'Thuis heerste het grote zwijgen'

Cornald Maas in gesprek met kinderen van gescheiden ouders. Deze week: Anouk van Klaveren, 36, revisor bij een vertaalbureau en freelance vertaler....

‘Mijn moeder heeft altijd alleen maar kwaad gesproken van mijn vader. Hij werd als de boeman afgeschilderd die nooit wat voor ons betaalde, die niet de moeite nam ons te bellen, die niks voor ons deed. ‘Hij houdt niet van jullie’, zei mijn moeder steevast. We gingen wel op bezoek bij mijn vader, en dan ondernam hij het nodige, maar het maffe is: ik ging toch in het verhaal van mijn moeder geloven, ik raakte erdoor geïndoctrineerd – niet zo gek als je elke dag hetzelfde verhaal te horen krijgt. Mijn vader kookte uitgebreid voor ons, las verhaaltjes voor als we naar bed gingen, hield mijn hand vast als we op straat liepen, allemaal dingen die mijn moeder nooit deed. En toch had ik last van gemengde gevoelens.

Gehersenspoeld als ik was, door de verhalen van mijn moeder, dacht ik: wat doe ik hier? Waarom doet mijn vader moeite voor ons als hij toch niet van ons houdt? Waarom doet hij alsof? Dat het wel eens echt kon zijn, wat hij deed, en niet fake, dat kwam niet eens in me op. Pas veel jaren later – ik was toen al ruim 20 – kwam het besef dat het misschien anders was. En pas dit jaar bleek dat wat mijn moeder altijd heeft ontkend toch waar is: dat ze bewust mijn vader heeft zwartgemaakt, om zo haar woede en frustraties af te reageren. ‘Heb ik dat gedaan?’, zei ze als ik ernaar vroeg. Ik dacht dan dat ze het echt niet meer wist. Maar tijdens het huwelijk van mijn zus sprak ik een broer van mijn zwager die zelf aan het scheiden was. Hij vertelde me dat mijn moeder het aan hem had toegegeven. Het was een hele schok voor me, toen ik dat hoorde. Ik heb mijn moeder sindsdien amper nog gesproken.

Ze scheidde van mijn vader toen ik 7 was. Mijn moeder, zus, broertje en ik verhuisden naar Nijmegen. Ik zie mezelf nog zitten, in dat rijtjeshuis in die nieuwbouwwijk, met een transistorradio in de vorm van een grote dobbelsteen, luisterend naar melancholieke liedjes.

Er brak een periode aan waarin ik me alleen voelde, en die periode heeft lang geduurd. Over de scheiding werd niet gesproken. Er werd eigenlijk over niks gepraat: niet over hoe het op school was, niet over hoe het met me ging. Thuis heerste het grote zwijgen. Mijn moeder was er fysiek wel, maar kon er emotioneel niet voor ons zijn. Als ik vragen stelde kon of wilde ze geen antwoorden geven.

Ik spaarde de vragen op en vuurde ze af op mijn vader als ik bij hem was. Mijn moeder had geen contact meer met hem. Als hij ons kwam ophalen moest hij zijn auto een paar straten verderop parkeren, Hij mocht haar niet onder ogen komen, mijn moeder zei dat ze zich kapot schaamde voor hem. Ze wilde zelfs dat we haar achternaam zouden krijgen.

Wij leefden intussen betrekkelijk geïsoleerd. Met haar familie had mijn moeder het contact verbroken. Ik had wel een vriendinnetje op school, maar met haar besprak ik niet hoe ik me voelde. Dat heb ik ook later eigenlijk nooit gedaan. Ik ken ook niemand die dezelfde vragen en twijfels heeft als ik. Mijn zus heeft me nog niet zolang geleden verteld dat ze de verhalen van mijn moeder over mijn vader nooit heeft geloofd. Ik weet niet waarom ik altijd heb gedacht dat die verhalen wel klopten.

Mijn vader ben ik met enige regelmaat blijven zien. Toen ik 15 was, kreeg hij kanker. Twee jaar is hij ziek geweest, en toen hij niks meer kon en bijna dood was, heeft mijn moeder besloten om hem in huis te halen. Ik snapte daar niks van: waarom zou je de vijand – want dat was hij voor haar – in huis halen? Maar ik vroeg niks, en er werd ook niks uitgelegd. Een week heeft hij nog geleefd en mijn moeder heeft gezegd dat ze, de avond vóór hij stierf, nog een fijn gesprek met hem heeft gehad. Ze wilde niet zeggen waarover.

Kort na zijn dood emigreerde mijn moeder naar Turkije, waar ze negen jaar zou blijven. Ze had het helemaal met Nederland gehad. Mijn broertje ging mee, tegen zijn zin. Zelf voelde ik eindelijk de vrijheid, al duurde het nog behoorlijk lang voor ik mijn leven een beetje in balans had.

Sinds twee jaar ben ik getrouwd. Mijn man is lief voor me en geeft me veel aandacht, dus ik moet constateren dat hij van me houdt. Maar ook hoor ik steeds dat stemmetje dat het misschien niet zo is – een erfenis van het gedrag van mijn moeder. Moeite heb ik met aanraken, spontaan zijn, knuffelen. Kinderen wil ik niet. Veel te bang ben ik dat ik net zo afstandelijk zal zijn als mijn moeder, en ze geen liefde kan geven. Bang ben ik ook dat ik net zo wraakzuchtig zal zijn als zij, mocht het tot een scheiding komen. Dat zou ik mijn kinderen nooit willen aandoen.

Mijn vader heeft nooit iets kwaads over mijn moeder gezegd. Maar zij houdt tot op de dag van vandaag vol dat mijn vader niet in staat was om van iemand te houden, en dat ze dat ook bevestigd heeft gekregen door een psycholoog. Het is nu te laat, omdat hij niet meer leeft, maar wat zou ik het hem graag hebben gevraagd: of mijn moeder de waarheid sprak, of dat hij wel degelijk van ons gehouden heeft. Maar misschien is dat ook wel een vraag die je niet aan je ouders stelt. Ik heb met eigen ogen gezien dat hij veel voor ons over had. Daaruit zou ik op zijn minst moeten afleiden dat hij om ons gaf. Maar zodra ik dat denk slaat ook de twijfel weer toe: misschien had hij toch last van emotionele beperkingen, misschien heeft hij nooit van mij gehouden.’

Meer over