Schakel met het vroege jazzverleden

De maandag overleden trompettist Doc Cheatham was een van de laatste schakels met het vroegste jazzverleden. Zo begeleidde hij Louis Armstrong en Billie Holiday....

ERIK VAN DEN BERG

JAZZTROMPETTISTEN kennen een macabere traditie: de grootste onder hen plegen vroeg te schitteren en al even vroeg te sterven. Bix Beiderbecke, Fats Navarro, Clifford Brown, Booker Little, Mongezi Feza - geen van allen werd ouder dan dertig jaar. Gelukkig kan het ook anders, zoals de merkwaardige carrière van de Amerikaanse trompettist Doc Cheatham bewijst. Cheatham werkte lange tijd buiten de schijnwerpers, raakte pas als pensioengerechtigde bekend als solist, begon na zijn tachtigste aan het grote werk en vierde zijn grootste triomfen als vitale, hoogbejaarde ster. Maandag overleed Cheatham onverwacht in Washington D.C., nadat hij in het weekeinde had opgetreden in de Blues Alley-club. Volgende week zou hij 92 jaar worden.

Adolphus Anthony Cheatham (Nashville, 1905) vormde een van de laatste levende schakels met het vroegste jazzverleden. Als tiener in Nashville werkte hij met de blueskoninginnen Bessie Smith en Ethel Waters, in Chicago keek hij de kunst af bij King Oliver en Louis Armstrong, als twintiger in New York trad hij toe tot de big band van Cab Calloway en begeleidde hij Billie Holiday en Benny Goodman.

Temidden van deze pioniers deed hij ervaringen op waar hij een leven lang mee toe kon, en waar hij later ook anderen royaal van liet profiteren. Cheatham was niet gierig op z'n kennis, zoals talrijke muzikanten de afgelopen jaren ondervonden. De trompettist werkte graag met jonge collega's, van zangeres Cassandra Wilson tot trompettist Roy Hargrove, die hij inwijdde in de interpretatiegeheimen van het oudste jazzrepertoire, zonder te vervallen in nostalgie.

Dat Cheatham lange tijd in de schaduw verbleef, lag aan de aard van zijn specialisme. Als eerste trompettist speelde hij geen solo's, maar was zijn taak het leiden van de trompetsectie; een belangrijke, doch weinig applaus scorende baan, die wél een vlekkeloos vakmanschap vereiste. Toen hij in de jaren tachtig - een halve eeuw later - in New York naam begon te krijgen als solist (in clubs als Sweet Basil maar ook op grote podia als Carnegie Hall en Lincoln Centre), klonk zijn verleden als sectieleider nog duidelijk in zijn improvisaties door.

Hoewel Cheatham vanzelfsprekend niet meer over de techniek uit zijn jeugd beschikte, hield zijn toon iets vervaarlijks, ook in het hoge register. Daarbij was hij een zuinige, elegante improvisator, die weinig noten nodig had om te swingen. Zijn laatste opname maakte hij dit jaar voor het Verve-label met de 23-jarige trompettist Nicholas Payton; een moderne volgeling van Louis Armstrong, met wie Cheatham in juli ook op het North Sea Jazz Festival in Den Haag zou spelen.

Erik van den Berg

Meer over