ColumnSylvia Witteman

Schurft! Dat was toch iets voor middeleeuwse weeskinderen?

null Beeld
Sylvia Witteman

‘Schurft!’, zei huisgenoot P. ‘Ze hebben schurft in het verpleeghuis van mijn moeder!’ Als bij toverslag brak er een hevige jeuk uit over mijn hele lichaam. Schurft! Dat was toch iets voor middeleeuwse weeskinderen, zachtjes weeklagend in de hels stinkende, genezend bedoelde, maar vergeefse walm van zwaveldampen?

Ik googlede ‘schurft’. Er was sprake van ‘kleine, spinachtige beestjes’ die ‘tunneltjes onder de huid graven’ en daar ‘uitwerpselen en eieren achterlaten’. Er was ook een heel enge foto bij van een soort dik, boosaardig gniffelend aardappeldiertje, voorzien van een weerzinwekkend arsenaal aan wriemelige pootjes, stekels en sprieten.

Woest krabde ik me over het hele lichaam, intussen schurkend met mijn rug tegen de gangdeur. Opeens zag ik het voordeel van zo’n oud huis; er zitten overal heerlijk rulle paneeltjes en profieltjes. Decoratief bedoeld , dacht ik, maar dat was gewoon ter verlichting van de in de 19de eeuw alomtegenwoordige jeuk.

Ook huisgenoot P. stond zich te krabben als een Roemeense zwerfhond. ‘Wij hebben het vast ook!’, jammerde hij benauwd. Ik moest denken aan mijn leraar aardrijkskunde, veertig jaar geleden. Die had een kindje geadopteerd uit wat toen nog een ‘derdewereldland’ heette (dat was indertijd een daad van onbaatzuchtige filantropie, maar geldt tegenwoordig, geloof ik, als extreem fout). Dat arme kindje bleek schurft te hebben, en die leraar dus ook.

‘Ik kan al weken niet slapen van de jeuk’, verklaarde hij bleekjes. Ik zie hem nog voor me, met zijn goeiig-droeve druipsnor en zijn anti-autoritaire sandalen. Hij leek sprekend op dat Peter van Straaten-plaatje van die leraar die tegen zijn klas zegt: ‘Jongens, als jullie me een lul vinden, dan moeten jullie dat eerlijk zeggen hoor.’ Arme man.

Door de herinnering zette ik het krabben nog een tandje bij, terwijl ik met mijn vrije hand verder googlede. ‘Heb jij de afgelopen zes weken met je moeder in bed gelegen?’, vroeg ik aan P. ‘Haar handdoek gedeeld?’

‘Nee’, zei P. ‘Ik heb haar weleens een vestje helpen aantrekken...’ Hoopvol staakte hij het krabben. ‘Dan hebben we geen schurft’, besloot ik. ‘Het is maar autosuggestie, die jeuk. We moeten gewoon aan iets anders denken.’

Ik sloeg de krant open en las dat de hoofdluis weer volop terug is op de scholen, nu de corona op zijn retour is en iedereen weer dicht bij elkaar zit. Ik krabde mijn hoofd. Ook P. begon weer. ‘Ik heb als studente nog eens schaamluis gehad’, zei ik. ‘Dat kriebelde ook als een gek. En ik had niks door, heel lang. Ze zaten zelfs op mijn...’

Nou ja, we dachten in elk geval even niet aan schurft. Een interessante aandoening is dat. Ik zou zeggen: googlet u eens!

Meer over