Je kunt het maar één keer doen

‘Tot drie weken voor zijn dood zijn we ieder weekend weggeweest met vrienden’

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

De dood kunnen we niet ontlopen. Afscheid ­nemen van het leven kan op veel ­manieren. Hoe je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt ­Barbara van Beukering ­nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

Simon Kragtwijk (56, manager engineering) overleed op 16 december 2020 aan de gevolgen van een neuro-endocriene tumor. Hij was getrouwd met Joost Veldman (50, ondernemer).

Joost: ‘We zijn vorig jaar zomer een weekend naar Maastricht geweest om te praten over hoe we samen oud zouden worden. We hadden vijftien jaar een relatie, maar we hadden nog nooit iets geregeld bij de notaris dus we wilden afspraken vastleggen in een samenlevingscontract. We hadden er een heel weekend voor uitgetrokken, maar we waren er binnen vijf minuten uit.

Vlak daarna kreeg Simon last van obstipatie. Van de huisarts kreeg hij tabletten, maar die hielpen niet. Het laatste weekend van augustus gingen we met vrienden naar de Veluwe en daar werd hij geel. Dat was heel zorgwekkend. Maandagochtend belde hij de huisarts en maandagmiddag zat hij bij de radioloog. Ik was op de zaak toen Simon mij belde. Het was de eerste en laatste keer dat ik paniek in zijn stem heb gehoord. Hij zei dat het waarschijnlijk alvleesklierkanker was. Ik heb letterlijk alles uit m’n handen laten vallen en ben naar huis gereden. Simon was realistisch: ‘Er zijn drie opties. Of ik word beter, of ik ben heel lang ziek en word misschien weer beter, of het gaat heel snel en ik word niet meer beter.’ We lagen die nacht met z’n tweeën stil in bed. Eerst was de wereld nog eindeloos kleurrijk en optimistisch, nu was onze wereld verschrompeld tot de essentie van het zijn.

Joost en Simon Beeld Privéfoto
Joost en SimonBeeld Privéfoto

Twee dagen later zaten we bij de oncoloog en zij zei meteen dat het helemaal niet goed was. Het bleek een neuro-endocriene tumor te zijn. Simon vroeg om helderheid: ‘Vertel me maar gewoon hoe het zit. Zoals jij denkt dat het is, daar kan ik wat mee. Je hoeft me niks voor te houden wat er niet is.’ Het was ongeneeslijk en er was maar één behandeling mogelijk en dat was een tijdrekkende chemokuur. Na dat gesprek met de arts waren zijn vader, zijn broer en schoonzus bij ons. Op dat moment was er heel veel verdriet. Zijn vader is 87 en voor het eerst zo lang ik ze ken was zijn vader weer vader. Simon lag letterlijk te huilen in zijn armen.

Daarna gaf Simon het een plek. Hij heeft meteen bepaald wat het voor hem betekende. Wat de toekomst nog zou zijn en hoe die eruit moest zien. Ons toekomstbeeld van reizen naar Japan en Nieuw Zeeland werd helemaal teruggebracht tot de kern; tijd doorbrengen met vrienden en waarde creëren in de dagen die ons nog samen restten. Voor Simon ging het niet om de dood maar om het leven. Simon was een echte techneut; afspraak is afspraak. Heel trouw. Trouw aan mij, trouw aan zijn vrienden, maar ook heel erg trouw aan zichzelf.

Op woensdag zaten we bij de oncoloog en op donderdag zaten we bij de notaris om het samenlevingscontract te regelen. ‘Er is één complicerende factor’, zeiden we, ‘en dat is dat Simon ziek is.’ De notaris vroeg of er een kans was kans dat hij binnen zes maanden dood zou gaan. Simon zei: ‘Ja, die kans is er.’ Waarop de notaris antwoordde: ‘Dan kan ik jullie maar één ding adviseren en dat is dat jullie naar het stadhuis gaan om te trouwen. Want als je binnen zes maanden overlijdt nadat je een samenlevingsovereenkomst hebt gesloten, is Joost voor de fiscus niet de partner. Dan moet hij erfbelasting betalen alsof hij een vreemde is.’ Binnen 48 uur hebben we ons hele huwelijk geregeld, met alles erop en eraan.

