Opinie

'Slavernij is 150 jaar geleden, maar tegen moderne vormen doen we te weinig'

Nederland spant zich onvoldoende in om illegale, gedwongen arbeid effectief te bestrijden, schrijft Nisha Varia, onderzoekster vrouwenrechten bij Human Rights Watch.

OPINIE - Nisha Varia
Het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark in Amsterdam. Beeld anp
Het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark in Amsterdam.Beeld anp

Gedwongen bedelarij. Dwangarbeid in de landbouw. Gedwongen sekswerk. Dwangarbeid in de horeca. Vorig jaar was het 150 jaar geleden dat Nederland slavernij afschafte, maar hedendaagse vormen van uitbuiting en dwang duren voort. Betrouwbare statistieken blijven moeilijk te verkrijgen, maar tussen 2008 en 2012 werden in Nederland meer dan 5.500 slachtoffers van mensenhandel geregistreerd door een ngo die dient als nationaal slachtoffermeldpunt.

Dwangarbeid, mensenhandel en andere vormen van hedendaagse uitbuiting blijven doorgaans verborgen, en kunnen veraf lijken te staan van het leven van Nederlanders. Vaak wordt dit misbruik eerder gezien als een plaag van landen die te kampen hebben met armoede, corruptie en misdaad. Toch schat de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) dat in de Europese Unie 880.000 vrouwen, mannen en kinderen slachtoffer zijn van dwangarbeid. Van de geregistreerde slachtoffers in Nederland, bestond een derde uit Nederlanders.

Maar dat is niet het volledige verhaal. Globalisering heeft ertoe geleid dat het moeilijk is om te weten of onze kleding, electronica en speelgoed uit het winkelcentrum in de buurt werd gemaakt in uitbuitende en gewelddadige omstandigheden in het buitenland.

Gevaarlijke werkomstandigheden
Fans van het Nederlands voetbalelftal zouden moeten weten dat Nepalese en Indische arbeidsmigranten die de infrastructuur in Qatar gereedmaken voor het WK van 2022, vaak bedrogen worden door rekruteerders, dat ze gebukt gaan onder zware schulden en kampen met gevaarlijke werkomstandigheden, zoals het verrichten van zware arbeid onder de brandende woestijnzon. Honderden arbeiders kwamen al om het leven.

Dwangarbeid is een mensenrechtenkwestie. Maar het brengt ook enorme financiële kosten met zich mee. De IAO schat dat arbeiders elk jaar ongeveer 21 miljard dollar verliezen, terwijl diegene die verplichten tot dwangarbeid 44 miljard illegale winst maken. Staten verliezen miljarden aan belastinginkomsten en bijdragen voor sociale zekerheid.

Regeringen, vakbonden en werkgeversorganisaties ontmoeten elkaar in juni in Genève om te onderhandelen over aanvullende normen op de IAO Conventie 29 op dwangarbeid, één van de belangrijkste verdragen in het internationale recht. Dit verdrag - geratificeerd door 177 landen, waaronder Nederland - en haar definitie van dwangarbeid hebben een cruciale rol gespeeld in de vormgeving van nationale en internationale standaarden.

De onderhandelingen in juni hebben als doel het moderniseren van het verdrag. Ook moeten er maatregelen komen om hedendaagse vormen van dwangarbeid aan te pakken: naar schatting 90 procent van de gedwongen arbeid heeft plaats in de private economie, met inbegrip van huishoudens, lokale bedrijven en toeleveringsketens van multinationals.

Wettelijk bindend protocol
IAO leden zullen stemmen over de vraag of deze nieuwe aanvullende normen een legaal bindend protocol zouden moeten zijn dat landen kunnen ratificeren of eerder een niet-bindende aanbeveling. Sommige Europese landen - waaronder Frankrijk en Duitsland - hebben hun steun uitgesproken voor een wettelijk bindend protocol.

Bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark in Amsterdam werd in 2010 de afschaffing van de slavernij herdacht. Beeld anp
Bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark in Amsterdam werd in 2010 de afschaffing van de slavernij herdacht.Beeld anp

Nederlanders heeft echter aangegeven dat het een niet-bindende aanbeveling verkiest. Gezien Nederlands leiderschap en sterke steun voor mensenrechten, is dit verrassend. De ernst en schaal van dwangarbeid vraagt effectieve verplichtingen om te handelen, niet zomaar vrijwillige richtlijnen.

In het belang van de verborgen slachtoffers van dwangarbeid zou de Nederlandse regering haar positie moeten veranderen en een sterk, legaal bindend protocol moeten steunen. Hoewel de voorgestelde standaarden geen nieuwe verplichtingen aan de Nederlandse overheid zouden opleggen, zouden ze wereldwijd wel helpen om een basis van minimumstandaarden te verzekeren - een cruciale vooruitgang in een steeds meer onderling verbonden wereld.

Met wereldwijd bijna 21 miljoen mensen gevangen in dwangarbeid, zou Nederland moeten terugkijken op haar eigen afschaffing van slavernij 150 jaar geleden en de nodige stappen nemen om hedendaagse vormen van slavernij uit te roeien, zowel in binnen- als buitenland.

Nisha Varia is onderzoekster vrouwenrechten bij Human Rights Watch.

Meer over