weleens een jaartje met ‘proefpensioen’. Maar na twee jaar gedwongen thuiszitten is Schouten gewoon weer onderweg. ‘Bezig blijven, lekker mensen zien.’

Gidi Heesakkers

Een dag voor storm Eunice opsteekt, voert cabaretier Tineke Schouten (67) in de auto op weg naar Roermond een telefonisch voorgesprek met een redacteur van talkshow Op1. In Roermond speelt ze twee avonden achterelkaar in theaterhotel De Oranjerie, waar ze ook blijft slapen. Producent Jacques de Cock (51) zit vandaag achter het stuur van haar BMW, hij vervangt de man die Tineke Schouten twaalf jaar lang chauffeurde maar zich onlangs liet zich omscholen tot ergotherapeut toen de theaters vanwege corona sloten.

Met De Cock werkt ze ook al vijftien jaar samen. ‘Morgen Gidi’, appte hij vanmorgen om zeven uur. ‘Kan ik voor jou een belegd broodje meenemen met bijvoorbeeld carpaccio en truffelmayo? Ons lievelingsbroodje. Of liever een gewoon broodje kaas?’ Het bestelde broodje kaas zit in de autodeur, met een flesje verse jus d’orange. ‘Mijn moeder was dól op hem’, zegt Schouten vanaf de bijrijdersstoel. Haar moeder imiterend: ‘Jacques, zo’n elegante, correcte, zorgzame man, daar heb je zó’n steun aan.’

Oudste dochter Sigrid (39) zal op de route naar Roermond drie keer bellen. Sigrid gaat volgende week met haar man en drie kinderen op vakantie naar Dubai, precies in de vrije week van haar moeder. Schouten: ‘Zal ik anders naar Dubai komen, en drie, vier dagen op de baby passen? Dan kunnen jullie leuke dingen doen.’

Zodra ze heeft opgehangen: ‘Ik wil helemaal niet naar Dubai hoor. Ik vind het een hele onderneming in mijn eentje, voor die paar dagen. Maar als ik hen daarmee kan faciliteren...’ Ze draait zich om naar de achterbank. ‘Daarom doe ik de was nog voor mijn dochters als ze die komen brengen. Misschien verwen ik ze te veel, maar ik moet voor mijn gevoel een hoop inhalen, wat ik ze vroeger...’

Ze corrigeert zichzelf: ‘Nee, vroeger zijn ze ook niks tekortgekomen. Maar er zijn wel momenten geweest dat het toch wel erg draaide om moeders carrière en dat iedereen zich daar maar naar moest voegen. Jarenlang heb ik vijf avonden in de week opgetreden, honderdvijftig voorstellingen per jaar. Toen waren ze nog maar 5, 6 jaar oud. We hadden een hartstikke goed kindermeisje, mijn ouders woonden in de buurt en mijn man was bijna altijd thuis. Maar bij mij als moeder blijft het soms knagen: was ík er wel genoeg?’

De Cock: ‘’s Ochtends was je er altijd.’

Schouten: ‘Ja, ik stond altijd voor ze op, hoe laat ik ook in bed lag. En tussen de middag kwamen ze thuis eten, gelukkig. In die tijd konden we later naar optredens vertrekken, we reden vaak pas tussen 5 en half 6 weg. Tegenwoordig is het vaak 3 uur, om de files voor te zijn. Ach, mijn oude moeder zei altijd: ‘Kind, je bent niet goed wijs, die kinderen hebben alles wat hun hartje begeert. Maar ja.’

De Cock: ‘En mama was wél drie maanden vrij in de zomer.’

Schouten: ‘In juni, na de laatste voorstelling van het seizoen, deden we altijd een rondedans, met z’n drieën in de huiskamer: nu is mama lekker vrij-hij! We doen het nog weleens, voor de gein. Ik liep dan ook gelijk de Avondvierdaagse met ze. Toen ze in de puberteit kwamen, heb ik een tijdje maar twee of drie voorstellingen in de week gedaan. Tegenwoordig speel ik er vier in de week, een soort compromis.’

De telefoon gaat weer. ‘Hé Sieg!’

Tineke Schouten Beeld Lin Woldendorp
Tineke SchoutenBeeld Lin Woldendorp

Afgelopen zomer spraken we elkaar ook al, toen comedycollega Stefano Keizers (34) met zijn regisseur bij Tineke Schouten op bezoek kwam. Net als de eerdere keren dat hij er was, haalde ze taart in huis. ‘Dat is standaard bij mij, hoor.’ Op basis van zijn tv-optredens had ze een rare snuiter verwacht, maar na drie ontmoetingen kon ze niet anders zeggen: ‘Ik vind hem echt een schatje. Zo’n integere, lieve, creatieve jongen.’

