Nieuws

Van een motortje moest pontbaas Jacob Versteegh niets hebben. Dan kon hij de mensen niet meer verstaan

Vanwege zijn woeste baard en zijn klompen noemden kinderen in de buurt hem ‘de heen-en weerwolf van het Haersterveer’. Veerman Versteegh hield van zijn autonomie en kon weleens nukkig overkomen, maar zoon Martijn moest wel altijd netjes zijn tegen de mensen op de pont.

Iwan Tol
Jacob Versteegh Beeld Jan Kam
Jacob VersteeghBeeld Jan Kam

Scholieren, toeristen, wandelaars; duizenden passagiers moet Jacob Versteegh al die jaren hebben vervoerd met het pontje bij Haerst, een buurtschap in de gemeente Zwolle. En altijd was er wel iemand die vroeg: ‘Waarom zetten jullie er geen motortje op, dan is toch veel handiger?’ ‘Handiger wel’, antwoordde hij dan. ‘Maar met zo’n lawaaierig motortje kan ik niet meer met u praten.’

Versteegh was pontbaas van het enige nog handgetrokken pontje in Nederland, van Agnietenberg naar Haerst. Toen hij samen met zijn vrouw Bes in 1987 in het oude veerhuis kwam wonen, hoorde daar ook het beheer van het pontje bij, vond hij. Via een spiegel in de keuken kon hij zien of er iemand aan de overkant stond. ‘Hij vond dat een romantisch idee’, zegt zijn zoon Martijn.

Geen inspraak

Om het plekje bij de Overijsselse Vecht – ooit decor voor de film Kruimeltje 2 en een documentaire over de band De Kift ook romantisch te houden, duldde Versteegh geen inspraak van de gemeente. Die vroeg eens of zijn zanderige oprit kon worden geasfalteerd, maar dat was tevergeefs. Een paal bij de steiger, waaruit via een luidspreker toeristische informatie zou komen, kwam er evenmin. Zoals het was, was het goed.

Versteegh wilde bovenal autonoom zijn. ‘Dat speelde in heel zijn leven eigenlijk’, vertelt zijn zoon. ‘Op die pont kon hij dat goed kwijt. Nederland was al te veel aangeharkt vond hij.’

De pontbaas coördineerde een groep vrijwilligers die het pontje al sinds eind jaren zeventig in de vaart houden nadat de VVV geen personeel kon vinden. Ook zijn zoon viel weleens in. De 60 eurocent die passagiers voor de overtocht betaalden, belandde in zijn spaarpot. En ja, ook tegen hem opperden mensen geregeld dat een motortje wellicht handiger zou zijn. ‘Mijn ouders zeiden altijd: netjes antwoorden. Jij hebt dat al honderd keer gehoord, voor hen is het de eerste keer.’

Lange gestalte

Vanwege zijn lange gestalte, woeste baard en zijn karakteristieke klompen noemden kinderen in de buurt hem ‘de heen-en weerwolf van het Haersterveer’, naar een personage uit Pluk van de Petteflat. Hij kon soms nukkig overkomen. ‘Maar dan was hij aan het denken’, zegt buurtgenoot Jan Rol, een van de vrijwilligers op de pont. ‘Hij zat vaak in zijn hoofd. Dan was hij onbereikbaar.’

Versteegh was doctor ingenieur in waterstroomberekeningen. Bij zijn promotiefeestje droeg hij zwarte klompen. Tot aan zijn pensioen werkte hij bij een civiel ingenieursbureau. Zoon Martijn: ‘Een groot deel van zijn werk bestond uit het nadenken over berekeningen. Dat kon hij prima combineren met de pont. Op regenachtige dagen was het vooral een kwestie van op een stoel bij het raam zitten en kijken of er iemand aankwam.’

Sober leven

Versteegh hield van een sober leven. Hij bakte zijn eigen brood en wie oude spullen wilde weggooien, ging eerst even langs het oude veerhuis. Rol: ‘Hij reed op een fiets die met touwtjes aan elkaar hing. Maar hij kon er prima mee overweg. Hij fietste er zelfs mee op vakantie in de bergen in Zwitserland.’

Lang voelde de pontbaas zich een kwieke twintiger in het lijf van een zeventiger. Maar de laatste jaren liet de gezondheid hem in de steek. Een geknapt aneurysma werd hem 21 september fataal. Drie dagen later, op een mooie windstille dag, werd hij met zijn pont naar de overkant gebracht.

De groep vrijwilligers zal zich nu ontfermen over het pontje. Dat gebeurt in de geest van Jacob, verzekert Jan Rol. ‘Niemand hoeft bang te zijn dat er over een jaar een motor op het pontje zit.’