Traditie en ironie

Het aantal kerstmarkten in Berlijn is de laatste jaren enorm gegroeid. Zelfs de jeugd zoekt de traditie op: zoet en flink kitscherig moet het zijn....

Waarom de kerstmarkt zo populair is in Duitsland? De mannen in het Heidi-hutje vallen even stil. De een gooit het op het vele eten. De ander heeft er eigenlijk nooit bij stilgestaan. Eén ding is zeker, lacht een derde: zelfs de Muur hield het niet tegen: ‘Glühwein dronken we allemaal.’

‘Dorpsgrill’, staat op het hutje. Het is een knus houten hutje, met dennentakken en beschilderde mokken op de toonbank. Als het er maar landelijk uitziet. Op dit moment staan er honderden kerstmarkthutjes door Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk opgesteld. Maar een idyllisch dorp is het allerminst; hier, aan de oostkant van de Alexanderplatz, stond ooit de grootste kerstmarkt van socialistisch Oost-Berlijn. Nu is de markt nog steeds flink, maar rondom het Heidi-hutje staan metershoge kermisattracties, glitterlichten flitsen, harde popmuziek dreunt.

Toch wordt juist op dit plein duidelijk hoe Duitsland anno 2009 met zijn succesvolle kerstmarktcultuur omgaat. Aan de westkant van het plein, voor het raadhuis, is sinds vorig jaar nóg een markt verrezen. Daar noemen ze de oostelijke markt ‘verpest’. Er klinkt een Weense wals, er wordt ‘origineel handwerk’ verkocht. Er is een straatje gemaakt, dat een ‘oud-Berlijnse’ sfeer moet oproepen. Als het maar zachter, traditioneler oogt dan de overkant.

Het kerstmarktconflict op de Alexanderplatz is tekenend. In 1989, na de val van de Muur, waren er zes kerstmarkten in de stad. Nu telt de Duitse hoofdstad er ten minste dertig. Eerst werden ze groter en groter, vol glitter en kermis, totdat dit jaar, zo vertelt een woordvoerder van de gemeente, op veel plekken heel bewust wordt teruggegrepen op ‘traditie’.

Zoet, nostalgisch en liefst flink kitscherig – alsof de wereld alleen maar goed is. ‘Daar komen de mensen voor’ – en zo heeft de nieuwe markt op de Alexanderplatz zichzelf ook uitgevonden. De geur van Glühwein, zuurkool en suikerspinnen is daarbij even noodzakelijk als de aanblik van hout, handwerk en kerststerren.

De kerstmarkt past daarmee in het rijtje Duitse cultuurfenomenen zoals bier, worst en auto’s; je associeert het direct met ouderwets Duitsland, maar het is niet meer altijd makkelijk te zien waar de traditie ‘authentiek’ is, en waar zij is uitvergroot of heruitgevonden.

Sterker nog, zegt Wolfgang Kaschuba, directeur van het instituut voor Europese etnologie aan de Berlijnse Humboldt Universiteit, het is in de grote steden soms niet eens meer duidelijk waar de serieuze beleving ophoudt en de ironie begint. Juist dat is ook een deel van het huidige succes, zegt hij: ‘De kerstmarkt is de postmoderne invulling geworden van een traditionele festiviteit.’

Volkenkundige Kaschuba vertelt er graag over. In de Duitse kerstbeleving, vindt hij, komen immers de grote lijnen van de Duitse geschiedenis samen. ‘Ook de donkere kant ervan.’ Kerst werd in Duitsland pas echt van belang, zegt Kaschuba, op het moment dat in de 19de eeuw het ‘gezinsgevoel’ steeds meer werd benadrukt. De Duitsers vonden de kerstboom uit, maar de gezinsideologie zou later ook bij de nazi’s een rol spelen.

Kerst werd in de 19de eeuw ‘een feest van verinnerlijking’, zegt Kaschuba, tegelijk werd gezocht naar een meer ‘openbare’ vorm. Veel kerstmarkten bestonden al sinds de 16de eeuw, bedoeld voor de verkoop van levensmiddelen en handwerk, maar pas vanaf dat moment werden ze ‘gestileerd’ – en bleken ook toen al als ‘Exportschlager’ te kunnen worden gebruikt.

Dat zijn ze nu overigens nog steeds. In Engeland bestaan er inmiddels drukbezochte ‘German Christmas markets’. En op de grote Duitse markten komt minstens de helft van de bezoekers uit het buitenland, overal vandaan. ‘s Avonds komen er vooral veel Duitsers, onder wie verrassend veel jongeren.

De populariteit bij jonge Duitsers herkent ook Kaschuba. Volgens hem liggen de wortels daarvoor in de periode direct na de Tweede Wereldoorlog, de jonge jaren van de huidige opa’s en oma’s. Het was opnieuw een periode dat het gezinsleven extra nadruk kreeg. ‘Veel gezinnen waren uiteen gevallen. Soldaten zaten in krijgsgevangenschap, er waren vele doden door de bombardementen. Familiefeesten werden extra aanleiding om te herdenken.’

Opnieuw werd daardoor ook Kerst op een voetstuk gezet. In films, in de literatuur van Günter Grass tot aan hedendaagse schrijvers is dat terug te vinden. De generatie van toen, zegt Kaschuba, heeft dat op de generatie van nu overgebracht.

Maar de kerstbeleving werd na 1945 wel ‘ontlast’, zegt hij: ‘Het feest werd geopend’, meer naar buiten verplaatst, naar de markten. Die ontwikkeling is de laatste twintig jaar versterkt door wat de etnoloog ‘de mediterranisering van de Europese binnensteden’ noemt; de massa loopt graag door de winkelstraten, op zoek naar gemeenschappelijke ervaringen. Steeds meer kitsch en zoetigheid, zegt hij, zijn er daarom bij gekomen.

’s Avonds op de Alexanderplatz, tussen de hutjes met handwerk en de advertenties voor ‘3,5 meter worst’, zijn de gevolgen te merken. Traditie vermengt zich met toerisme, kerstideologie met ironie. Verkoper Braun (78) van ‘handwerk uit het Ertsgebergte’ vindt het allemaal te veel geworden. ‘Alles breidt maar uit en wordt eenvormig, maar waar blijft de kwaliteit?’ Hij heeft concurrentie gekregen van veel goedkoper ‘handwerk’ uit China. ‘Ik stond in de DDR ook al op de markt. Maar dit is niet meer normaal.’ De jonge Edgar (27) heeft er juist geen enkele moeite mee: ‘Kitsch? Dat maakt toch niet uit? Ik spreek hier graag met vrienden af. En die spulletjes; ach, die doen me denken aan mijn kindertijd.’

Meer over