'Van mijn ouders heb ik vooral geleerd hoe het niet moet'

Cornald Maas in gesprek met kinderen van gescheiden ouders. Die van Leffa Cho (51), eigenares van kapsalons, hebben een gelukkige tijd gehad samen....

‘Mijn vader kwam oorspronkelijk uit China. Mijn oudere zus, mijn jongere zus en ik hebben nooit goed begrepen hoe hij in Nederland terecht is gekomen. Daar werd thuis niet over gesproken: mijn vader sprak gebrekkig Nederlands, hij zei sowieso nooit zo veel. Hij ontmoette mijn moeder in het Chinese restaurant waar zij werkte, in Zwolle. Hij begon er als kok, en ze kregen al snel een relatie. Dat snap ik wel: mijn vader was een knappe man, geen onooglijk klein Chinees mannetje, en mijn moeder was een charismatische leuke verschijning. Ze hadden een gelukkige tijd samen. Ze verdienden goed, gingen uit, hielden van een glaasje – het was de sherrytijd.

Maar uiteindelijk groeiden ze uit elkaar. Mijn vader ging met regelmaat naar Amsterdam om te gokken en ik, een kind nog, zat dan in de kroeg uren op hem te wachten. Mijn moeder verzorgde zich steeds slechter en mijn vader kon daar niet goed mee omgaan. Ik denk dat de dingen haar steeds meer door de vingers begonnen te glippen. Ze raakten elkaar ten slotte kwijt.

Mijn vader kreeg een vriendin met wie hij goed door het leven kon. Mijn moeder kon daar niet mee omgaan. Vaak zat ze in badjas depressief thuis. Ze was boos en verbitterd. Toen we een keer met haar door de stad liepen had ze een mes in haar tas, en ze zei dat ze daar de vriendin van mijn vader aan zou rijgen. Het was een eenmalig incident, gelukkig, en zover kwam het ook helemaal niet: ze wilde ons simpelweg choqueren, alles was een roep om aandacht, ook de zogenaamde zelfmoordpogingen die ze ondernam. Intussen voelde ik me verantwoordelijk voor mijn zusje. Ik wilde haar beschermen tegen het gedrag van mijn moeder. Ik was 16, een puber dus, en er waren thuis constant ruzies. Mijn vader, die ik met regelmaat op de zaak zag waar ik op zaterdagen een bijbaantje had, gaf mijn moeder een vorstelijke alimentatie, maar het hielp niks. Mijn moeder deed absurde aankopen, kocht een Perzisch tapijt of kristallen vazen voor een godsvermogen en stuurde de rekeningen vervolgens naar mijn vader, uit pure wraak. Mijn vader zag zich uiteindelijk genoodzaakt een advertentie in de krant te plaatsen: dat er aan mijn moeder geen goederen mochten worden verstrekt op zijn naam. Wij, de kinderen, schaamden ons rot.

Dat mijn moeder uit wraak handelde was tot daar aan toe, maar dat ze daarbij het belang van haar kinderen vergat nam ik haar heel erg kwalijk. Thuis was geen veilige haven meer. Op mijn 17de ging ik het huis uit. Ik voelde me zo verantwoordelijk dat ik op de vriendin van mijn vader ben afgestapt om haar te zeggen dat ze iemand anders moest zoeken, om zo een einde te maken aan de gespannen verhouding tussen mijn ouders. Mijn vader werd daarop zo boos dat hij me ontsloeg en ik mijn zaterdagse bijbaantje kwijt was – in de Chinese cultuur moet je als kind je ouders niet de les willen lezen. Geeft niks, dacht ik boos, en regelde dezelfde dag nog een ander baantje.

Ik kreeg een vriend die mij in een aantal opzichten de ogen heeft geopend. Toen ik hem voorstelde aan mijn moeder, zei ze: ‘Je hebt wel wat uitgezocht, weet waar je aan begint, want het is een sekreet.’ Mijn vriend was daarover verbijsterd. De relatie met mijn moeder verslechterde. Toen we zoals afgesproken bij haar thuis een verlovingsfeestje vierden, had zij opeens geen zin meer. De spanning was tijdens het feest om te snijden. Uiteindelijk heb ik haar een paar jaar niet gezien, tot ik het er een keer met mijn vriend over had en besloot dat ik later, als ze er niet meer zou zijn, niet door wroeging gehinderd wilde worden. Ik heb het contact toen hersteld.

Ook mijn vader heb ik een aantal jaren amper gezien. Pas toen mijn oudste kind werd geboren heb ik hem gebeld. Het was zijn eerste kleinkind en hij zocht me in het ziekenhuis op, met een grote fruitmand. ‘Jammer hè, toch een meisje’, zei hij nog wel. In de Chinese cultuur wordt er vooral op gerekend dat de eerstgeborene een zoon is. Van toen af heb ik het contact met mijn vader weer opgebouwd. Het kreeg pas verdieping toen hij ongeneeslijk ziek werd. Op de valreep heb ik toch nog een aantal gesprekken met hem gevoerd. Hij gaf aan dat hij het jammer vond dat het allemaal zo gelopen was, en dat hij een hoop fouten had gemaakt.

Toen ik mijn moeder belde dat mijn vader overleden was, en haar vroeg of ze toch niet afscheid wilde nemen, gaf ze meteen te kennen dat ze de vriendin van mijn vader niet bij de uitvaart wilde hebben. ‘Ík breng hem ten grave met mijn kinderen’, zei ze. ‘Zij hoort niet naast jullie te zitten.’ Het bizarre is dat ik uitgerekend met de vriendin van mijn vader tot op de dag van vandaag contact heb, en dat mijn moeder uit mijn leven verdwenen is. Zij overleed een paar jaar na mijn vader aan een hartaanval – tot op het laatst is ze verbitterd gebleven.

Mijn vader heeft de geboorte van mijn zoon niet meer meegemaakt. We hebben hem in het Chinees ‘Lang Leven’ genoemd. Mijn ouders zijn maar 59 en 54 geworden, en ik denk dat ze allebei niet erg gelukkig zijn geweest. Dat verdriet me, ik had ze een ander leven gegund. Zelf ben ik al 35 jaar, tot mijn vreugde, met mijn eerste vriendje, we werken in harmonie samen in onze kapsalons en ik ben trots op onze kinderen: het zijn inspirerende, jonge mensen. Van mijn ouders heb ik vooral geleerd hoe het niet moet. Maar wat ik van deze hele geschiedenis ook heb geleerd is dat het maar om één ding gaat: vergeven. Want pas dan kun je het loslaten.’

Meer over