Weekendgids

Schrijver en zoöloog Delia Owens weet hoe de wildernis klinkt. ‘We hebben niet door hoeveel de natuur ons over onszelf leert’

null Beeld Mike Belleme
Beeld Mike Belleme

Delia Owens schreef haar eerste roman, die een million seller werd, over leven in de wildernis. Ze reisde stad en land daarvoor af, tot de pandemie uitbrak, en ze, veroordeeld tot haar huis in de bergen, alle tijd had voor een nieuw boek.

Als ze uit haar ene raam kijkt ziet ze de bergen van North Carolina. Het andere raam biedt zicht op een groep gieren die nesten hebben gebouwd in de richels van een steile rotswand. Achter haar is een muur die rood is geverfd met kleine gouden accentjes, waardoor het lijkt alsof ze midden in een Afrikaanse zonsondergang zit. Schrijver en zoöloog Delia Owens (71) woont hier alleen, op een afgelegen plek in de bergen. Niets raars aan, ze is haar hele leven al een einzelgänger die zich op haar best voelt in de wildernis. Sinds het begin van de pandemie heeft ze haar terrein nauwelijks verlaten. Ze heeft iemand die voor haar boodschappen doet. ‘Ik ben sinds 14 maart vorig jaar niet meer naar de supermarkt geweest. In een jaar tijd heb ik één keer moeten tanken.’

Owens vindt het heerlijk. Voor haar gigantische bestseller Where The Crawdads Sing (in het Nederlands vertaald als Daar waar de rivierkreeften zingen) was Owens de afgelopen anderhalf jaar bijna non-stop in touw toen de pandemie uitbrak. ‘Iemand zei tegen me: je mag niet meer reizen. Oh, dat klinkt goed!’ Daar waar de rivierkreeften zingen vertelt het verhaal van Kya, die afgezonderd van de bewoonde wereld leeft in de wildernis van de moerassen van North Carolina. Ze leeft van en met de natuur. Maar als ze in aanraking komt met twee mannen uit de stad, waarvan er eentje dood wordt gevonden, verandert het allemaal. Het boek werd miljoenen keren verkocht en stond in 2019 en 2020 lange tijd bovenaan in de New York Times Fiction Best Sellers-lijst.

Hoewel het haar debuutroman was, was het niet het eerste boek dat Delia Owens schreef. Ze leefde tientallen jaren in de wildernis van Zambia en Botswana, waar ze samen met haar toenmalige partner Mark Owens onderzoek deed naar het gedrag van dieren. Ook de boeken die ze naar aanleiding van die ervaringen schreef, zoals Cry of the Kalahari, werden internationale bestsellers. Haar werk is gepubliceerd in onder andere Nature en The African Journal of Ecology en ze won de John Burroughs Award voor het schrijven over natuur. Haar volgende boek komt er aan. ‘Ik heb net mijn derde versie af. Maar ik zeg niet dat het goed is hoor!’

null Beeld Mike Belleme
Beeld Mike Belleme

Auto

Land Rover

‘Mark Owens en ik zochten in 1974 een auto die ons naar een van de de meest afgelegen plekken in Afrika kon brengen, de Kalahari-woestijn in Botswana. We hadden maar 3.000 dollar. Dus we zochten een auto die niet kapot zou gaan en goedkoop was. We kochten een Land Rover. En niet zo’n glimmende die je nu ziet rondrijden en die 30- of 40 duizend dollar kosten. Deze leek meer op een auto waar Crocodile Dundee in zou rijden: een wrak, met aan één kant allemaal deuken. Het was het oude model Land Rover, met zo’n slinger aan de voorkant. Dus als je motor er midden in de bush mee stopte, kon je ’m weer aanslingeren, wat we meerdere keren hebben moeten doen. We gingen de woestijn in, dus we hadden vaten met water en jerrycans vol benzine op het dak gebonden. Er waren geen wegen, slechts een oud spoor dat we volgden en soms gewoon verdween. We kwamen terecht in de meest afgelegen gebieden. Denk je eens in: twee mensen helemaal alleen in een gebied ter grootte van Ierland. En onze enige uitweg daaruit was die auto. Het was een krakkemikkig wrak, maar het was wat we nodig hadden.’

