VAN TWEE KANTEN

Barbara (24) en Ine (54) gingen als collega's naar de bioscoop en kwamen er als elkaars grote liefde uit. Toch duurde het daarna nog maanden voordat Ine zich uit haar 22-jarig huwelijk had verlost....

tekst Corine Koole . fotografie Krista van der Niet

'Ine heeft me gestimuleerd, me verteld hoe waardevol ik ben'

ZIJ

'Ik kom de slaapkamer binnen, ze ligt in bed in haar paarse Hema-pyjama. Ze heeft het warm, haar broek trapt ze uit, een van de kinderen komt binnen om nog iets te vragen voor de volgende dag. Ze geeft antwoord, staat weer op, gaat naar de wc, komt terug, doet haar broek weer aan. Zegt, mompelt: 'Het is toch kouder dan ik dacht.' Ik knik, onzichtbaar in de schemer, trek mijn sokken over mijn pyjamabroek, want ik heb een hekel aan opstropende pijpen 's nachts. We doen het licht uit, kruipen tegen elkaar en ik denk: ik heb een leven. Ik heb een leven met haar.

Ik ben ontroerd, iedere keer als ik haar zie. Ik moet huilen, iedere keer als ik terug moet naar Amsterdam. Ik ben gelukkig, elke minuut die ik bij haar ben, laat haar niet los, hang om haar nek, zou haar het liefst meenemen in de collegezaal. Ze kan zo veel. Koken, voor kinderen zorgen, dingen regelen, schilderen. Ik kan niks dan luisteren naar docenten, ik kan essays schrijven, reproduceren, dingen waar niemand wat aan heeft. Zij produceert, zij trekt me naar beneden, naar de grond, zij maakt dat ik niet langer zweef, niet langer mijn dagen in mezelf gekeerd en lucide doorbreng.

Ik ben blij met haar kinderen, al is het wel eens gecompliceerd met hen. Ik ben moeder, vriendin en zus tegelijk. Kinderen, een gezin, dwingen je tot deelnemen. We lopen samen door de Aldi, we kopen huismerkkoffie, huismerkcola. Ik zeg: 'Ach, laten we een keer Coca-Cola nemen, dat vinden de kinderen lekker.' Ze lacht en geeft toe en een moment later vind ik in de schappen spaghetti die goedkoper is dan de spaghetti die zij in de kar heeft gedaan. Samen zijn we dan. Zo hartverscheurend samen. Niet minder samen dan wanneer we in Parijs in een park zitten, wanneer we een tentoonstelling bezoeken, of de hond uitlaten.

Wanneer ik naar haar kijk als ze het niet in de gaten heeft, dat is mooi. Naar haar gluren tijdens een feestje, of tijdens een moment van concentratie. Als ze aan een schilderij werkt, bijvoorbeeld. Ik ben nooit gelukkig geweest, ik was verlegen, zo verlegen dat ik niet naar college durfde als ik wist dat we in werkgroepen zouden worden opgedeeld. Dertig jaar schelen we, Ine heeft me gestimuleerd, ze heeft me verteld hoe mooi ik ben en hoe waardevol. Ik durf overal op af te stappen, ben niet langer schuw. Als onze verhouding al iets moeder-dochter-achtigs had, dan alleen in het begin. De ziekelijke verlegenheid ben ik voorbij, de liefde duurt voort.

We werkten in dezelfde boekhandel, ik vroeg haar mee naar de film. Het was in het midden van About Schmidt, dat ik merkte dat ik haar hand wilde vasthouden. Ik had wel vaker verhoudingen gehad met vrouwen, wat me verbaasde was dat ik verliefd werd op een vrouw die al 22 jaar getrouwd was, drie kinderen had. Ik ging de bioscoopzaal in met een collega en ik kwam eruit met een grote liefde, hoewel er niets was gebeurd. Niets dan een groeiend besef van welbehagen. Na afloop spraken we nauwelijks. Ze zei: 'Leuk dat je me meevroeg.' Ik mompelde iets onhandigs, durfde niet voor te stellen iets te gaan drinken. Zij trok haar jas aan en verdween in het donker. Dag! Dag! Geen kus, geen hand, niets. Wel begon ik haar vanaf dat moment regelmatig op te zoeken. Ik at vaak mee, niemand die er iets achter zocht, ik was immers maar een paar jaar ouder dan haar kinderen.

Stijfjes, bewust hartstochtelijker begrippen vermijdend, zei ze op een middag toen we de hond uitlieten: 'Ik moet je iets zeggen, ik heb andere gevoelens voor je dan alleen maar vriendschap.' Ik was blij, eindelijk niet langer bekneld, maar zij zat tot haar kruin in een huwelijk dat eigenlijk helemaal niet zo ongelukkig was. Ik merkte haar verwarring. Verlamd liepen we door, onze ogen gericht naar de grond, zonder ook maar naar elkaars hand te grijpen, zonder elkaar te verzekeren dat we nooit meer alleen verder zouden gaan.

Zeven weken duurde die koortsachtige impasse. Zeven weken zagen we elkaar iedere dag, dronken koffie bij V & D, spraken over boeken, kunst - maar niet over ons. Toen nodigde ik haar uit op mijn kamer in Amsterdam. 'Kom logeren', zei ik en zij zei: 'Dat is goed.' In mijn kleine volgepakte kamer in Amsterdam-Noord trok ze me op 27 juni 2003 eindelijk naar zich toe. Sinds dat moment gaat alles vanzelf. Mijn opa zei laatst tegen mijn ouders: 'Sinds die kleine haar grote liefde is tegengekomen, gaat het een stuk beter met haar.' Ine is ouder dan mijn vader, jonger dan mijn moeder, maar ze kunnen niet anders dan mijn oude opa gelijk geven. Sinds Ine ben ik vrijer, opener, sinds Ine zie ik minder op tegen verplichtingen, is het leven minder zwaar.'

