InterviewWil Kruijt (100 jaar)

‘Van een relatie is het nooit gekomen, ik had het veel te druk voor een eigen gezin’

Wil Kruijt is evenals de Volkskrant 100 jaar. Hoe kijkt deze voormalige nanny en vrije vogel aan tegen de eeuw die achter haar ligt en wat vindt zij van het huidige tijdsgewricht?

Marjon Bolwijn
De 100-jarige Wil Kruijt. Beeld Aurélie Geurts
De 100-jarige Wil Kruijt.Beeld Aurélie Geurts

Wie Wil Kruijt ontmoet, waant zich haast in koninklijk gezelschap. Voor een geboren en getogen Rotterdamse heeft ze een opvallend geaffecteerde manier van praten. Er is in de verste verte geen spoor te bekennen van iets wat op een Rotterdamse tongval lijkt. ‘Kwestie van een nette opvoeding’, lacht ze. Of misschien komt het door de ‘hogere kringen’ waarin ze lange tijd als nanny verkeerde.

Wil Kruijt woont zelfstandig in een flat op 17-hoog, met een indrukwekkend uitzicht over haar geliefde stad: rechts het Kralingse Bos, in het midden de Erasmusbrug en in haar linkerooghoek de Van Brienenoordbrug. Bij de officiële opening van beide bruggen was ze van de partij. ‘Bij de lunch op de Erasmusbrug waren de kartonnen bordjes met punaises vastgeprikt op de tafels, zodat ze niet zouden wegwaaien. Grappig he?’

In de hoek van haar huiskamer staat op een kastje een digitale fotolijst waarop van 8 uur ’s ochtends tot 9 uur ’s avond – als ze op de uitknop drukt – een slideshow van familiekiekjes is te zien. De foto’s die neven en nichten dagelijks naar het wonderding sturen, helpen haar de coronatijd door, vertelt ze, want zo voelt ze zich niet afgesneden van haar dierbaren.

Kunt u de digitalisering een beetje bijbenen?

‘Die heb ik helemaal gemist. Toen de eerste computers kwamen, dacht ik: het zal zo’n vaart niet lopen, en deed ik er niks mee. Ik had niet gedacht dat ze zo belangrijk zouden worden en heb er nooit mee leren omgaan. Dat vind ik nu wel jammer. Als ik om mij heen zie hoe druk iedereen ermee bezig is en wat ze allemaal niet kunnen op die telefoons, zoals appjes sturen, dat is toch wel heel handig.

‘Laatst begaf mijn koelkast het ineens. Het was vrijdagmiddag, op zo’n moment begin je niks. Ik belde de nicht die mij helpt met praktische zaken. Binnen een uur had ze op haar computer een nieuwe koelkast voor mij uitgezocht, gekocht én betaald. En de volgende morgen werd die al bezorgd. Hoe is het mogelijk. Een andere nicht regelt mijn financiële zaken, zoals internetbankieren. Het voordeel is dat, als familie mij telefonisch niet te pakken kan krijgen en zich afvraagt of er iets aan de hand is, op mijn bankrekening te zien is dat ik net bij Albert Heijn ben geweest.’

Wat denkt u als u zoveel mensen ziet opgaan in hun smartphones?

‘In het begin vond ik dat heel vreemd. Inmiddels ben ik eraan gewend, het hoort bij deze tijd. Ik kan mij alleen niet voorstellen dat het goed is voor het contact tussen ouders en kinderen, als die ouders zo veel op hun telefoon zitten. Ze zijn er niet met hun volle aandacht bij en zien ook niet wat hun kinderen doen.’

Hoe was uw band met uw ouders?

‘Heel goed. Ze stelden duidelijke regels, maar lieten ons ook vrij. We mochten bijvoorbeeld voetballen in de gang. Toen alle borden van Delfts blauw die aan de muur hingen waren gesneuveld, werd mijn moeder niet boos. Ze zal waarschijnlijk gedacht hebben: dan had ik ze daar niet moeten laten voetballen. Mijn ouders oordeelden niet en konden daardoor veel verdragen. Er was altijd veel muziek in huis. We mochten alle vijf op muziekles, ik speelde viool. Mijn oudste twee broers speelden piano en hadden een orkestje van zestien man opgericht, dat altijd bij ons thuis mocht oefenen. Totdat er op een gegeven moment een slagwerker bijkwam, toen zei mijn moeder: zoek nu maar een andere plek.

Wil Kruijt in haar jonge jaren: tijdens een vakantie met haar familie in Noordwijk (l.), en als 20-jarige tijdens haar opleiding tot verpleeg­kundige. Beeld Aurélie Geurts
Wil Kruijt in haar jonge jaren: tijdens een vakantie met haar familie in Noordwijk (l.), en als 20-jarige tijdens haar opleiding tot verpleeg­kundige.Beeld Aurélie Geurts

‘Het was een zoete inval, er kwamen vaak vrienden en familie over de vloer en die konden altijd blijven eten. We hadden het goed. Niet heel breed, maar zeker niet arm. Mijn vader was vertegenwoordiger voor de firma Stokvis en verkocht sanitair en elektrische apparaten. Daardoor hadden wij als een van de eersten een wasmachine en een koelkast in huis.’

Dat klinkt als een ongecompliceerde, vrije jeugd.

‘O ja. Op zondag gingen we naar de hervormde kerk, maar het was geen plicht. We zaten op een openbare lagere school, met kinderen met heel verschillende achtergronden. Ik zat in de klas bij de dochter van rabbijn De Miranda, Lulu heette ze. Die familie is na de oorlog niet teruggekeerd van deportatie.