null Beeld Alamy Stock Photo
Beeld Alamy Stock Photo

Gebied

Kalahari-woestijn

‘Ik had nog nooit in een woestijn gewoond en de Kalahari is eigenlijk een semi-woestijn, met ongeveer 35 centimeter neerslag per jaar. Het is zo bijzonder omdat het zo afgelegen is en de leeuwen en andere wilde dieren nog nooit mensen hadden gezien. De leeuwen daar waren heel nieuwsgierig. Ze kwamen naar ons kampement en snuffelden rond. Overdag kon het daar gigantisch heet worden, bijna 50 graden. Als het zo heet is, jagen leeuwen niet, maar zoeken ze de schaduw op. Op die manier werd de hitte een soort veiligheidsschild voor ons: overdag konden we heel dicht bij ze komen. Vaak ging ik ook buiten het hol van de hyena’s zitten wachten, tot na zonsondergang de pups naar buiten kwamen. Soms kwamen ze heel dichtbij, dan roken ze aan mijn gezicht en speelden ze met mijn haar. Wilde hyena’s! De neushoornvogels die daar woonden kwamen op onze hoofden en schouders zitten. Zo leven, dat was alles wat ik altijd had gewild.’

Muziek

Het geluid van de natuur

‘Dit klinkt misschien een beetje triest, maar ik luister nooit muziek. Dat komt omdat ik het grootste gedeelte van mijn leven in de natuur doorbreng. Als je muziek luistert kan je de vogels niet horen zingen, de insecten niet horen zoemen, je hoort de natuur niet. Toen we in Afrika woonden irriteerde het ons mateloos als we gasten hadden die muziek draaiden. ‘Sorry, maar kan je dat uit zetten? Anders hoor je de leeuwen niet brullen.’

‘Het geluid van de natuur is mijn muziek. Het getrompetter van olifanten. Maar ook het geluid van dieren die zich voortbewegen, een kudde rennende buffalo’s. In de Northern Rockies in Idaho, waar ik woonde nadat ik terugkwam uit Afrika, hoorde je in de late middag en de vroege ochtend de wolven huilen, je hoorde de coyotes en het geroep van de adelaars. Die geluiden, je kan ze niet namaken. En ze maken dat ik me onderdeel van deze aarde voel.’

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Wonen

De wildernis

‘Toen we naar Afrika gingen, zochten we naar een plek waar geen mensen leefden, waar de natuur zich natuurlijk gedroeg. De Serengeti is heel mooi hoor, maar je struikelt er over de toeristen. En de leeuwen daar zijn er ook aan gewend. Dat wilden we niet. Dus het werd de Kalahari. Die drang naar de wildernis heb ik van mijn moeder. Als klein meisje groeide ik op in de bossen van het zuiden van de staat Georgia. En al op jonge leeftijd moedigde mijn moeder mij en m’n vriendinnen aan om zo ver als we konden de bossen in te gaan, op onze paarden of lopend. Zij was het ook die zei: trek diep de bossen in tot daar waar de rivierkreeften zingen. En daarmee bedoelde ze: ga de wildernis in.

‘Mensen weten niet wat echte wildernis is. Ze gaan naar een natuurpark, rijden rond in auto’s over verharde wegen. Dat is geen wildernis. Echte wildernis is moeilijk te vinden. Maar als je het vindt, geeft het zo’n ander gevoel. Je voelt je onderdeel van de aarde, je voelt dat je onderdeel bent van de planeet, niet van een stad of land. Je merkt veel meer op. Je moet op de geluiden letten, omdat je moet overleven. Je moet op het weer letten. Toen we naar Afrika gingen hadden we geen weersvoorspellingen, telefoons of radio’s. We volgden de leeuwen ‘s nachts de woestijn in en navigeerden op de sterren. We wisten precies hoe laat de maan opkwam elke nacht.

‘De mens nu leeft in steden, in beton. Daar betalen we een prijs voor. Er is zo veel stress. Mensen vinden mij dapper dat ik in de natuur woon en vragen zich af of ik niet bang ben. Bang? Welnee. Ik ben doodsbenauwd om op een snelweg te rijden. Ik vind het doodeng en ik doe het ook niet. Je gaat me niet vertellen dat een leeuw gevaarlijker is dan een vrachtwagen die met 110 kilometer per uur langs komt razen.’

