'Toen mijn vader de deur uit was, klaarde het thuis enorm op'

Lieke, socioloog en student communicatiewetenschappen, was opgelucht toen haar ouders op haar 13de scheidden. Ruim tien jaar later moet ze erkennen dat zij niet anders is dan de meeste kinderen van gescheiden ouders waarover ze haar sociologie-proefschrift schreef....

'Kijk, dit is mijn doctoraalscriptie: Doet scheiden lijden? Het effect van een ouderlijke scheiding op het welzijn van kinderen. Het viel me op dat er tot nog toe vooral onderzoek was gedaan naar de financiële aspecten en de gevolgen voor schoolprestaties. Maar ik was benieuwd naar de effecten van echtscheiding op de relatie tussen kinderen en hun ouders. Die bleken inderdaad negatief. Kinderen krijgen vooral problemen met de vader, tenzij de vader de verzorgende ouder is. Bij de moeders maakt dat niet uit: ook als zij degene is die het huis uitgaat, blijft de band meestal wel goed. Ik koos dit onderwerp uit nieuwsgierigheid, maar ook omdat mijn eigen ouders gescheiden zijn. En ja, ik wijk niet af: ook ik heb een goede relatie met mijn moeder, en een minder goede met mijn vader. Sterker nog: op dit moment zie ik hem niet meer.

Ik was een jaar of 13 toen mijn ouders uit elkaar gingen, en ik was opgelucht toen die beslissing, na jaren vol ruzies en spanningen, genomen werd. Mijn vader en moeder waren als water en vuur, ik heb me vaak afgevraagd hoe ze ooit getrouwd hebben kunnen zijn. Mijn moeder reageert primair, is emotioneel, sociaal en ondernemend. Ze was actief in de lokale politiek. Mijn vader is vooral rationeel, werd begrafenisondernemer in Eindhoven en vond die baan zo zwaar dat hij het liefst thuis onderuitgezakt op de bank zat. Daar kon mijn moeder dan weer niet tegen - zij wilde eropuit. Ik zag dat ze niet gelukkig was. Ze is zelfs een tijdje depressief geweest.

Mijn moeder nam uiteindelijk het initiatief voor de scheiding; mijn vader zag wel in dat het zo beter was. Toen hij de deur uit was, klaarde het thuis enorm op. Ik herinner me nog goed dat mijn moeder, mijn broertje en ik in haar Fiat Uno naar Spanje reden en dat ik me bevrijd voelde, omdat we eindelijk de muziek mochten draaien die we wilden horen en de ramen wagenwijd openstonden - van mijn vader moesten ze altijd dicht omdat hij bang was dat hij een stijve nek zou krijgen.

Mijn moeder bleef alleen, mijn vader kreeg een nieuwe relatie, met daarbij de drie kinderen van zijn vriendin. Mijn broertje en ik gingen er eens in de twee weken heen. Mijn vader wilde dat we one big happy family zouden zijn, maar dat sloeg nergens op. Wij pasten helemaal niet bij de kinderen van zijn vriendin. Ik kreeg steeds vaker verschil van mening met mijn vader, en zo rond mijn 16de wilde ik niet langer bij hem blijven logeren. Mijn broertje volgde mijn voorbeeld. Mijn vader deed als reactie daarop niets. Hij belde mijn moeder en vertelde haar dat we niet meer in de weekends wilden komen. Dat was het dan. Hij liet de zorg voor ons voortaan aan mijn moeder. Nooit zal ik vergeten dat hij mij, een paar jaar later, opzocht in de kroeg waar ik toen werkte. Die avond was Resi, een volleybalteamgenootje van me, overleden. Ik begon te huilen en mijn vader vroeg alleen: 'Wie is Resi?' Geen idee had hij, nooit had hij op de tribune gezeten, hij was altijd alleen geïnteresseerd geweest in mijn schoolprestaties.

Ik zag hem steeds minder vaak. Er brak een zware tijd aan. Ik werd depressief. Ik maakte het uit met mijn vriendje met wie ik samenwoonde. Toen ik dat mijn vader vertelde, liet hij weten dat hij de depressie van mijn moeder ook al nooit begrepen had. Intussen bleef hij me bellen, op het dwangmatige af - waar ik geen behoefte aan had, omdat hij zich niet werkelijk kon inleven.

Ik liet hem weten dat ik even geen contact met hem wilde. Hij ging akkoord, maar twee dagen later kreeg ik een sms'je: 'Ik ben vandaag vrij. Zullen we iets leuks doen?' Het klassieke bord voor de kop: had ik eindelijk de moed gehad om een grens aan te geven, ging hij eroverheen, net als vroeger bij mijn moeder. Ik heb er niet op gereageerd. Sinds een paar maanden heb ik helemaal geen contact meer met hem. Mijn moeder begrijpt dat: 'Hij is niks veranderd', zei ze al steeds wanneer ze mij over hem hoorde.

Mijn vader bedoelt het goed, dat realiseer ik me. Hij is geen boeman. Als ik een praktisch probleem had hoefde ik hem maar te bellen en hij stond al voor me klaar. Aan mijn broertje, die nog wel een redelijk contact met hem heeft, vraagt hij steeds hoe het met me gaat. Ik weet ook zeker dat hij verdrietig is dat hij me niet meer ziet - belde hij me maar om dat te zeggen, dat zou al het begin kunnen zijn van een nieuwe start. Mijn vader hoeft geen schuld te bekennen, maar wat ik wél van hem verwacht is dat hij toegeeft dat dingen anders hadden kunnen lopen, dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt, dat hij, ook in emotionele zin, het verleden bespreekbaar maakt.

Maar misschien verwacht ik wel te veel van hem en reken ik op iets wat er niet inzit. Maar hoe dan ook: als we op termijn weer contact zouden krijgen, moet er over en weer flink geïnvesteerd worden in het herstel van de relatie. Ik weet niet of het die investering waard is.

Ik woon nu alleen, ik ben een nieuwe studie begonnen, ik ben nog in therapie - ik heb veel aan m'n hoofd, ik kan mijn vader er op dit moment niet goed bij hebben. Maar zometeen, in december, ben ik jarig, en dan dringt vast die vraag zich op: wat nu? Laat ik mijn vader toe of niet?

N.B.: Dit artikel is op verzoek van een geïnterviewde en na goedkeuring door de hoofdredactie van de Volkskrant geanonimiseerd in november 2016.

undefined

Meer over