Taboe op gezinsleed moet stuk

Moniek Merkx roept de toorn van ouders over zich af met zwart sprookje over ongelukkige kinderen die hun droom volgen..

Moniek Merkx

Vanmorgen hoorde ik op de radio dat een ouderpaar had geklaagd bij de schoolleiding dat hun kind zomaar op school z'n jas had uitgetrokken bij het buitenspelen.

Deze ouders eisten strenger toezicht van de leerkrachten en de school besliste daarna dat alle kinderen voortaan hun jas moesten aanhouden tijdens het speelkwartier. En het was geen 1 april. Wat moet je hier nu mee? Zulke ouders, dat is toch om je voor te schamen. Aan dit soort alles overheersende en verstikkende neigingen van ouders erger ik me. Ik had zin om kinderen op te roepen hun eigen plan te trekken. Dat deed ik in De verschrikkelijke stiefmoedershow.

Deze kindervoorstelling toont op een groteske manier ouders die erg met zichzelf bezig zijn en raadt kinderen aan hun dromen te volgen. Kinderen genieten over het algemeen zichtbaar van de voorstelling. Van de ouders kreeg theatergroep Max. echter meer verontwaardigde reacties dan bij eerdere toneelstukken. Slechte ouders op het toneel laten zien is niet gewenst. Maar waarom zouden we niet aan onze kinderen mogen laten zien dat we klungelen. Waarom mogen we niet toegeven dat we fouten maken? Ik begrijp dat niet, maar merk wel dat de behoefte van ouders aan controle heel groot is.Om deze show te maken ging ik samen met de acteurs van theatergroep Max. op zoek naar moderne verhalen over lastige volwassenen. We plaatsten overal in Delft oproepen aan kinderen en volwassenen om ons verhalen te sturen over hun ervaringen met stiefmoeders en andere kwelgeesten. Ik zocht naar verhalen, ervaringen, anekdoten die beschrijven hoe volwassenen een kinderleven zuur kunnen maken. Niet alleen stiefmoederverhalen, ook alle soorten gemene meesters, vaders, buurmannen waren welkom. Maar het feit dat het project stiefmoederverhalen heette leverde ons op onze website op voorhand al kritische geluiden van verontruste stiefmoeders op: 'Er zijn ook echt wel leuke stiefmoeders, waarom moeten wij er altijd weer van langs krijgen, zo krijgen we nooit een kans.'

Eerst kwamen de kinderverhalen. We hadden niet om de waarheid gevraagd. Ze mochten wat ons betreft ook hun fantasie gebruiken, als ze ons maar vertelden over streken van rottige volwassenen. Dat laatste deden de kinderen naar hartelust. Ze schreven de meest gruwelijke verhalen waarin kinderen werden bestookt met slavenarbeid en lijfstraffen door meesters maar ook opvallend vaak door stiefmoeders. Ze kregen dagen geen eten of moesten dingen eten die ze niet lusten. Ze werden harteloos gepest of moesten naakt voor de klas staan en opvallend vaak waren er in hun verhalen vaders die thuiskwamen van het werk en die niet geloofden dat de kinderen ergens problemen mee hadden. Natuurlijk allemaal niet echt gebeurd, maar als ik toch iets van al die verhalen moest geloven, zijn er nog steeds veel kinderen die lijden onder Assepoestergevoelens en andere sprookjesachtige angsten.

Een paar jaar geleden las ik voor het maken van een sprookjesvoorstelling alle verhalen van de gebroeders Grimm. Toen al viel me op hoeveel boze moeders en stiefmoeders in die verhalen rondlopen. De vaders zijn meestal afwezig of kunnen helemaal niet op tegen die ontevreden moeders. Of het nu Sneeuwwitje, Assepoester, Rapunzel of Hans en Grietje is, altijd is de (stief-) moeder de motor van alle ellende die het kind overkomt. Altijd zijn het vrouwenfiguren die het speciaal moeilijk hebben en altijd moeten er daarom kinderen geofferd worden. Zou dat in moderne gezinnen nog steeds zo zijn? Blijkbaar hadden de kinderen die ons schreven erg veel van deze sprookjes gelezen en zochten ze in allerlei toonaarden naar moderne varianten van deze verhalen. In de meeste kinderverhalen ging het, zoals in de bekende sprookjes, over elementaire angsten: over niet gehoord, vernederd en in de steek gelaten worden. Met dat verschil dat deze kinderverhalen zich niet in donkere bossen maar op schoolpleinen en in huiskamers afspeelden.

