ColumnAaf Brandt Corstius

Sneeuw betekent kou, en dat betekent dat je je kinderen moet aankleden

null Beeld

In mijn leven vind ik bijna niets prettiger dan goed beslagen ten ijs komen, alleen heb ik daar geen natuurlijke aanleg voor. Als het regent, doe ik suède schoenen aan; als ik een weekend wegga, neem ik de oplader van de tandenborstel mee, niet de tandenborstel. Toen mijn kinderen baby’s waren, had ik altijd een klein plastic girafje van een leuk Frans merk voor ze bij me, maar zelden luiers.

Gelukkig bestaan er andere mensen. Voor de sneeuw, toen ik al wist dat er sneeuw kwam, toen het woord sneeuw al een paar honderd keer gevallen was en ik op mijn weerapp de kans op sneeuw had zien veranderen van 90 procent naar 80 naar weer 90 procent, zag ik een bericht in de klassenapp van mijn dochter. Of iemand sneeuwlaarsjes te leen had.

Deze column liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Ineens begreep ik het. Sneeuw betekent kou, en dat betekent dat je je kinderen moet aankleden. Mijn kinderen bezitten alleen maar gympen en fliederige spijkerbroeken. Ik moest iets doen.

Na maanden, nee, bijna een jaar lijdzaam en uitzichtloos afwachten tot een ander natuurfenomeen uit ons aller levens zou verdwijnen, was er nu een force of nature waar ik ons wél tegen kon wapenen: sneeuw.

Ik belde de Scapino. De Scapino nam op. Ik gaf de maten van mijn kinderen door. De Scapino had min of meer die maten. Ik vroeg om een tijdslot om de skibroeken en laarzen op te halen. Ik kreeg een tijdslot. Ik ging naar de winkel. Buiten stond een meisje in een dunne trui te blauwbekken. Ze gaf me een tas en stak me een pinapparaat toe. Zo makkelijk kan winkelen zijn.

Vol trots kwam ik thuis met een zak vol broeken en laarzen, en mijn kinderen zeiden dat ze die nooit, maar dan ook nooit zouden aantrekken. Die kleding stond ontzettend stom, was ontzettend triest en gewoon ontzettend lelijk. Ook dit is een natuurfenomeen en ik had het zien aankomen. Na sneeuw komt dooi, na regen komt zonneschijn, en als ik iets degelijks koop zeggen mijn kinderen dat ze het nooit zullen aantrekken.

Ze trokken het toch aan. Zondagochtend vloog de sneeuw horizontaal en diagonaal, en leek soms op te stijgen van de grond naar boven, om je recht van onderen tegen je kin te slaan. In dat geval trekt zelfs mijn zoon van 11 een ongelofelijk trieste, stomme, lelijke, gewatteerde groene vissersbroek aan.

Ik zag ze voor me uit lopen met hun degelijke kleding aan, in de sneeuw, met hun sleetjes. Ik wist niet wat ik fijner vond: dat het sneeuwde, dat we zeker een uur niet aan corona gingen denken, dat wij vlak bij een piepklein artificieel heuveltje wonen, of dat ze die kleding aanhadden. Ik wist het wel: het was dat laatste.

Meer over