Ze zouden als wie-had-dat-ooit-gedacht-gelegenheidsduo op Lowlands in het comedyprogramma optreden, zo was het plan. In de theatertent van het festival in Biddinghuizen zouden ze in augustus een show van een uur spelen. Voor hem vertrouwd terrein, maar laten we zeggen dat het nu niet direct de comfortzone is van Tineke Schouten en haar publiek.

Hun impresariaat reageerde enthousiast op een samenwerking van twee van zijn populairste artiesten, die opereren op het tegenovergestelde einde van elkaars spectrum. Hij: maker van radicale, onvoorspelbare, lang niet door iedereen begrepen of gewaardeerde theaterexperimenten, met pas twee voorstellingen op zijn naam. Zij: al meer dan veertig jaar trotse drager van glitterjurken en de bijnaam ‘de koningin van de typetjes’, alles onder controle, bevlogen brenger van het soort vrolijke lol dat niemand naar onderliggende bedoelingen laat raden. Hoe spannend kan het worden als je die uitersten bij elkaar brengt?

Uit nieuwsgierigheid naar een antwoord op deze door hemzelf opgeworpen vraag toog Stefano Keizers naar Almere. Daar woont Tineke Schouten met echtgenoot Hans Brunyanszki en de honden Buddy uit Roemenië en Mindy uit Miami in een villa, wit vanbinnen en vanbuiten, zo een met een hek dat automatisch opengaat en twee zoemende robotmaaiers op het gazon. In haar kantoor hangt een op canvas gedrukte persfoto van haar jongere zelf.

‘De Uitmarkt on acid’, zo legde Stefano Keizers haar uit wat ze kon verwachten, toen hij haar probeerde warm te krijgen voor zijn plan. Veel moeite kostte dat niet. Ze was nog nooit op Lowlands geweest, zei Schouten begin juli. ‘Überhaupt nooit op een festival. Maar ik ben nieuwsgierig van aard, ik houd van onverwachte dingen en corona was ook een reden om ja te zeggen. Als ik gewoon tot eind mei mijn voorstelling had gespeeld, was ik nu bekaf en had ik gezegd: nee joh, laat zitten, geen zin in, dáág. Maar als je al meer dan een jaar thuis zit, terwijl je veertig jaar lang gewend bent om de halve week op het podium te staan, denk je daar anders over. Alles wat ik kan doen, doe ik.’

Ze bedacht een binnenkomer voor op het festival, al vond ze ’m bij nader inzien misschien toch te lomp: ze is naar Lowlands gekomen omdat ze nieuw publiek nodig heeft, ‘want mijn publiek is door corona bijna helemaal weggevaagd’.

Hun show op Lowlands ging jammer genoeg niet door, want heel Lowlands ging niet door. Een ander feest wel, want nu de theaters ten langen leste weer open zijn, toert Schouten eindelijk met haar 25ste voorstelling Dubbel, die ze in 2019 al aankondigde als ‘mijn laatste grote show’. En ze wil het, met het oog op die nooit gemaakte Lowlands-grap, toch even gezegd hebben: daar komen echt niet alleen maar oude mensen naar kijken.

Dat hele festivalgebeuren leidde ondertussen toch ergens toe. Jelle Kuiper, regisseur van Stefano Keizers en producent van theatervoorstellingen, raakte zo door Tineke Schouten gefascineerd dat hij in de herfst bij omroep BNNVara het idee opperde voor een programma over haar leven. Documentairemakers Hetty Nietsch en haar dochter Lisa Bom zijn intussen aan het filmen; het is de bedoeling dat hun documentaire in het najaar van 2022 te zien zal zijn op NPO 1.

Hoewel ze al sinds 1980 met haar eerste show Tien met een gniffel rondtoert, heeft de publieke omroep nog nooit een show van Tineke Schouten uitgezonden. Aan haar debuut ging de ontdekking van haar komische talent vooraf, door de Utrechtse cabaretiers Hennie Oliemuller en Herman Berkien. Haar liedje Lenie uit de Takkestraat werd in 1982 een hit en vanaf dat moment hoefde de dochter van twee supermarktuitbaters uit Utrecht zich over haar populariteit nooit meer zorgen te maken.