Daarna volgden de opgeschreven verhalen van de volwassenen. We nodigden een aantal van hen uit voor een gesprek. Deze keer ging het ons minder om fantasieën maar meer om een terugblik van volwassenen op hun kinderleed. En ja, dan hoor je veel leed. Een paar volwassenen vertelden ons gruwelijke verhalen, bijvoorbeeld over stiefvaders die vroeger bij hun in bed kropen of over ouders die hun dochter thuis hielden om voor hen te zorgen. Uit dit materiaal konden we geen familievoorstelling maken. Deze werkelijkheid was veel te erg Wat mij verder opviel was dat volwassenen die terugkijken op de scheiding van hun ouders het opvallend vaak hebben over stiefmoeders die er alles aan doen om de centrale rol in het gezin te bemachtigen. Zij wilden de kinderen van hun man naar hun eigen model opvoeden. De klassieke stiefmoeder aanname lijkt: als je zorgt voor de kinderen van een ander, moet je de macht over ze hebben. En deze generatie vaders gaf die macht blijkbaar snel uit handen. De volwassenen die ik sprak waren over het algemeen zeer ongelukkig over de gebrekkige rol van hun vader: 'Mijn vader werd onbereikbaar, greep nooit in, koos altijd partij voor haar'.

Ik sprak ook met vrienden die nu zelf stiefouder zijn. Een vriendin die geen kinderen heeft maar sinds kort wel een man met kinderen, geeft openlijk toe dat het onmogelijk is om die man ooit voor zichzelf te hebben. De kinderen gaan altijd voor: 'ik weet niet of ik dit volhoud.' Een andere vriendin geeft eerlijk toe dat het behoorlijk moeilijk, zo niet onmogelijk is om even veel van je eigen als van zijn kinderen te houden. Vaak hoor ik dat stiefmoeders in concurrentiestrijd zijn met de kinderen om de aandacht van de vader te winnen. Ik hoor over verdeel-en-heers-stiefmoeders, vrouwen die vaders met het mes op de keel vragen voor haar te kiezen: 'Als hij van mij houdt moet hij dat ook laten zien. Hij moet openlijk voor mij kiezen, ook tegenover z'n kinderen.' Moderne stiefmoeders klagen:

'ik ruim altijd de rotzooi op, maar als het er op aankomt heb ik niets te zeggen.' Ze krijgen minder vaak de macht dan vroeger maar ze lijken er nog steeds naar te verlangen.

Moderne vaders lijken laconieker over de opvoeding van hun (stief-) kinderen (of ze zijn minder openhartig). Maar ze zeggen ook eerder: 'Mijn kind moet gewoon accepteren dat ik een nieuwe vriendin heb, daarmee uit.' En ze laten vervolgens nog steeds een behoorlijk deel van de opvoeding over aan hun nieuwe vrouw.

Er begonnen zich patronen af te tekenen. Ik legde de Grimm-sprookjes op de verhalen van de moderne gezinnen. Er was geen sprake van een grondig onderzoek, maar na pak weg vijftien gesprekken ontstond er toch een aantal theatrale archetypen. De vaders waren nog steeds vaak laf of afwezig.

Niet altijd letterlijk maar wel vaak emotioneel, althans als ik de (stief-) moeders moest geloven. En de stiefmoeders waren nog steeds jaloers en in concurrentie met de kinderen. Niets nieuws onder de zon. Het klinkt allemaal heel clichématig maar deze zwart-wit analyse leek nog steeds niet uit de mode, als ik mijn gesprekspartners mocht geloven.

Ik besloot om de ouders in de voorstelling zo zwart-wit te houden als ze op mijn weg kwamen. Inmiddels begreep ik waarom dat met sprookjesfiguren ook altijd gebeurt. Een slechte stiefmoeder moet openlijk kunnen toegeven dat ze groen van jaloezie ziet, dan kan er daarna een goede fee komen die het kind fijntjes leert om op zijn eigen kracht te gaan vertrouwen.

Beide kanten zijn, als het goed is, in de werkelijkheid in een en dezelfde (stief-) ouder aanwezig, maar de kracht van sprookjes is juist dat zwart zo duidelijk zwart is. Ouderlijk gedrag wordt op die manier eenvoudig begrijpelijk gemaakt voor kinderen. Psychologische gelaagdheid, dubbele boodschappen en twijfel is voor kinderen -en voor mezelf trouwens soms ook nog steeds -vaak moeilijk te begrijpen. Ik wilde simpele mechanismen van wangedrag tonen.

Verder is er een ander voordeel aan het sprookjesachtige zwart-wit denken: je kunt je aan het einde van het verhaal openlijk ontdoen van de boosdoeners. In de Grimmsprookjes wordt er altijd behoorlijk hardhandig afstand gedaan van die zwarte figuren: ze moeten branden, krijgen pek, of verpieteren van armoede, hoe duidelijker iemand slecht is, des te ongegeneerder je kunt besluiten wraak te nemen.

