interview

Sander van de Pavert: ‘Ik heb er geen enkel vertrouwen in dat wij de wereld gaan redden’

Sander van de Pavert Beeld Oof  Verschuren
Sander van de PavertBeeld Oof Verschuren

Filmpjesknutselaar Sander van de Pavert van Lucky TV houdt al twintig jaar van rolletjes spelen en een beetje ontregelen. Maar hij is íéts volwassener geworden – vindt hij althans zelf.

‘Heb jíj dan misschien goeie stoppels?’, vraagt Sander van de Pavert (45) vertwijfeld, met zijn handen in zijn haar, in zijn piepkleine studio op de bovenste etage van zijn huis in Den Haag. Het is drie uur ’s middags, we hebben een afspraak, maar zijn Lucky TV-filmpje voor die avond is nog niet af. Op zijn beeldscherm zien we hoe de voorvrouw van de BoerBurgerBeweging, Caroline van der Plas, aanschuift aan een vergadertafel en – met een gruizige stem die Van de Pavert op die van zijn eigen oma baseerde – meldt dat ze nog niet gedoucht heeft. Bij het zittengaan maakt ze onder tafel een krabbende beweging in de kruisregio. ‘En dat moet natuurlijk even flink benadrukt worden.’

Zelf heeft hij voor de microfoon zijn kin al helemaal rood gekrabd om het juiste geluidseffect te krijgen, hij heeft het met een tapijttegel geprobeerd, maar het is het allemaal nét niet. ‘Zó’n dag dus’, jammert Van de Pavert, terwijl hij zijn hoofd langzaam op het bureau laat zakken. Zo’n dag waarop hij uren verspilt aan details die toch niemand opmerkt, waarop hij nu al weet dat hij alle spontaniteit uit het filmpje zal persen, ‘totdat het zo’n overgeproduceerd TV Kantine-item is’. ‘Wat een kwelling! What a fucking hole I dug myself into. En het is niet eens leuk! Echt: dood, dood, dóód!’

Welkom chez Lucky TV, op een dag die volgens Sander van de Pavert ‘echt totaal niet illustratief’ is voor hoe hij doorgaans werkt. Het stressniveau ligt hoog, wanhoop en euforie wisselen elkaar in hoog tempo af, en tussendoor is hij soms opeens de gezelligheid zelve. Hoe ontevreden hij zelf ook mag zijn, het is een spektakel om vanuit een hoekje zijn creatieve proces te bekijken.

De chaos regeert – althans, zo lijkt het. Van het inspreken van stemmetjes springt Van de Pavert haastig over naar een ingreep in de montage: knip hier, extra beeld daar, de juiste galm, toch weer een heel nieuw zinnetje, een duik in geluidsbanken met titels als ‘furniture sitting movement’. Dit alles continu luidkeels becommentarieerd, soms met gevloek, dan weer met haast satanisch gelach. Als een struikelende Liane de Haan van 50 Plus na het toevoegen van glasgerinkel eindelijk goed dronken lijkt: ‘Och, arme meid. En je hebt het al zo moeilijk om je een beetje te profileren.’

Als hij Kees van der Staaij onder handen neemt: ‘Die lúl! Die laaf! Ken je dat, het Volk van Laaf, van de Efteling?’ Dan: Volk van Laaf googlen. ‘Huuuu, zie je? Walgelijke types – lijken precies op Kees.’ Tussendoor: een homo-onvriendelijke mop, een tirade tegen EO-coryfee Bert van Leeuwen (‘Die slang!’), de vraag ‘bid jij weleens?’, oprechte interesse in het antwoord, een ‘pauzebiertje’ voor de inspiratie, Khadija Arib nog even een ‘zieke tic’ geven die niemand zal zien – en dan, drie en een half uur later, is het opeens gedaan. ‘Zo, fuck it. Dit moet het maar wezen. Even tanden poetsen, ben zo terug.’

De vorige keer dat ik bij je was, acht jaar geleden, ging het precies zo chaotisch als vandaag. En toen vroeg ik me al af hoe je dit volhield, vijf dagen per week.

‘Ach, vandaag is wel een uitzondering, hoor. Over het algemeen ga ik veel gerichter te werk dan vroeger. Toen ik hiermee begon bestond YouTube nog niet, was internet nog half onderontwikkeld. Ik had vier videorecorders waarmee ik alles opnam, waarna ik als een idioot ook echt nachtenlang alles ging zitten bekijken. Nu heb ik ’s ochtends tijdens mijn bak koffie Radio 1 aan staan, en komt er meestal wel iets bovendrijven. Dan hoef ik me niet eerst nog door drie uur Goeiemorgen Nederland heen te worstelen. In de tijd van De wereld draait door begon de stress die ik ervoer op een gegeven moment wel echt fysiek ongezond te voelen. Ik heb mezelf moeten dwingen: rústiger nou, je moet rustiger zijn! Wandelingetje maken, broodje eten, ’s avonds de stekker eruit en iets leuks doen met mijn meisje. Wat allemaal niet wegneemt dat ik rare eigenschappen heb en het mezelf nog steeds enorm moeilijk kan maken. Ik denk dat dat deels mijn persoonlijkheid is.’

Je hebt die stress nodig?