Ze schrijft zelf alle liedjes en tragikomische sketches voor haar voorstellingen, die sinds jaar en dag uit vaste ingrediënten bestaan. Een melige parodie van een popnummer met een nieuwe Nederlandse tekst is maar één voorbeeld, en ook de succesvolste typetjes met hun onhebbelijkheden – de grofgebekte, volkse Utrechtse vrouwen Bep Lachebek en Lenie uit de Takkestraat – keren geregeld terug.

Theatercritici zijn vaak vol lof over haar vliegensvlugge verkleedpartijen, over haar stem, over hoe toegankelijk ze speelt, een parel van een vondst in een gevoelig liedje, het feit dat alles wat ze maakt tot in de puntjes verzorgd is. Maar recensies over de nieuwe Tineke Schouten bevatten meestal ook zinnetjes in de trant van ‘je kunt van Tineke Schouten vinden wat je wilt, het is wél een vakvrouw’ – zinnetjes die haar kwaliteit onderschrijven, maar tegelijkertijd ook hun tikje krampachtige houding blootlegt jegens het wat minder gelaagde en vernieuwende amusement, dat wel goed gemaakt is en overal in het land de grootste zalen uitverkoopt.

‘In bepaalde cabaretkringen lijkt Tineke Schouten het laatste taboe’, schreef theatercriticus Patrick van den Hanenberg eens in de Volkskrant, als slotzin van een recensie van haar voorstelling Gewoon doen!. ‘Dat moet nou echt maar eens afgelopen zijn.’

Regisseur Jelle Kuiper: ‘Zo denk ik er ook over. Het cabaret van Tineke kan inderdaad je smaak niet zijn, maar het is met liefde en keihard werken gemaakt. Ja, daar staat een vrouw een plat Utrechts typetje te doen, maar daar staat óók een vrouw die al veertig jaar voor alleen maar uitverkochte zalen speelt. En die haar tijd ver vooruit was als kostwinner. Daarmee was ze een feministisch voorbeeld voor haar twee dochters, maar tegelijkertijd doet ze nog steeds de was voor hen nu ze volwassen zijn en zelf kinderen hebben. Tineke is een supersuccesvol en superbescheiden fenomeen. Ik vind dat we haar moeten eren.’

Eigenlijk zou ze rond deze tijd in het staartje van haar laatste tournee zitten, om daarna nog af en toe wat kleinschaligs te doen of helemaal te stoppen. Ze zou in ieder geval een jaar met proefpensioen gaan. ‘Meer dan veertig jaar in het vak, elke twee jaar een splinternieuwe show afgeleverd, nooit een jaar ertussenuit geweest, geen burn-outs, nooit wat afgezegd – op twee avonden na. Vijfduizend voorstellingen. Het was al die jaren een geoliede machine. Ik dacht: ik schrijf er nog één, dan rond ik het af en ga ik eens een jaar helemaal niks doen. Dat leek me weleens bijzonder, om gewoon eens te voelen hoe het voorjaar is. En ook kon ik dan met goed fatsoen tegen mijn club medewerkers zeggen: jongens, hier houdt het voor nu op.’

Maar toen was daar de pandemie, moesten de theaters dicht en kon ze met vervroegd proefpensioen. ‘Ik heb zo’n heerlijk voorjaar nu twee keer meegemaakt. Niet ’s nachts om 2 uur naar bed, maar gewoon om 11 uur, en dan ’s morgens vroeg op, lekker door de bossen lopen met de honden.’ Ze pakt haar telefoon om een filmpje te laten zien. ‘Kijk, er is net weer een klein reetje geboren in het bos achter het huis van de overbuurvrouw.’

Dan: ‘Ik ben helemaal geen thuiszitter, daar komt het op neer. ’s Avonds dat gehang voor de televisie of achter de computer – daar slaap je niet lekker van. Ik heb gemerkt dat ik, als ik tijd heb om mezelf overal zorgen om te maken, me overal zorgen over maak. Het tastte mijn eigenwaarde ook aan, de hele tijd een beetje in dat joggingpak met de honden lopen en dan thuis weer koffiedrinken met mijn man. Wat is dit nou helemaal, wat kan ik nou helemaal? Ik voelde aan alles: ik moet gewoon weer optreden, daar voel ik me het lekkerst bij. Helemaal in de crèmepjes, opgetut. Bezig blijven, lekker mensen zien. Ik heb nu zoiets van: na Dubbel ga ik maar gewoon lekker door, en dan zie ik wel waar het schip strandt.’

