Veel vaders ontevreden over bezoekregeling kinderen

Van de gescheiden vaders ziet 12 procent zijn kinderen nooit, terwijl 24 procent minder dan een keer per week contact heeft....

Dit blijkt uit een onderzoek onder 1800 mannen die tussen 1965 en 1998 gescheiden zijn. De cijfers werden gepresenteerd door socioloog Matthijs Kalmijn van de Universiteit Utrecht op het congres Gezinnen in Beweging van de Nederlandse Vereniging voor Demografie. Hoger opgeleide vaders zijn beter in staat het contact met hun kinderen te behouden. Van deze groep kiest ook 8 procent voor het co-ouderschap, waarbij de zorg voor de kinderen door beide ex-partners gedeeld wordt. Onder lager opgeleiden komt deze vorm nauwelijks voor.

Demografen, sociologen en andere wetenschappers brachten in Utrecht de veranderingen in het moderne gezinsleven in kaart. De komende jaren zal de diversiteit in gezinsvormen sterk toenemen, verwachtte onderzoeker Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Relaties worden losser en steeds meer kinderen zullen opgroeien in een eenouder- of stiefgezin. Mannen zullen vaker een tweede gezin stichten, omdat zij na een scheiding een jongere vrouw trouwen.

Hierdoor zal het leeftijdsverschil tussen ouders en kinderen groter worden. Vroeger waren de ouders van een puber gemiddeld rond de veertig, tegenwoordig lopen zij tegen de vijftig. Steeds vaker zullen de kinderen puberen, terwijl vader in zijn midlife-crisis is beland en moeder in de overgang zit, voorspelt Latten.

Mogelijk zal het krijgen van kinderen steeds meer losgekoppeld raken van de vraag of vader en moeder een stabiele relatie hebben, opperde Latten. In Noorwegen, dat in demografisch opzicht vaak een voorloper is gebleken, nemen veel vrouwen een kind als zij de tijd rijp achten, ook als zij geen partner hebben of hun relatie er niet florissant voor staat.

Die toenemende diversiteit is ongunstig voor kinderen, betoogde socioloog Ed Spruijt van de Universiteit Utrecht. 'Het klassieke gezin is het beste voor kinderen', zei hij op basis van een onderzoek onder 3000 jongeren tussen 12 en 24 jaar. Kinderen van gescheiden ouders melden meer stress en depressiviteit dan kinderen uit een goed functionerend gezin. Ze roken en blowen ongeveer twee keer zoveel, hebben meer verschillende partners en zijn minder goed in staat een duurzame relatie aan te gaan.

Een echtscheiding heeft beduidend meer negatieve gevolgen dan het overlijden van een ouder. Kinderen die opgroeien in een eenoudergezin, omdat hun vader of moeder is overleden, onderscheiden zich niet van de kinderen die in een klassiek gezin grootgebracht worden. Het heeft weinig zin om met de scheiding te wachten tot de kinderen het huis uit zijn, blijkt uit het onderzoek .

Kinderen uit een slecht functionerend gezin doen het nog iets slechter dan kinderen van gescheiden ouders, aldus Spruijt. Daarentegen zijn kinderen wel beter af als zij opgroeien in een matig functionerend gezin, waar de romantische liefde op een laag pitje staat, maar de ouders hun conflicten weten te beheersen.

De gevolgen van een echtscheiding zijn langdurig, vond Spruijt. 'De tijd lijkt de wonden niet of nauwelijks te helen. Het is opvallend hoe sterk de effecten zijn bij kinderen die het huis al hebben verlaten. Er lijkt ook sprake van een sluimereffect. Op het moment dat kinderen zelf een serieuze relatie beginnen, komen de gevolgen van de scheiding weer naar boven,' zegt Spruijt.

Die relatievorming verloopt vaak moeizaam. 'Kinderen van gescheiden ouders gaan eerder het huis uit. Ze gaan ook sneller samenwonen, wellicht omdat ze op zoek zijn naar warmte. Vaak kiezen ze een partner die ook gescheiden ouders heeft. Deze relaties zie je relatief vaak mislukken.'

Volgens demografe Pearl Dykstra van het Nationaal Interdisciplinair Demografisch Instituut zijn de gevolgen van echtscheiding zichtbaar bij 55-plussers.

Ouderen die als kind een scheiding meemaakten, zijn vaker zelf gescheiden en voelen zich eenzamer dan ouderen uit een intact gezin. 'Zulke mensen lijken een grotere emotionele kwetsbaarheid te hebben', aldus Dykstra. 'Natuurlijk moet je bedenken dat deze groep een scheiding meemaakte in een tijd waarin dat nog heel bijzonder was. Mogelijk is het effect nu kleiner. Maar tot nu toe wijst het onderzoek er niet op.'

Te midden van alle sombere geluiden relativeerde pedagoog Peter Cuyvers van de Nederlandse Gezinsraad het beeld van een versplinterd gezinsleven. Ten eerste scheiden mensen met kinderen veel minder dan veelal wordt aangenomen. 'Slechts' 1 op de 6 kinderen maakt een echtscheiding mee, ruim 80 procent groeit op bij de biologische ouders. Ten tweede doen eenoudergezinnen het inderdaad slechter, aldus Cuyvers, maar zijn de verschillen klein.

Dat hangt er maar vanaf hoe je het bekijkt, reageerde Spruijt. Geschat wordt dat van alle kinderen 15 tot 20 procent problemen heeft, variërend van crimineel gedrag tot depressiviteit. Voor kinderen van gescheiden ouders lopen de schattingen uiteen van 20 tot 25 procent. 'Natuurlijk kun je zeggen dat het goed gaat met driekwart van de kinderen die een echtscheiding hebben meegemaakt. Dat neemt echter niet weg dat zulke kinderen gewoon vaker problemen hebben.'

Meer over