‘Zo zou je het kunnen zeggen. Je kan ook zeggen dat ik gewoon licht neurotisch ben. Mijn hoofd gaat vaak flink tekeer, en het stopt niet als ik op de bank ga liggen. Vroeger had ik paniekaanvallen, ook in het openbaar, dat is nu gelukkig veel minder. Maar ik heb er wel aanleg voor. Angstgevoelens lopen als een zwarte draad door mijn leven, haha.’

Is daar ooit door iemand een etiket op geplakt, een diagnose?

‘Nee, ik laat het allemaal maar lekker komen. Ook omdat het in zekere zin klopt met mijn werk. De onrust die ik voel levert heel veel op. In mijn eigen kringetje zie ik veel creatieve mensen die ook zo zijn: onrustig in hun kop, ADHD’erig, lang denken over dingen waar je eigenlijk niet aan wilt denken, ongemak als je onder mensen bent, op straat hardop iets roepen terwijl je eigenlijk niet iets hardop wilt roepen.’

Hahaha, echt?

Met een uitgestreken gezicht: ‘Sorry, maar dat kan dus echt niet meer, om dat soort dingen lachen.’ Waarna hij even wacht voordat hij het zelf uitschatert.

Al zo’n twintig jaar doet hij in essentie hetzelfde: lekker rellen met beeld. Sander van de Pavert is de alleenheerser in een zelfgecreëerd genre. Lange tijd leek hij vergroeid met De wereld draait door. In de laatste seizoenen van dat programma, toen hij op pad was met de theatershow Lucky live, maakte hij nog maar zo’n twee filmpjes per week en verdween hij enigszins uit het publieke oog. Maar sinds anderhalf jaar is hij weer vijf keer per week te zien, afwisselend bij Jinek en Beau.

‘Het kwam door corona. Ik was eigenlijk een nieuw theaterprogramma in de steigers aan het zetten. De eerste keer was een beetje spelen in de zandbak, nu zou ik het serieus aanpakken. Maar goed, dat ging niet door, dus toen Jinek contact opnam was de keuze snel gemaakt. Voor mij is er nauwelijks een verschil met DWDD. Ik ben nooit op die redacties. De eindredacteur Ewart van der Horst ken ik van vroeger, die weet dat ik het beste werk als ik met rust word gelaten. Dat de deadline nu drie uur later ligt, is erg prettig. Ik ben er heel happy mee.’

Twee keer was Van de Pavert de afgelopen weken in het nieuws. Het filmpje waarin de fractieleiders kort na de verkiezingen in een vergaderzaal bijeen kwamen werd zijn grootste hit in tijden. Overal ging het over de nieuwe, bronstige Wopke Hoekstra, die Sigrid Kaag toefluisterde dat hij haar ‘helemaal kapot zou neuken – nee joh, grapje’, over Kaag die Volt-lijstrekker Laurens Dassen aanzag voor een ober, en over de raaskallende Thierry Baudet, volgens wie ‘de werkelijkheid dus eigenlijk een grote leugen’ was. Bij Jinek werd het filmpje uitgeroepen tot ‘beste Lucky ooit’, en vervolgens kwam het uitgebreid ter sprake bij een volgende vergadering van diezelfde fractieleiders, die er smakelijk om lachten. Dat kwam Van de Pavert dan weer toevallig tegen toen hij voor een nieuw filmpje op NPO Politiek hun vergaderingen bekeek. ‘Dat werd opeens wel heel erg meta’, lacht hij. ‘Ik heb natuurlijk nog even geprobeerd of ik er iets mee kon, maar self-references pakken zelden grappig uit. Dat wordt zelffelicitatie.’

De fractieleiders spraken erover alsof het een grappig ontgroeningsritueel was: ‘Je eerste keer Lucky’. Vind je niet dat je zo ook een beetje onschadelijk wordt gemaakt?

Lachend: ‘Ja, dat is wel zo. Daarmee gaan ze voorbij aan het feit dat het toch een pesterij is. Ik wil ze in hun blootje zetten. Als je dan hoort dat ze dat allemaal heel tof vinden, haha, nee, dat was niet de bedoeling. Maar dat heb ik ook mezelf te danken. Dan had ik maar gewoon veel hardere, ziekere filmpjes moeten maken, waar niemand om kan lachen.’

Kort na dat succes werd hij het middelpunt van een mediarel, vanwege het liedje Piepelientje – zijn reactie op de ophef rond acteur Bilal Wahib, die een 12-jarige fan aanspoorde om zijn piemel te laten zien. Een eerste versie van het liedje werd door de redactie van Beau niet uitgezonden. Een tweede versie, een dag later, haalde de uitzending wel, maar werd na boze reacties ijlings offline gehaald.

Is het je ooit eerder overkomen dat een filmpje werd geweigerd?

‘Nee. Er ging er bij DWDD wel eens eentje niet door omdat Prem te lang doorlulde, maar nooit om inhoudelijke redenen.’ Hij zucht, een beetje op zijn hoede. ‘Ik was het er natuurlijk pertinent niet mee eens, maar we hebben er heel goed en zeer hoffelijk over gesproken, en ik begrijp Beau’s kant ook wel.’

Hoe zoiets gaat: meteen toen hij het nieuws over Wahib hoorde kreeg hij het idee om hem een zwijmelig R&B-nummer te laten zingen met heel veel autotune en van die stoere rap-zinnetjes. