Soms moet je aan iemand boetseren

Favoriete halte voor behoeftige innemers, rustpunt voor harde werkers, hoopvolle omgeving voor prille liefdes: het café brengt de wereld op een paar vierkante meter samen....

Er zijn lezers, die menen dat de drinkers en zuipers die ik hier in deze laat-twintigste-eeuwse kroniek van het caféleven ten tonele voer, niet werkelijk bestaan, maar dat ik ze gewoon uit mijn duim zuig. Nou, daar is helemaal niks van waar, al moet ik er wel bij vermelden, dat ik aan sommige snuiters een beetje heb zitten boetseren, om ze onherkenbaar te maken voor zichzelf en anderen - vooral voor anderen. Want het is bekend dat een mens heel goed de vreemdste en eigenaardigste, de mafste en idiootste dingen van zichzelf kan verdragen, zolang niemand er maar iets van weet. Zo ken ik bijvvorbeeld een man, die heel erg vreemde gedachten heeft, echt heel erg vreemd - de Engelsen zouden zeggen: weird, wat tegelijk vreemd en eng betekent - en dat is voor hemzelf geen enkel probleem. Maar laatst vertelde hij er iets over aan een vrouw, en die keek hem zo zorgelijk aan, dat hij opeens sterk aan zichzelf begon te twijfelen, en inmiddels is het al zover, dat hij er een psychiater bij heeft geroepen, omdat hij is gaan geloven dat hij niet goed bij zijn hoofd is.

En nu willen jullie natuurlijk weten wat voor vreemde gedachten dat waren, die gedachten waarover de Engelsen zeggen dat ze weird zijn, maar dat zeg ik niet. Ik kan jullie alleen verzekeren, dat ik nog nooit in mijn gehele leven zulke allemachtig buitensporige gedachten op een rijtje heb zien staan.

Maar waar had ik het ook weer over? O ja, ik heb er een beetje aan zitten boetseren, aan die koppen en lijven, omdat het er in een café nu eenmaal anders aan toe gaat dan in het normale maatschappelijke verkeer. Zo moest ik laatst - om een voorbeeld te geven - bij een loket van de gemeente zijn, en wie zat me daar achter dat loket, met een stropdas voor, een keurig streepjeshemd aan, een uitgestreken smoel en zulke netjes gekamde haren dat het niet gewoon meer was? Iemand uit ons café! En niet zomaar een braverik die elke dag stilletjes zijn natje en zijn droogje komt opdrinken zonder iemand lastig te vallen, maar een rotzak van het alleregste soort, een echte ploert.

Omdat ik zo lang in de rij moest staan, had ik alle tijd om dat figuur te bestuderen, en ik kan jullie onmogelijk in twee woorden uitleggen hoe groot het verschil was tussen de man die ik ken uit het café, en deze man hier achter het loket.

Als zijn chef eens wist hoe zij zich in ons café te buiten gaat aan allerlei vormen van liederlijkheid, hoe hij vloekt en tiert en onbeschoft is tegen iedereen, dan zou hij - die chef bedoel ik - niet geloven dat het dezelfde persoon is die daar nu zo braaf zit te knipmessen achter dat loket en vliegt en rent en ja en amen knikt op de manier van: uw wens is mijn bevel. Misschien zou die chef wel de eerste de beste gelegenheid aangrijpen om hem op staande voet te ontslaan. Daarom is het maar beter dat ik die loketbeambte niet met naam en toenaam noem, want ik heb er geen zin in om iemand van zijn werk en dubbelleven te beroven. Zoiets wil ik niet op mijn geweten hebben. Mijn geweten kan namelijk maar heel weinig verdragen en raakt al bij het minste geringste over zijn toeren.

En zo kan ik nog wel even doorgaan, maar ik denk dat het wel duidelijk is wat ik bedoel, namelijk dat je niet zomaar alles naar waarheid kunt opschrijven en dat je een beetje moet boetseren aan zo'n snuiter om hem voor zichzelf en voor anderen onherkenbaar te maken, zoals ik al zei.

Ik dacht, terwijl ik in de rij op mijn beurt stond te wachten: het zou wel pijnlijk zijn als die rotzak nu opeens voor mij moest rennen en vliegen. Zo zijn wij tenslotte niet getrouwd. Daarom ging ik in een andere rij staan. Ik moest helemaal achter aansluiten, want niemand wilde mij voor laten gaan, hoewel ik vreselijke haast had, wat ik ook kenbaar maakte. Zelf laat ik mensen met haast trouwens altijd voor. Het maakt dat ik mij een goed mens voel.

Het was me toch een lange rij! En hij ging me toch langzaam! Maar ik was blij dat ik erin stond.

Meer over