'Sceptici moeten mens mythe gunnen'

De plaatsvervangend directeur-generaal milieubeheer van het ministerie van VROM gelooft in kabouters. Het Stiltecentrum van datzelfde ministerie is ingericht door een feng shui-expert....

In een door technologie gedomineerd tijdperk groeit het geloof in buitengewone verschijnselen, van kabouters tot reïncarnatie, New Age en ufo's. Tot ongenoegen van sceptici, veelal bètawetenschappers die zich ten doel stellen 'pseudo-wetenschappelijke theorieën' door te prikken en bedriegers te ontmaskeren. Dit weekend komen honderden Europese sceptici in Maastricht bij elkaar voor een groot congres over de toekomst van het scepticisme.

Verschillende eminente sceptici zullen hier pleiten voor een wat subtielere koers. Te vaak maken sceptici zich simpelweg vrolijk over al die domme homeopaten, parapsychologen, astrologen en adepten van het neurolinguïstisch programmeren, die geloven in verschijnselen waarvoor geen spoortje wetenschappelijk bewijs voorhanden is.

'Ten onrechte interesseren sommige sceptici zich totaal niet voor de vraag waarom mensen zo ontvankelijk zijn voor al deze ideeën', zegt Joop Doorman, emeritus-hoogleraar wetenschapsfilosofie in Delft en voorzitter van de organiserende stichting Skepsis.

Mensen hebben altijd in mythische beelden geloofd, aldus Doorman. Het hedendaagse geloof in reïncarnatie past in een lange traditie.

'Wij compenseren onze doodsangst met een mythe. We betalen als enige zoogdier immers een gruwelijke prijs voor het feit dat we weten hoe het met ons afloopt', zegt hij.

In alle culturen ontlenen mensen troost aan zulke mythische beelden, die het leven zin geven of de sterfelijkheid draaglijk maken. 'In antroplogische zin is er kennelijk sprake van een fundamentele menselijke behoefte', aldus Doorman.

De scepticus moet zich dus gematigd opstellen. Zelf had hij jarenlang contact met een gereformeerde landarbeider die veel troost aan zijn geloof ontleende. 'Die man had een keihard leven. Hij was buitengewoon intelligent, maar was nooit hogerop gekomen door de klassenmaatschappij die Nederland toen nog was.

'Waarom zou je proberen zo iemand van zijn geloof te brengen?' Sceptici moeten de mens zijn mythe gunnen, zolang zij er niemand kwaad mee doen, vindt Doorman.

'We moeten vooral de zwendelaars aanpakken die de ontvankelijkheid van mensen op een kille manier exploiteren. Ik denk aan de Bhagwan, de Moonsekte of allerhande dubieuze therapeuten', zegt hij. Daarnaast moeten sceptici zich bezighouden met de wetenschappelijke opvoeding van de burger. Te gemakkelijk slikken die de 'wetenschappelijke' bewijzen van tarotleggers en parapsychologen.

Doorman: 'Het verbaast me weleens dat mensen aan het einde van de twintigste eeuw zo slecht gewapend zijn tegen zulke praktijken. Sceptici moeten daarom ook de wetenschap toegankelijk maken. Laten zien hoe tegenstrijdig, rommelig en slordig de wetenschap kan zijn.

'Er is niet één wetenschappelijke methode, er is niet één absolute waarheid. Op basis van wetenschappelijk onderzoek kun je alleen zeggen dat het één aannemelijker is dan het ander', zegt hij.

De wetenschap onderscheidt zich niet van de paracultuur doordat zij de keiharde waarheid in pacht heeft, maar juist doordat zij zichzelf voortdurend corrigeert. Dat wetenschappelijke kennis ook maar betrekkelijk is, wil nog niet zeggen dat je alles maar kunt beweren, zegt Doorman.

'Je kunt niet zeggen: anything goes, in de trant van: misschien weten de Hopi-Indianen wel meer van geneeskunde dan wij.'

Het scepticisme bepleit een kritische, open houding, ook ten opzichte van de wetenschap. Maar zelfs de grootste scepticus is genoodzaakt sommige dingen simpelweg voor waar te houden, zegt Doorman. 'In de jaren vijftig kwam ik in Arizona een man tegen. Ik wees hem op de prachtige sterrenhemel. ''U bent geen echte scepticus'', zei hij. ''Wie zegt mij dat het geen bord met gaatjes is, waarachter een vuurtje wordt gestookt?'''

Meer over