Schijnongerustheid

'Dit onderwerp verdient daarom een grondiger en consistentere wetenschappelijke benadering dan tot dusver het geval is geweest. Een bewakingssysteem op wereldschaal van nieuwe antibiotica die in de veeteelt en in de mensenwereld worden geïntroduceerd, zal zeker bijdragen aan de verzameling van de relevante gegevens die zo hard nodig zijn.'..

Zo luiden de slotzinnen van het zojuist verschenen rapport van de stichting Heidelberg Appeal Nederland (HAN), Emergence of a Debate: AGPs and Public Health. Het gaat over het gevaar van antibiotica die als groeibevorderaar in de (pluim)veeteelt worden gebruikt.

Het grootschalig toevoegen van antibiotica aan veevoer maakt (darm)bacteriën van de dieren resistent tegen deze middelen. Resistente bacteriën van dieren zouden via de voedselketen of langs andere weg de mens kunnen bereiken en deze ongeneeslijk ziek kunnen maken. Of ze zouden hun resistentie-eigenschappen aan (darm)bacteriën van de mens kunnen overdragen, waarna deze eveneens onbehandelbaar ziek kan raken.

Voorwaar een problematiek van formaat, waar de stichting HAN zich, getuige bovenstaand citaat, al even ongerust over lijkt te maken als instanties als de Nederlandse Gezondheidsraad, het Britse House of Lords en de EU. Europa heeft begin 1997 mengvoeders met een veelgebruikt antibioticum, avoparcine, verboden en binnenkort volgen er nog vier. De Gezondheidsraad bepleitte een half jaar geleden zelfs een totaalverbod op antibiotica als groeibevorderaars.

Maar de ongerustheid in het HAN-rapport is schijn, blijkt na bestudering van het stuk, dat is opgesteld door de HAN-leden A. Bezoen, W. van Haren en dr. J. Hanekamp. Een gevaar is nog geen risico, betogen de auteurs. Een gevaar is een zaak of activiteit met de potentie (of mogelijkheid) ongewenste effecten te veroorzaken. Een risico daarentegen is de waarschijnlijkheid dat een ongewenst effect ook optreedt.

En daar draait het om. Volgens Bezoen, Van Haren en Hanekamp is allerminst bewezen dat resistent geworden bacteriën van dieren overstappen naar de mens. In hun uitvoerige literatuurstudie hebben ze maar één onderzoek kunnen vinden waarin zo'n overstap staat beschreven: een studie van de Maastrichtse microbioloog drs. A. van de Bogaard, die verscheen in The New England Journal of Medicine van 20 november 1997.

Op meerdere plaatsen in het HAN-rapport valt te lezen dat Van de Bogaard 'claimt' dat een kalkoen en een kalkoenenhouder besmet waren met één en dezelfde stam van een enterokok die tegen het antibioticum vancomycine resistent was geworden.

'Het is tot op heden de enige brief die een mogelijke overdracht van resistente bacteriën beschrijft. Het is echter niet bewezen dat de bacterie ook in de darm van de kalkoenenhouder huisde. Omdat er in de literatuur geen andere gevallen beschreven zijn, ontbreekt de reproduceerbaarheid. Generaliseren vanuit deze ene waarneming is wetenschappelijk ondeugdelijk', aldus de drie HAN-rapporteurs.

Die conclusie zal de Fefana, de Europese federatie van fabrikanten van veevoederadditieven, op wier verzoek het rapport is geschreven, als muziek in de oren klinken. De in 1993 opgerichte stichting HAN zegt te willen bevorderen dat politieke besluiten en maatschappelijke acties een deugdelijke wetenschappelijke basis hebben. Om nu de stelling te betrekken van 'één geval is géén geval', en een dreigend gevaar af te doen als een onbewezen risico, lijkt echter ondeugdelijk. Net zo ondeugdelijk als de politieke maatregelen in de ogen van de HAN-rapporteurs zijn.

Meer over