De Cock: ‘Van de week kregen we een berichtje van een dame van 80. Die stond voor het theater in IJsselstein. Twee jaar thuis gezeten, helemaal opgedirkt. Maar IJsselstein had besloten de voorstelling door te schuiven. Deze dame had die mail gemist. Heel lullig, dus ik heb een kort videoberichtje voor haar opgenomen.’

Schouten: ‘Kregen jullie een reactie?’

De Cock: ‘Ja, van haar dochter en van haarzelf.’

Schouten: ‘Gelukkig. Ach, wat sneu!’

In Roermond geldt nog één avond de anderhalvemeterregel, een dag later wordt die afgeschaft. De lange vrachtwagen met daarop een foto van Tineke Schoutens hoofd naast de tekst ‘En vandaag zijn we hier!’ erop staat al geparkeerd achter het theater.

Degene die ‘m overal naartoe rijdt, Harry Hobbelen (63), doet dat al 35 jaar. Hij is ook de decor- en lichtontwerper en degene die haar in de coulissen onwaarschijnlijk snel van kostuum in kostuum helpt; hij is het joviale Brabantse type dat de hele dag plaagstootjes uitdeelt en zegt dat hij Tinekes blote rug vaker ziet dan die van zijn vrouw.

Tineke Schouten is een bedrijf. In de loop van de jaren verzamelde ze een club van ongeveer zestien, intussen twaalf vaste medewerkers om haar heen die van haar afhankelijk zijn. Een deel van de zelfstandigen die jarenlang onderdeel uitmaakten van haar team vond in de afgelopen periode een andere baan – in de verwachting dat haar proefpensioen er toch zat aan te komen.

Tineke Schouten Beeld Lin Woldendorp
Tineke SchoutenBeeld Lin Woldendorp

Zoals Hobbelen zegt: ‘Ik heb 35 jaar geleden op één paard gewed, en dat bleek een goed en loyaal paard te zijn.’ Toch voelde het nooit als een vanzelfsprekendheid om elk theaterseizoen weer mee te mogen. ‘Elke twee jaar dacht ik toch: ga ik weer iets doen? Jij weet ook: ze kunnen zomaar stoppen. En als je als zzp’er te horen krijgt dat het ene paard waar je al die tijd op hebt gewed stopt...’

Dat Schouten toch wél doorgaat met optreden, had hij wel zien aankomen. ‘Ik vroeg het me voor corona al af: wat ga je dan in godsnaam doen, Tien? Ze heeft dat publiek nodig om te leven. Ze wil helemaal niet met pensioen.’ Lacht: ‘Ik ook niet, trouwens. En ik kan ook nog niet met pensioen, want ik heb als zzp’er de afgelopen tijd mijn hele pensioen naar de klote geholpen.’

Mede om die reden begon hij al thuiszittend een ander bedrijfje, nadat hij op YouTube filmpjes had zitten bekijken van iemand die met een hogedrukreiniger de smerigste stoepjes schoonspuit. ‘Er staan niet voor niks zoveel filmpjes van op YouTube: je ziet iets wat heel vies is, en dan poef, is het helemaal schoon. Heerlijk.’ Hij kocht bezems, schoppen, een hogedrukreiniger, ‘allemaal dingen waarvan ik dacht: daarmee kan ik voor de dag komen’, een koptelefoon met DAB+-radio. ‘Ik sluit mijn handeltje aan, ik zet mijn koptelefoon op en de dag vliegt voorbij.’

Heel anders dan in het theater, waar toch altijd wel ‘een stukje spanning’ in zijn lijf blijft zitten, zegt hij. ‘Door de verantwoordelijkheid die ik voel naar Tineke toe, en naar de mensen die met mij werken. Er mag niks misgaan.’

Ook om budgettaire redenen is haar band dit seizoen flink ingedikt, legt Schouten uit terwijl ze in de kleedkamer begint aan haar make-upritueel van een uur. Een deel van de oude garde was gelukkig nog beschikbaar, onder wie orkestleider Frank van Wanrooij, ook al bijna twintig jaar onderdeel van de club, en gitarist Patrick Kerger, vijfentwintig jaar.

Een blik via de spiegel op Hobbelen, in de deuropening. ‘Harry is mijn gouden man.’

Hobbelen: ‘In de theaters waar we komen, denken mensen vaak dat ik haar man ben.’

