Stop de vorming van islamitische zuil

Er mag geen islamitische zuil ontstaan, zegt Hamza Yildiz. Zelf zijn Nederlanders ook blij dat ze ontsnapt zijn aan de benauwenis van de oude zuilen....

Om historische redenen kunnen groepen in Nederland, in vergelijking tot de rest van Europa, in rap tempo een zuil tot stand brengen. Islamisten, zoals de Turkse Milli Görüs, zijn bezig om op vele terreinen instituten voor de eigen achterban op te richten. Indien in dit tempo wordt doorgegaan is het onvermijdelijk dat binnen enkele jaren een islamitische zuil tot stand zal zijn gekomen.

Op zichzelf is er geen grotere bedreiging voor een leefgemeenschap dan verzuiling. Verzuiling is niets anders sektarisme. Sektarismeleidt tot verbrokkeling, wantrouwen jegens elkaar, non-communicatie en tot niet solidair gedrag. In Nederland heeft dit sektarisme niet geleid tot een explosie van geweld, maar de traditionele zuilen leefden wel langs elkaar heen.

Na de Tweede Wereldoorlog bleek wel dat verzuiling niet de meest gewenste leefvorm was. Zodra de economische welvaart toenam, ontdeed de bevolking zich van de last van de zuil. Voortaan wilde men zijn leven zelf richting geven.

De zuilen boetten aan kracht in. Omdat niemand meer bang was voor de macht van de zuilen liet men hun infrastructuur voor wat die was. Eigenlijk had men de resten van de verzuilde maatschappij moeten afbreken. Ze hadden opgeruimd moeten worden en opgesloten in een kluis.

De twee elementen die zorgden voor ontzuiling – de economische welvaart en culturele vrijheid-– zijn nog steeds in Nederland aanwezig. Hoe kan het dan dat er een dreiging bestaat van het ontstaanvan een nieuwe zuil?

Na drie generaties is het in de meeste gezinnen uit de etnische minderheden nog steeds gewoon dat de kinderen met een taalachterstand de school beginnen, omdat een van de ouders een gei¿mporteerde huwelijkspartner is en dus de noodzakelijke bagage mist. Nog steeds komt ongelijke behandeling en mishandeling van vrouwen voor omdat de vrouwen simpelweg niet weten waar en hoe ze hulp moeten zoeken en mannen daar gretig gebruik van maken.

De conservatieve krachten uit de etnische minderheden hebben ten doel alles bij het oude te houden omdat ze bang zijn voor het nieuwe. In de Nederlandse context betekent het nieuwe de westerse culturele invloeden.

Als geen ander weten Nederlanders wat een gei¿nstitutionaliseerde zuil met eigen regels betekent: eigen scholen, eigen omroep, eigen krant, eigen vakantieoorden, eigen buurthuizen. Als je maar contact met de ander mijdt, dan is het goed.

Een islamitische zuil ontbeert historische wortels in Nederland. Het zal een zuil zijn van teleurgestelde jonge mannen en onderdrukte vrouwen die net uit het Rifgebergte zijn overgevlogen en die altijd met de gedachten in het land van herkomst zullen leven. Aansluiting met de maatschappij waarin men leeft en waarvan men leeft zal niet de eerste prioriteit hebben. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling als men bedenkt dat over niet al te lange tijd een substantieel deel van de bevolking in de grote steden uit etnische minderheden zal bestaan.

Wat voor de individuele Nederlander geldt, geldt ook voor een individueel lid uit een etnische minderheid. Hij of zij wil het eigen lot bepalen en zo min mogelijk controle van buiten af hebben. Ook allochtonen willen niet met z'n allen in een wijk wonen. Ze willen niet horen dat het hoogst haalbare voor hun kind het vmbo is. Een jonge, goed opgeleide Marokkaanse vrouw wil niet uitgehuwelijkt worden aan een ongeletterde boerenzoon.

De politiek, inclusief het CDA en de PvdA, moet de vraag aan zich zelf stellen of zij de migrant toestaat over zijn of haar eigen lot te beschikken? Of zij bereid is bepaalde oude instituten die niet meer van deze tijd zijn op te geven?

Willen we dat etnische minderheden emanciperen dan is een islamitische zuil niet gewenst. Daarom moet zo snel mogelijk worden begonnen met het afbreken van de infrastructuur voor een zuilenmaatschappij. Op de eerste plaats dient artikel 23 van de Grondwet te worden herzien. Gekozen kan worden voor een uitsterfbeleid met betrekking tot het bijzonder onderwijs. De huidige bijzondere scholen hebben historischbestaansrecht. Laat ze in stand, maar verbied de oprichting van nieuwe bijzondere scholen. Daarnaast dienen de bijzondere scholen het recht te worden ontnomen leerlingen op levensbeschouwelijke gronden te kunnen weigeren. Dat is niet meer van deze tijd en leidt tot discriminatie. De scholen die dat willen volhouden zouden geen recht op de Rijksbijdrage mogen hebben. Het is geen 1917 meer.

De overheid kan de vorming van een islamitische zuil actief tegen gaan, door geen nieuwe bijzondere scholen meer toe te staan, en door bestaande scholen te verplichten om iedereen toe te laten. Dan pas laat de politiek zien dat het de emancipatie van etnische minderheden belangrijk vindt. Een onverschillige houding jegens migranten, zoals dat in het verleden vaak is gebeurd, kan alleen betekenen dat men niets voor de moderne verschoppelingen der aarde voelt.

Meer over