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

De eik

‘Ik voel een verbondenheid met bomen en heb medelijden met iedereen die dat niet heeft. In het zuiden van Georgia, waar ik opgroeide, was het bladerdak zo dik dat als ik ’s ochtends mijn ogen opende, ik niet kon zien of het zonnig of bewolkt was. Ik hou van de enorme eiken in het zuiden van de Verenigde Staten. Waar ik woonde waren de grootste vierhonderd jaar oud. Hun takken kunnen een diameter van zestig centimeter hebben. En je had van die oude takken, dicht bij de grond, helemaal bedekt met mos. In zo’n boom kan je verdwalen. Ze omhelzen je en beschermen je. Ik voel me heel erg op mijn gemak als ik bij ze ben.

‘Ik heb daarnaast het voorrecht gekend ook in Noord-Idaho te wonen en daar zijn de bomen weer zó anders, omdat het daar zo veel sneeuwt. De sparren en coniferen hebben die kerstboom-vorm vanwege die hevige sneeuwval. Ze zijn daar op aangepast. En ze zijn het hele jaar door groen. Echt een van de mooiste dingen ter wereld.’

null Beeld

Boek

West With The Night - Beryl Markham

‘Het gaat over het leven van Beryl Markham in Afrika. Ze was een avonturier, racepaardentrainer en schrijver, en de eerste die over de Atlantische Oceaan vloog van Engeland naar Amerika. West With The Night is schitterend geschreven: de korte verhalen, ieder hoofdstuk een nieuw avontuur dat ze beleefde in Afrika. Ik voel me heel erg aangetrokken tot haar manier van schrijven die je naar binnen sleurt, naar de tijd en de plaats van het verhaal. Het voelt alsof je daar echt bent.’

Roman

Aldo Leopold - A Sand County Almanac

‘Datzelfde geldt voor A Sand County Almanac van Aldo Leopold, een ecoloog en bosbeheerder. Het is min of meer een dagboek waarin hij verslag doet van zijn wandelingen in zijn natuurgebied en zijn observaties van ganzen en vogels. En ook dit is zo mooi geschreven. Ik lees eigenlijk nauwelijks romans, maar veel meer non-fictie. Wat schrijven voor mij mooi maakt is de emotie. De juiste woorden stimuleren een zekere emotie in de lezer. Het juiste woord kan je doen zien, doen ruiken en doen horen. We voelen altijd wel een zekere emotie ten opzichte van de plek waar we zijn. Dat is niet altijd even plezierig, als je bijvoorbeeld in de supermarkt staat of bij het benzinestation. Maar het werkt net zo goed als over de wildernis of over de natuur leest, of zelfs over menselijke interacties.’

null Beeld

Levensles

De natuur als school

‘De natuur kan ons zo veel over onszelf leren. En ik heb het gevoel dat we dat niet doorhebben, of er niets mee doen. We weten zoveel over dierlijk gedrag; hoe belangrijk bijvoorbeeld de vrouwengroep is bij primaten, hoe belangrijk hië­rar­chie is en hoe dat kan leiden tot agressie. We weten zo veel over groepen en over hoe isolatie en afwijzing een individu kunnen beschadigen. Dat weten we allemaal. Maar het lijkt niet door te dringen. We bestuderen de natuur, leren dit soort dingen, en dan moeten we er iets mee doen. Een troep leeuwen bijvoorbeeld bestaat uit slechts vrouwen. De mannetjes komen en gaan. En de vrouwtjes werken zo mooi samen als ze op jacht gaan. Maar op het moment dat ze aan tafel gaan, komen de klauwen en tanden tevoorschijn en is er veel agressie en competitie: elke leeuwin wil zo veel mogelijk voedsel voor haar kroost. Wij hebben soortgelijke genen in ons. En wij hebben ook groepen en troepen, we werken samen, maar er is ook competitie en hiërarchie. En net zoveel conflict als kameraadschap. Dat kan heel verwarrend zijn voor mensen en daarom moeten we meer naar de natuur kijken. De natuur leert ons over onszelf.’

CV Delia Owens

4 april 1949 Geboren in Georgia, Verenigde Staten

Studeerde biologie, zoölogie en diergedrag aan de universiteiten van Georgia en Californië. Ontmoette Mark Owens tijdens haar studie

1974 Vertrekt met Mark Owens naar de Kalahari-woestijn. Schreef haar herinneringen op in Cry of the Kalahari

1985 John Burroughs Award

Tot de jaren ’90 Woont en werkt in wildparken in Botswana en Zambia

1994 Ridder in de Orde van de Gouden Ark, een door prins Bernhard ingestelde en erkende Nederlandse ridderorde

Delia Owens is gescheiden van Mark Owens en woont na een periode in de Rocky Mountains in Idaho, nu in North Carolina.

Meer over