Schouten: ‘Ik heb altijd gezegd: als Harry stopt, dan ik ook. Maar we willen allebei niet stoppen.’

Hobbelen, grijnzend: ‘Financieel reken ik er wel op hoor, dat jij het net als je moeder tot je 92ste volhoudt.’

Schouten: ‘Ik zie ons al gaan. Nee Har, vandaag even niet met die hogedrukspuit. We doen vandaag wat anders.’

Na afloop van de voorstelling rijdt er een rolstoel het podium op. Het is Tineke Schouten-fan Sxander Brouwer uit Amersfoort die twee bossen bloemen aan haar overhandigt, één namens het theater, één van hem en zijn man Klaas. Ook zij logeren vanavond in De Oranjerie, morgenavond zullen ze weer in de zaal zitten.

Normaal gesproken gaan ze ongeveer 25 keer per seizoen naar Tineke Schouten kijken, zegt Klaas even later in de artiestenfoyer, waar het stel door haar is uitgenodigd voor een naborrel met bitterballen. ‘Het is nooit hetzelfde, het publiek reageert anders, Tineke zit anders in haar vel. Wij vinden het leuk om die verschillen op te merken. De bos bloemen voor morgen staat ook al klaar, boven op onze kamer.’

Schouten kent Sxander al vanaf zijn 13de, toen zijn vader hem meenam naar een voorstelling. Ze was getuige op Sxanders huwelijk. De laatste tijd appen ze ook over rolstoelen – op Oudejaarsdag werd vanwege suikerziekte één been van Schoutens man geamputeerd, Sxander leeft al langer zonder benen.

‘Je deed me net denken aan m’n mannetje Hans in z’n rolstoel’, zegt Schouten. ‘Hij krijgt een kunstbeen, het herstel gaat sneller dan verwacht. Maar ja, hij zit nu dus twee dagen alleen. Da’s niet erg, roept hij steeds. Hij zit graag voor de televisie. Wandelen doet-ie nooit, met de honden ook niet. Na vandaag ben ik tien dagen vrij. Ik wil iets leuks doen met hem, zullen we dit, zullen we dat, maar hij is liever thuis. Hij is geen man die zich veel beweegt, al helemaal niet sinds zijn hartinfarct in 2019. Hij zit wat dat betreft anders in elkaar dan ik, hij hoeft niet zo nodig de deur uit.’

Het liefst hadden Klaas en Sxander haar vandaag of morgen mee uit lunchen genomen, zei Jacques de Cock eerder op de dag al. ‘Maar daar heb ik nee tegen gezegd. Tineke wil morgenochtend wel met ze ontbijten.’ Dus daar zitten ze de volgende ochtend om half tien, in de ontbijtzaal, waar Tineke Schouten monter en opgemaakt naast ze komt zitten en een gesprek over lekkere hotelhanddoeken begint.

In alle eerlijkheid vindt Jacques de Cock dat Schouten soms wat ver gaat in het contact dat ze onderhoudt met een aantal fans. ‘Er is een clubje van tien dat mijn nummer heeft’, vertelde ze in de auto naar Roermond. ‘Zij zijn me zeer dierbaar en mogen me altijd bellen als er iets is. Er is één fan met een beperking die me elke dag appt. Daar word ik weleens moe van. Maar vooruit. ‘Ophouden nou’, zoiets durf ik niet te zeggen.

De Cock: ‘Diegene appt mij ook, als Tineke niet reageert.’

Schouten: ‘Ik kan geen verdriet of leed zien, ik wil altijd iedereen laten lachen. Ik ben heel erg van het ‘máák wat van je leven’. Dat heb ik van huis uit meegekregen. Mijn ouders hadden dat allebei, en mijn zussen en broer hebben het ook. Die hoor je nooit klagen over een rotdag. Nooit, nooit nooit! Ze vinden altijd dat alles erger kan. Ach, we komen er wel weer overheen. Dat hele ‘hup, doorgaan’ zit bij ons in de genen.’

De Cock: ‘Tien heeft één keer twee voorstellingen in Almelo moeten afzeggen, inmiddels vijf jaar geleden. Daar heeft ze nu nóg moeite mee. Almelo heeft ook een theaterhotel, dus net als in Roermond maken mensen er een weekend Tineke Schouten van.’

Schouten: ‘Ik moest toen naar de eerste hulp vanwege een zware griepaanval, waardoor ik een ernstig verhoogde hartslag had gekregen. Die ene avond kon ik niet spelen. De dag erna moest ik ook nog thuisblijven. Het knaagde wel aan mij: had ik nu eigenlijk niet gewoon kunnen optreden?’

