'Swieb', de Broerenstraatclochard, is dood

De Arnhemmers die hem kenden weten het zeker, de ophef over zijn dood had Gerard Puntman (53) zelf niet op prijs gesteld....

Zeven jaar lang was Van der Heijden getuige van de dagelijkse routine van Puntman, alias 'Swieb', de bekendste zwerver van Arnhem. Hoe hij zich 's avonds, aan de overkant onder een afdakje bij de parkeergarage opmaakte voor de nacht. Hoe hij in zichzelf gekeerd uren over zijn fiets hing.

Hoe hij vooral bezig was met zijn voornaamste activiteit, eten. Meer dan 120 kilo woog de clochard van de Arhemse Broerenstraat. Zijn stadgenoten kenden hem vooral als de kolos, die stotterend om een gulden vroeg. Dat deed hij als zijn uitkering op was, weet Van der Heijden. 'Niemand had last van die man. Hij sloeg alle hulp af. Alleen als het terras uit stond, vroeg ik hem weleens weg te gaan omdat hij zo stonk.'

Gerard Puntman is dood. Hij stierf in de avond van 28 december, nadat hij zwaar onderkoeld in het Rijnstate-ziekenhuis was binnengebracht. De wijkagent had hem half ontkleed aangetroffen tegen een gesloten ingang van het politiebureau. Een paar dagen later werd Puntman in opdracht van de gemeente gecremeerd, zonder familie zonder vrienden.

Er zouden weinig woorden aan zijn verscheiden zijn vuil gemaakt, als de kolossale zwerver in de nacht van eerste op tweede kerstdag al niet eerder in het Rijnstate was afgeleverd. Tijdens een kerstbijeenkomst voor thuis- en daklozen in de Walburgiskerk was Puntman onwel geworden. Maar eenmaal in het ziekenhuis weigerde hij elke behandeling.

Hij wilde alleen blijven slapen, maar dat was niet toegestaan. Omdat het personeel en een beveiligingsbeambte van het ziekenhuis de zwerver niet konden bewegen te vertrekken, werd de politie ingeschakeld. 'Een standaardprocedure in zo'n geval', aldus Luc Rademakers van het Rijnstate.

Over wat er toen is gebeurd, bestaat veel onduidelijkheid. 'Wij vermoeden dat die verwijdering niet volgens de regels van de kunst is gebeurd', is het enige dat Rademakers kwijt wil. Het ziekenhuis houdt een intern onderzoek naar de gebeurtenissen op 28 december en deze week werd bekend dat de rijksrecherche het gedrag van de agenten onder de loep neemt.

Een vergelijking met de gang van zaken rond de dood van de thuisloze Adry van Driel dringt zich op. Van Driel overleed in 1997, nadat hij door agenten van het bureau Warmoesstraat in Amsterdam buiten was gezet. Hun wordt door justitie dood door schuld ten laste gelegd. Ze komen in februari voor.

Het verband tussen de gebeurtenissen in het Rijnstate en het overlijden van Puntman twee dagen later is veel minder duidelijk. Vast staat dat de beveiligingsbeambte intussen thuis zit en de twee agenten tijdelijk van straatdienst ontheven zijn.

Gisteren beweerde politievoorlichter Jos Rouwen in het dagblad De Gelderlander dat bij de uitzetting geen geweld is gebruikt. Tegenover de Volkskrant weigerde het korps dat 'hangende het onderzoek' te bevestigen. De betrokken agenten, een man en een vrouw, hebben een uitstekende reputatie.

Wim Willemsen vindt het nogal wat dat er nu drie mensen in hun rats zitten voor een man die zelf altijd alle medewerking weigerde. Willemsen heeft Puntman leren kennen als een zwakbegaafde man, die vol overtuiging had gekozen voor een leven als clochard. Voor zover er sprake kon zijn van leren kennen.

Willemsen: 'Wij vergeleken hem weleens met een oester, die alleen openging voor mensen die hij op dat moment kon gebruiken.' Gratis voedsel nam hij niet aan. Daarom legde het personeel van Chez Armand de overgebleven etenswaar in folie op de vuilnisbak. Daar pakte Puntman het wel weg.

In het café hangt zelfs een schilderij van 'Swieb' van de schilder Denny Jacobs. Willemsen heeft de laatste dagen meer aanloop van mensen die het willen bewonderen. En hun sterke verhalen kwijt willen over de zwerver; over zijn welgestelde afkomst of over zijn familie die nog zou bestaan.

De Arnhemse politie heeft die in elk geval niet kunnen vinden. Puntman werd in alle eenzaamheid gecremeerd. Daarmee ging ook de mogelijkheid voor nader onderzoek van het lichaam verloren. Rob van der Heijden heeft Puntman nog gezien de avond voor zijn dood, dus een dag na zijn omstreden verwijdering uit het Rijnstate. Hij was spiernaakt.

'Dat was hij vaak, zelf in de koude winter van 1997', zegt Van der Heijden. 'Ik dacht nog: misschien is hij in het ziekenhuis gewassen. Zonder die dikke laag vuil op zijn lijf was hij veel kwetsbaarder.'

Meer over