‘Mijn ouders lieten ons onze eigen weg gaan. Toen mijn jongste broer in 1946 als 17-jarige net klaar was met de hbs, wilde hij mee op een schip van het Rode Kruis dat hij in de haven had zien liggen. Dat mocht. Het schip voer met hulpgoederen naar Nederlands-Indië. Hij reisde ook weer mee terug.’

Wat was uw meisjesdroom en wat is daarvan terechtgekomen?

‘Ik wilde verpleegkundige worden en ging op mijn 19de, na de industrieschool voor meisjes, naar het Diaconessenhuis. Dat was een protestants ziekenhuis waar je intern ging en werd opgeleid tot verpleegkundige. Je sliep met zes leerling-verpleegkundigen op een kamer, heel gezellig. Er waren strenge regels. ’s Avonds mocht je niet naar buiten. Alleen als je een keer per week een dag vrij was, mocht je weg. Je móést ’s avonds met zijn allen thee drinken, als je op je slaapkamer bleef, werd je opgehaald. Bij het avondeten moest je achter je stoel blijven staan, totdat de directrice was gaan zitten, pas dan mocht je ook plaatsnemen aan tafel. Ik heb de opleiding niet afgemaakt, heb er wel zeven jaar gewerkt, de laatste jaren in de keuken, dat werk vond ik leuker. Als ik langer was gebleven, zou ik een soort non zijn geworden en dat was niets voor mij. Er was meer te beleven buiten de muren van het Diaconessenhuis.’

En, wat viel daar zoal te beleven?

‘Ik ben met een vriendin naar Italië gereisd, we hebben er zeven maanden in een Nederlands hotel in San Cristoforo gewerkt. Ik hield van koken en werd chef-kok. Ik heb ook in een hotel in Zwitserland en in de Vogezen in Frankrijk gewerkt. Het was seizoenswerk, tussendoor woonde ik bij mijn ouders. Op een dag, toen ik thuis was, kreeg een vriendin een auto-ongeluk. Ze was zwanger van haar tweede kind. Ik ben een paar weken bij haar ingetrokken om voor haar en haar gezin te zorgen. Haar man had een drukke praktijk als dermatoloog. Mijn hulp ging in artsenkringen van mond-tot-mond. Daarna werd ik door het ene na het andere gezin gevraagd om tegen betaling een paar weken of soms maanden in huis te komen, bij ziekte, na een bevalling of als de ouders samen op vakantie wilden.

‘Nu zou je zeggen dat ik een nanny was. Dit was niet mijn bedoeling, maar ik ben erin gerold, van het een kwam het ander en ik bleek dat werk erg leuk te vinden. Als ik even geen gezin had, was ik bij mijn ouders. In 1966 ben ik ermee gestopt omdat mijn ouders ziek werden. Ik bleef thuis om voor hen te zorgen. Mijn vader stierf als eerste, mijn moeder in 1971. Daarna heb ik, tot mijn pensioen, in de dieetkeuken van de Daniel den Hoedkliniek gewerkt.’

U bent dus na uw opleiding altijd bij uw ouders blijven wonen?

‘Ja. Mijn ouders gaven mij alle ruimte en ik vond het fijn om, als ik een paar dagen vrij was, voor hen te zorgen. Mijn moeder had al jong een zwakke gezondheid, dus die kon wel wat hulp gebruiken. Toen ze was overleden, ben ik in het huis blijven wonen. Veertien jaar geleden ben ik naar deze flat verhuisd, na het overlijden van mijn zus Ans. Ik had zeven jaar voor haar gezorgd en dacht: waarom zou ik nu niet in haar flat gaan wonen? Het onderhoud van de tuin werd mij te veel en er woonde ook een schoonzus in dit gebouw, dus dat was gezellig.’

U heeft een groot deel van uw leven voor anderen gezorgd, heeft u zichzelf niet weggecijferd?

‘Als ik er geen plezier in had gehad, had ik het niet gedaan en ook niet zo lang volgehouden.’

Verlangde u nooit naar een eigen woning en een gezin?

‘Ik heb daar nooit zo’n behoefte aan gehad. Ik had geen tijd voor een eigen gezin en had het gezellig bij al die gezinnen waar ik werkte. Ik vond het prima om het huis van mijn ouders als vaste uitvalsbasis te hebben. We konden het goed met elkaar vinden, ze lieten mij mijn gang gaan. Ik kon uitnodigen wie ik wilde. Er kwam vaak veel familie over de vloer en dan kookte ik. Mijn moeder noemde mij altijd ‘handjegauw’ want ik was met alles heel snel.’

Bent u weleens verliefd geweest?

‘Ik heb één keer verkering gehad, met Hans. Toen was ik een jaar of 16, 17. We kenden elkaar van de kerk. Na twee jaar ging het uit. Dat vonden we allebei het beste. Daar is het bij gebleven. Ik ben daar nooit zo mee bezig geweest. Als ik terugkijk op de afgelopen honderd jaar, is er niets waarvan ik spijt heb, of denk: jammer. Ik heb een leuk leven gehad. Nu nog steeds hoor, ik mag niet mopperen.’

Bent u gehecht aan uw vrijheid?

‘Nu je het zo zegt, dat zou best weleens kunnen ja. Misschien ben ik daardoor zo oud geworden.’

Wil Kruijt

geboren: 25 december 1921 in Rotterdam

woont: zelfstandig, in Rotterdam

familie: één schoonzus (92), tien tantezeggers en hun nageslacht

Meer over