De Cock: ‘Het is de supermarktmentaliteit waarmee jij bent opgegroeid: de klant is koning.’

Schouten: ‘Mensen betalen veel geld om mijn show te zien.’

Tineke Schouten Beeld Lin Woldendorp
Tineke SchoutenBeeld Lin Woldendorp

De Cock: ‘Ik probeer het soms af te houden, de aandacht na afloop. Het is voorgekomen dat Tineke hoorde dat er na een voorstelling nog mensen stonden te wachten die met haar op de foto wilden, en dat ze zei: ‘Kunnen we terugrijden?’ En dan moest ik dus terugrijden, omdat ze het echt niet vond kunnen dat we iemand dan hadden afgescheept. Daar kan ze echt niet tegen. Het vergt wel veel tijd: we zitten zelden voor twaalf uur in de auto terug.’

Schouten: ‘Mijn oude moeder vond ook dat ik liep te teuten. ‘Kom op nou, jij vindt altijd alles en iedereen maar zielig.’ Vaak zijn het ook maar invulgedachten hè, dat ik voor iemand anders denk en het zielig voor diegene vind. Terwijl: ik ga ook vaak bij voorstellingen van collega’s kijken, en ik durf nauwelijks tijd van ze te vragen na afloop. Als zij zouden zeggen dat ze gelijk weg moeten, zou mijn reactie zijn: ‘Túúrlijk, ga gauw.’ Maar als het om mijn eigen publiek gaat, voel ik me lullig. Daar kan ik niks aan doen.’

De Cock lacht: ‘Ik vind dat Tineke geen fans meer thuis moet uitnodigen. Maar ik heb geleerd dat het alleen maar erger wordt als ik me ertegen verzet. Ik moet het loslaten.’

In Dubbel vertelt ze een anekdote over haar kleinzoon van 8, die ze laatst na een repetitie thuis aantrof achter de computer. ‘De theaters gingen net weer open. Hij keek verstoord op en zei: ‘Oma, heb je weer een baantje dan?’ Zo zien die kleinkinderen dat: god, die doet ook nog wat ’s avonds. Mijn kinderen waren ook nooit zo onder de indruk van mijn werk. En als ik drie weken in een uitverkocht Carré stond, hoorde ik bij de bakker in Maartensdijk, waar we toen nog woonden: ‘Doet u nog wat?’

‘Het kwam daar niet aan de oppervlakte. Ik ging in die tijd niet naar praatprogramma’s, want terwijl die werden opgenomen stond ik op te treden. En als ik vrij was, dan was ik bij de kinderen. Ze gingen twee keer per jaar mee naar een show, maar het kon ze nooit zo interesseren.’

De Cock: ‘Ik heb me daar toch geregeld over verbaasd. Tineke staat in het Circustheater, Scheveningen, volle bak. Gaat 1 minuut voor 8 de telefoon. Steef, de jongste: ‘Mam, ik kan de sleutel niet vinden.’ Hoe dan Tien?, denk ik op zo’n moment, waarom neem je nú de telefoon op? En waarom bél je met zo’n vraag?’

Schouten komt erop terug bij het ontbijt: ‘De kinderen en kleinkinderen mogen mij altijd bellen. Zij gaan altijd voor. Oma heeft weer een baantje. Hij heeft gelijk ook. Ga nou niet denken dat je wat bent, met je vijfentwintigste show.’

CV Tineke Schouten

12 juni 1954 Geboren in Utrecht

1966 - 1971 MMS Bonifatius Lyceum in Utrecht

1972 Aangenomen bij het Muzevalcabaret van de Utrechtse cabaretier Hennie Oliemuller, werkt als informatrice bij het VVV-kantoor van Zeist en een autobedrijf in De Bilt

1974-1979 Assistent van cabaretier Herman Berkien

1980 Eerste soloprogramma Tien met een gniffel

1982 Breekt door met de single Lenie uit de Takkestraat

2010-2012 Het gezicht voor supermarkt C1000 in tv-reclames

2016 Tv-programma Met de deur in huis (SBS6)

2022 Vijfentwintigste cabaretvoorstelling Dubbel

Tineke Schouten is getrouwd met Hans Brunyanszki. Ze wonen in Almere en hebben twee dochters.

De theatershow Dubbel is tot en met juni 2022 te zien in de Nederlandse theaters. Speellijst: tinekeschouten.nl