Stijve Van Aartsen kent zijn dossiers

Minister J. van Aartsen van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij verdedigt deze week zijn begroting in de Tweede Kamer. Zijn collega's van het kabinet-Kok zullen de komende maanden aan de Kamer verantwoording afleggen....

DE MINISTER VAN VIS, vlees, groenten, zee en bos houdt niet van vlees. Hij eet het, maar als hij mag kiezen, neemt hij liever vis. Jozias van Aartsen is daarentegen dol op de natuur en trekt er graag op uit.

Soms neemt hij de fiets om van zijn huis naar het ministerie te gaan. Dat kan goed, want niemand herkent de minister. Zelfs toen de mestwet in de Tweede Kamer werd behandeld en boze boeren het departement belegerden, liet hij een keer de dienstauto staan en kwam hij ongedeerd binnen.

Het ministerschap van Van Aartsen is gedomineerd door de gekkekoeienziekte en de varkenspest. De bewindsman heeft die crises als een behoedzaam manager behandeld.

Hij kondigde bij de BSE direct ingrijpende maatregelen af. Het vlees verdween van de schappen. Bij de varkenspest reageerde de minister trager, voorzichtiger. Het duurde weken voor hij een fokverbod afkondigde. Zijn adviseurs waren woedend over die trage besluitvorming. Van Aartsen verdedigde zich: ingrijpende besluiten moeten zorgvuldig worden genomen. Toch verweet de Kamer hem dat hij achter de feiten aan rende.

De twee veeziekten die het land teisterden, beperkten Van Aartsen in zijn bewegingsvrijheid. Hij had nauwelijks tijd eigen beleid te ontwikkelen. De gekkekoeienziekte met de BSE-crisis hield hem in 1996 goeddeels van de straat, en dit jaar was het de varkenspest die het gewone regeren onmogelijk maakte.

Het Europese voorzitterschap kostte ook al veel tijd, maar leverde weinig tot de verbeelding sprekende successen op. Dat kan ook haast niet, want het Europese landbouwbeleid is een zaak van lange adem. Snelle succesjes zijn zeldzaam.

Met de mestwet had de minister wel kunnen scoren, maar daar liep het slecht mee af. Van Aartsen trotseerde het boerengeweld buiten de zaal, maar week uiteindelijk voor druk uit de Kamer. De wet werd op belangrijke punten afgezwakt, en de gewraakte mestboekhouding werd op minder stringente wijze ingevoerd dan Van Aartsen wilde.

De minister slikte de aanpassingen zonder een krimp te geven. Uiterlijk onaangedaan incasseerde hij de kritiek van de Kamer. Dat is typerend voor Van Aartsen. In de vier jaar van zijn ministerschap viel hij niet één keer uit zijn rol van de bedachtzame, afstandelijke bewindsman. Iedereen mag over hem heen vallen, Van Aartsen blijft hoffelijk, een beetje stijf zelfs. Hij herhaalt gewoon zijn standpunten, desnoods tegen beter weten in.

Die houding maakt debatten met de bewindsman saai. Zelfs een erkende zuiger als het Limburgse CDA-kamerlid Van der Linden slaagt er niet in de VVD'er van zijn apropos te brengen. Ook VVD-kamerlid Blauw, die zich al jaren gedraagt alsof hij de enige echte minister van Landbouw is, krijgt steevast vriendelijk antwoord. In het kabinet geldt Van Aartsen als een goede vakminister, zonder veel politieke profilering.

De minister weet wel waarover hij praat, kent zijn dossiers, om een geliefde Haagse terminologie te gebruiken. De herstructurering van de glastuinbouw, het inkrimpen van de varkenshouderij, de overbevissing van de Noordzee of de opwaardering van de Ecologische Hoofdstructuur, Van Aartsen wekt de suggestie dat je hem midden in de nacht wakker kunt maken voor een glashelder referaat.

Hij beheert zijn departement als een goed huisvader, maar komt niet met grootse wetgeving. De omstreden Flora en Faunawet (de opvolger van de jachtwet) die deze week door de Tweede Kamer wordt aangenomen, is een overblijfsel van het vorige kabinet. De mestwet werd grondig uitgekleed door de Kamer. En de begroting voor 1998, toch het oogstjaar van het kabinet, bevatte zo weinig nieuws, dat zijn woordvoerders hem een persconferentie moesten ontraden.

Misschien moet zijn belangrijkste prestatie nog komen. Van Aartsen wil de varkenssector met een kwart inkrimpen. Tot nu toe heeft hij dit idee tegen alle verzet in boven tafel weten te houden. De boerenstand mort, maar Van Aartsen gaat stug door met zijn plannen. Sterker nog: hij durft de confrontatie met de boeren aan en bezoekt geregeld agrarische bedrijven.

De herstructurering is het meesterstuk. Als die lukt, wordt zijn ministerschap alsnog een succes. De VVD'er maakt korte metten met jaren CDA-beleid waarin groei van de varkenssector boven milieu en welzijn ging. Van Aartsen verandert dat langzaam. Er is nu meer aandacht voor biologische landbouw en het welzijn van dieren. Dat is een pluspunt. Zonder de sanering van de varkenssector laat de minister evenwel geen grote sporen in het landschap na. Evenmin wacht zijn eventuele opvolger een dikke stapel dossiers met onafgemaakte plannen. Van Aartsen heeft nog acht maanden om zijn taak af te maken.

Thom Meens

Meer over