Op 18 september had Simon drie dagen chemo, op 23 september zijn we getrouwd. Met dertig dierbaren, het maximaal toegestane aantal, lunchten we in hotel The Grand. We hebben onze gasten toegesproken: ‘We weten wat de uitslag van de wedstrijd is, en toch winnen we hem als we in staat zijn om de dagen te vullen met mooie dingen.’ Wij konden op ons huwelijk vertellen wat de mensen voor ons betekenden, maar wat je van tevoren niet beseft is dat je omgekeerd hetzelfde terugkrijgt. Een enorme hoeveel liefde werd over ons uitgestort. Als je de foto’s bekijkt zie je meer tranen dan normaal op een huwelijk, het was natuurlijk wel emotioneel, maar het was geen droevige dag. Het ging niet over afscheid, we vierden het leven en de liefde.

Tot drie weken voor zijn dood zijn we ieder weekend weggeweest met vrienden. Huisje geboekt, ergens in Nederland. De vrienden met wie we weggingen organiseerden het. We deden niet zoveel; wandelen, eten, spelletjes doen, veel praten. Simon wilde geen liefdesbetuigingen, niet horen hoe bijzonder hij wel niet was. Hij wilde alleen herinneringen ophalen, maar niet zodat hij er sentimenteel van werd. Het moest beslist geen afscheidstournee worden.

Simon had vanaf het begin een euthanasieverklaring. Als mensen vroegen wanneer hij het besluit zou nemen, zei hij: ‘Dat weet ik niet, dat merk ik wel.’ Zolang er waarde in een dag zat, was er voor hem geen reden om te vertrekken. Onze vriendin Marieke vroeg in de laatste week naar zijn gemoed. ‘Het is oké’, antwoordde hij ‘Ik lig in een lekker schoon bed. De waarde van vandaag is een schoon bed.’ Het tweede wat voor hem heel belangrijk was, was zijn zelfstandigheid. Hij kon al die tijd zelfstandig naar de wc, zelfstandig de trap op en besluiten wanneer hij naar bed zou gaan. Op zondagnacht, voor de woensdag waarop hij overleed, kon hij niet meer zelfstandig opstaan. Ik hoefde alleen mijn arm uit te steken zodat hij zich eraan op kon trekken. We liepen ’s nachts samen naar de wc en toen zei hij: ‘Ja, maar zo wil ik het niet.’ En dat herhaalde hij wel tien keer. ‘Zo wil ik het niet, zo wil ik het niet.’

De volgende ochtend kwam onze huisarts om de euthanasie te bespreken. Simon wilde geen bezoek meer, hij wilde geen afscheid nemen. Ik heb toen gezegd dat hij een uitzondering moest maken voor zijn vader, en daarmee ging hij akkoord. Diezelfde middag liep ik met zijn vader de trap op naar boven. Zijn vader zei: ‘Dag jongen’, en Simon zei: ‘Pap, ik kan niet meer.’ Waarop zijn vader antwoordde: ‘Jongen, dat is goed.’ Hij deed dat zo ontzettend liefdevol en vanuit Simon gedacht; heel kort, zonder een gesprek te voeren, alleen maar zijn. Toen hij vertrok heeft hij alleen maar gezwaaid. Naar z’n kind gezwaaid.

De euthanasie zou op donderdag plaatsvinden maar de nacht van dinsdag op woensdag ging het heel slecht. Ik vroeg Simon of de huisarts die dag al moest komen en dat wilde hij graag. De huisarts kon aan het eind van de ochtend maar zei dat ik hem ook alvast twee dormicum kon geven. Ik heb Simon uitgelegd dat hij mocht slapen tot de huisarts kwam. Hij ging rechtop zitten en pakte de twee pillen van mijn hand. ‘Dan nemen we nu dus afscheid’, zei ik. ‘Ja, dit is het dan’, zei hij ‘En dat is goed.’ Hij zei een aantal keer dat hij van me hield en viel toen in slaap. Een paar uur later kwam de huisarts. Het was een warme dood. Ik ben intens verdrietig maar het was ook mooi. Dat komt omdat Simon zo dichtbij zichzelf is gebleven. Vanaf dag één heeft hij bedacht hoe zijn laatste stukje eruit moest zien.’

Meer over