***

'Ik steun minstens zo op Barbara als zij op mij'

ZIJ

'Ik heb me nooit eerder voor vrouwen geònteresseerd. Ik ken geen lesbische stellen. Ik was sinds 1979 getrouwd met een man, samen hebben we drie kinderen. Al die jaren heb ik zelfs nooit naar een andere man gekeken. Ik dacht dat ik gelukkig was. Misschien waren we meer vrienden dan man en vrouw, maar ook daarin verschilden we denk ik niet veel van andere langdurige huwelijken. Toen ik Barbara tegenkwam liep mijn leven op rolletjes: geen diepte- of hoogtepunten, geen problemen.

Zij moest na de film de ene kant op, ik de andere kant, we zwaaiden gedag en dat was het. Ik had nog gezegd: 'Leuk dat je me hebt meegevraagd.' En zij antwoordde: 'Ik wist niemand anders.' Beiden gingen we naar huis. We begonnen te mailen, ze kwam steeds vaker langs, ik ging me buitensporig verheugen op haar komst. Mijn man bromde: 'Wat komt die vaak, ze is toch niet gek op je?' En ik lachte - hoe zou zo'n mooi jong meisje van toen 21 verliefd kunnen worden op een vrouw van 51 met drie kinderen en een vent? Diep, diep weggestopt zat de overtuiging dat ze me leuk vond. Ik merkte het aan de manier waarop ze naar me keek, hoe ze deed, contact zocht, hoe ze bloemen kocht voor mijn verjaardag en daar vroeg voor opstond. Wat moest ik ermee? Het was beter niet toe te geven. Vanaf het eerste moment in de bioscoop, tijdens de film en vlak erna, na maanden naast elkaar achter de kassa in de boekwinkel te hebben gestaan, wist ik dat ik met haar ooit door zou gaan, dat ik om haar een einde aan mijn huwelijk zou maken. Toch zou het toen nog maanden duren voor ik die wens hardop durfde uit te spreken.

Mijn dochter van 12 zei op een avond: 'Jullie lijken wel verliefd.' En mijn zoon even later: 'En nu wil ik het weten, zijn jullie verliefd?' Ik kon hem niet vastpakken, want hij laat zich niet vastpakken. Mijn eerste reactie was: ontkennen. Redden wat er te redden valt. Vasthouden aan het bekende, niet alles overhoop gooien, niet iedereen het slachtoffer laten worden van mijn wens gelukkiger te worden dan ik was, mijn wens me over te leveren aan dat prachtige meisje dat geen 21 was in mijn ogen, dat nooit dertig jaar jonger is geweest. Ja, in lijf, als we voor de spiegel staan. Ze is een meisje zo zacht en lief, dat ze het me voor altijd onmogelijk maakt nog iets met een man te hebben. Mijn zoon bleef aandringen. Hij begon te huilen, ik kon hem niet troosten. 'Ik wil het weten', zei hij, 'ik wil het weten, wees eerlijk.' En ik gaf toe: 'Ja, ik ben verliefd, je intuòtie heeft je niet bedrogen. Ja, ik ben verliefd op Barbara.' Meteen kalmeerde hij.

Kort daarop vertelde ik het mijn man, na het avondeten. Ik weet nog dat hij zei: 'Hoe weet je dat zo zeker?' Ik antwoordde: 'Het is zo.' Hij zei: 'Dat kan niet, Ine, je kunt niet 22 jaar huwelijk ondermijnen met een drie maanden durende verliefdheid, denk na, je kunt dat niet zeker weten.' Ik zei: 'Ja, wel. Ik weet het zeker.' En hij liet me gaan, begon diezelfde avond nog onze bezittingen te verdelen.

Op dat moment had ik Barbara wel al verteld dat ik van haar hield. 'Ik voel iets anders voor je dan voor andere vriendinnen', schutterde ik. De woorden liefde, verliefdheid, lust, verlangen kreeg ik niet door mijn strot en kussen was er al helemaal niet bij. De enige keer dat ik haar gevoeld had, was tijdens een theatervoorstelling van mijn dochter, toen onze blote armen elkaar raakten. De keer daarop was weken later op haar studentenkamer in Amsterdam. Ik wist, toen ik opstond om naast haar te zitten, haar voorzichtig kuste, dat ik alles wat bekend was, achter me liet; dat, door voor haar te kiezen, geen dag meer hetzelfde zou zijn.

Ik was geschrokken toen ze me uitnodigde, ik dacht: slapen? Met haar? Hoe moet dat, hoe gaat dat? We stapten uit de stinkende lift van dat flatgebouw in Noord, ze opende de deur van haar kleine leuke kamer. En een paar uur later zaten we verstrengeld op het Museumplein, voor het eerst in het openbaar, voor het eerst een paar. De weekends en de vakanties wonen we samen met mijn twee jongste kinderen van 15 en 18. Iedereen heeft het naar zijn zin. Als we gearmd en knuffelig in de trein zitten, denkt iedereen dat we moeder en dochter zijn, maar ik steun minstens zo op haar als zij op mij. Mijn leven lang wilde ik sterk zijn, keek niet naar romantische films. Nu hangen we op de bank, zij opgekruld met haar hoofd in mijn schoot, en snikken samen om tragische liefdes op tv. En 's nachts, als ik wakker lig, zegt ze half slapend: 'Ik hou van jou.' Of ze geeft me een kus, of ze geeft het kussen een kus, wanneer ze mij met haar ogen dicht niet kan vinden.'

Meer over