Theaterwereld reageert verbaasd op Nobelprijs Dario Fo Een lieve, warme, clowneske, blauwogige, Italiaanse reus

Het is dankzij het echtpaar Pleuni Touw/Hugo Metsers dat het Nederlandse theaterpubliek nog iets van het toneelwerk van Dario Fo te zien heeft gekregen....

Van onze verslaggever

Hein Janssen

AMSTERDAM

Donderdag werd bekend dat Fo de Nobelprijs voor de literatuur krijgt voor zijn toneelwerk. De keuze voor Fo was niet alleen in de Zweedse Academie omstreden, maar ook in theaterkringen werd verbaasd op het nieuws gereageerd. Dat de jury van de Nobelprijs juist voor Fo kiest, mag voor dit hoogbejaarde gezelschap wellicht een revolutionaire daad zijn, Fo's toneelstukken horen zo bij één enkele periode (de jaren zeventig) en zo bij het sociale, culturele en politieke klimaat in één bepaald land (Italië) dat de eeuwigheidswaarde van zijn werk maar moeilijk te verdedigen is.

Fo's toneelstukken zijn voor het grootste deel wegwerpstukken, geschreven als satirisch commentaar op situaties en personen in Italië, die inmiddels allang van het toneel verdwenen zijn. Slechts een paar van Fo's teksten zijn het waard om nog steeds gespeeld te worden, zoals Mistero Buffo (1969), De ongelukkige dood van een anarchist (1970), Betalen? Nee! (1974) en zijn Vrouwenstukken als Open Huwelijk en Een vrouw alleen. Maar zelfs die stukken zijn tekstueel geen meesterwerk, en moeten het hebben van een fantasievolle regie en acteurs die weten wat komediespelen is.

Dario Fo (1926) begon zijn theatercarrière met satirische revues in kleine cabarets. Samen met zijn vrouw, de actrice Franca Rame schreef, regisseerde en speelde hij toneelstukken die met een vette knipoog het reilen en zeilen van de machthebbers aan de kaak stelden. Het theater van Fo is altijd volkstheater gebleven, in de beste zin van het woord - theater van en voor gewone mensen.

Fo's belangrijkste inspiratiebronnen waren de Italiaanse theatergeschiedenis zelf - en dan vooral de commedia dell' arte met zijn clowneske archetypen - en de actuele situatie in zijn land. Hij was lid van de communistische partij en voerde zijn stukken het liefst op in fabrieken en op pleinen. Het toppunt voor Fo was het moment waarop de arbeiders in de fabrieken op de tafels klommen en al joelend en stampend van hun instemming getuigden. Alle heilige huisjes gingen dan omver: de kerk, de paus, de politici, de bourgeoisie en de groot-industriëlen. Fo pleitte in zijn stukken ook voor een vrijere seksuele moraal. Sterk beïnvloed door zijn vrouw die uitgesproken feministische ideeën had, schreef hij misschien wel zijn beste stuk, de eenakter Een vrouw alleen.

In Nederland is nauwelijks sprake van een traditie in Fo-opvoeringen, vermoedelijk omdat zijn werk zo sterk verbonden is met de katholieke levensstijl en haaks staat op het calvinisme. Hier is ook de traditie van commedia dell' arte, clownerie en buitelende plaagstootjes niet erg groot.

Actrice Pleuni Touw, een van de weinigen die in Nederland Fo speelde, denkt dan ook met sombere gedachten aan die tijd terug. 'De verhaallijntjes bij Fo zijn zo dun, daar moet je allerlei opsmuk tegenaan gooien, en juist die stijl beheersen we niet. Zonder die versiering is het allemaal flinterdun. Ik ben dan ook tamelijk verbijsterd over het nieuws dat Fo juist voor deze stukken de Nobelprijs voor literatuur krijgt.'

Wel gelukkig is Jan Decleir, de grote Vlaamse acteur die met het Antwerpse gezelschap Internationale Nieuwe Scène een legendarische voorstelling maakte van Fo's Mistero Buffo en later de solovoorstelling Obscene Fabels speelde. 'Ik ben altijd gelukkig als mijn vrienden met cadeautjes worden bedeeld. Wat Hugo Claus betreft moet men dan ook niet te lang meer wachten. Fo is inderdaad lange tijd niet veel gespeeld, maar ik hoop dat door deze prijs zijn werk wat meer in de belangstelling komt. Veel van zijn maatschappij-kritische stukken zijn terecht verdwenen, maar met name zijn epische stukken als De Tijger en Andere Verhalen en zijn fabels zijn zeker nog speelbaar. Belangrijker dan de schrijver Fo is de mens: een lieve, warme, clowneske, blauwogige Italiaanse reus.'

Een andere vriend van Fo is de Amsterdamse Fo-vertaler Frans Roth, die hem afgelopen zaterdag nog sprak en toen al wist dat Fo eerste op de lijst van kandidaten stond. 'Dario Fo en ik kennen elkaar goed sinds ik vertaler van zijn stukken ben, we bezoeken elkaar regelmatig. Ik ben het er niet mee eens dat zijn stukken gedateerd zouden zijn. Sommige wel natuurlijk, maar zijn epische verhalen waarin hij opkomt voor de zwakkeren zijn nog steeds actueel. Wat dat betreft zou hij in Nederland, in dit ver-Kokte land met die nieuwe armoede, nog prima gespeeld kunnen worden.'

Dragan Klaic, directeur van het Theater Instituut noemt de keuze voor Fo 'bizar en zeer verrassend, maar ook leuk voor het theater'. Klaic: 'Fo is geen schrijver, maar een showman, een performer. Hij schreef al die stukken alleen maar om zelf te kunnen spelen, om tussen zijn volk te kunnen zijn, en echt niet voor een plaatsje in de literatuur. Deze Nobelprijs is een opmerkelijke bekroning voor het volkstheater van Fo.'

Mag zijn toneelwerk in Nederland niet zo geliefd zijn, het publiek kent Fo hier vooral als regisseur van twee buitengewoon vrolijke producties bij de Nederlandse Opera: Il barbiere di Siviglia en L'Italiana in Algeri. Operadirecteur Jan van Vlijmen trok in 1986 in zijn 2-Chevaux de Italiaanse bergen in om Fo over te halen naar Amsterdam te komen. Dat werden nog moeizame onderhandelingen, want liever bleef Fo in de bergen waar hij cursussen commedia dell'arte gaf. Uiteindelijk kwam hij toch, naar verluidt voor een gigantisch salaris van 250 duizend gulden. De ex-communist Dario Fo was toen al duidelijk met zijn tijd meegegaan.

Meer over