Ook dit goede Grimm-gebruik nam ik over voor het einde van de show. Een stiefmoeder wordt in een wraakfantasie gekookt en een moeder wordt in een goochelact doormidden gezaagd. Dit werd me niet in dank afgenomen. Deze symbolische daad werd vaak niet geaccepteerd door de ouders.

Ik stelde me voor dat sprookjes zo helder in een stramien geschreven zijn om op een begrijpelijke manier aandacht te vragen voor alle negatieve gevoelens die spelen tussen kinderen en ouders. Ouders zijn nu eenmaal niet altijd toegewijd en behulpzaam en iedereen heeft wel eens zin om zijn moeder achter het behang te plakken, niks mis mee, lijkt me. Sterker nog, volgens mij is het bij tijd en wijle zelfs belangrijk om toe te geven dat je wraakfantasieën hebt, ook voor kinderen. Dat lucht op.

Alleen, en dan komt het ingewikkeldste van het verhaal, kinderen hebben ouders natuurlijk wel nodig. Dat je de stiefmoeder in het vuur wilt laten branden betekent nog niet dat je je ouders kwijt wilt. Sterker nog, kinderen zijn in de werkelijkheid juist tot in het oneindige loyaal. Alle volwassenen met wie ik heb teruggekeken naar hun (stief-) kindertijd hebben het over hun schuldgevoel. Ouders hebben het in hun ogen pas echt zwaar, die huilen, die maken ruzie, zijn woedend en het kind begrijpt er niets van. Die kinderen probeerden zo goed mogelijk voor hun ouders te zorgen, in te gaan op hun eisen en de meest ingenieuze verdwijntrucs te leren.

Ik dacht dat ik alleen al hierom wel af en toe mocht tornen aan de absolute macht van ouders, met hun niet aflatende stroom van opvoedkundige correcties. Maar als het over kinderen gaat weten ouders altijd het beste welke verhalen goed voor ze zijn. Het lijkt hun plicht te zijn kinderen roze wolken voor te houden.

De verteller in de show heeft de volgende tekst: dit verhaal gaat over families, over een groepje rommelige families, niet over jullie eigen familie want die is netjes en op orde, niet over de mensen die naast jullie zitten, want daar is, zo te zien, ook helemaal niks mis mee.... Bij voorstellingen met een zaal vol alleen maar kinderen wordt op deze tekst altijd hardop gereageerd in de trant van 'Nou bij ons is het ook vaak een rotzooi hoor!' Zodra er ook ouders in de zaal zitten horen we deze reactie nooit.

Het onderwijzend personeel, doorgaans ons meest behoudende publiek, is enthousiast over De verschrikkelijke stiefmoedershow en zegt volmondig: 'Heerlijk, herkenbaar, goed dat dit bespreekbaar wordt, erg leuk voor de kinderen en ook voor ons.' De kinderen, hun tantes en vrienden reageren uitbundig, lachen veel. De kinderen komen vrolijk na de voorstelling vertellen dat ze ook gescheiden ouders hebben. Ze lijken zich gezien en zelfs getroost te voelen. Tegen de boze stiefmoeder roepen ze brutaal: 'jij moet weg, jij bent stout!' Ze zijn gesterkt.

Uiteindelijk blijken vooral de ouders niet bestand te zijn tegen onze oproep aan kinderen 'om de macht te grijpen'. In het beste geval herkennen ze iets, stellen ze zichzelf vragen en genieten dus. In de andere gevallen worden we opgeroepen dit schandelijke evenement per omgaande te staken. Er zijn moeders boos omdat er een stiefmoeder doorgezaagd wordt:

'Jullie roepen kinderen op tot wraak!' Er is geen begrip voor de metafoor. Vaders vragen zich bezorgd af of dit nu wel goed is voor kinderen: 'Je bezorgt kinderen nachtmerries.'

Terwijl kinderen zelf die signalen totaal niet afgeven. Waarom kijken die ouders niet naar hun kinderen? 'Zo erg is het toch niet met ons, ouders?' vraag ik me geschrokken af. Het lijkt erop dat ouders deze keer gerustgesteld willen worden. Ons stripachtige, zwarte sprookje biedt deze ouders niet voldoende troost en onder het mom van: dit is niet goed voor de kinderen, lijken ze zelf te hunkeren naar een feel good verhaal.

Misschien herinneren ze zich iets van de pijn uit hun eigen kindertijd en willen ze daar niet mee worden geconfronteerd. Misschien is de schaamte over hun eigen gedrag te groot. Misschien is het verlangen het goed te doen zo groot, dat ze het falen niet onder ogen durven te zien. In ieder geval ligt het heel gevoelig om aan kinderen laten zien dat niet ieder gezin gelukkig is. In sprookjes mogen ouders slecht zijn, maar zodra op het toneel 'echte' slechte ouders te zien zijn, moet er worden gecensureerd. Ouders hebben het sprookje van het gelukkige gezin blijkbaar hard nodig.

Meer over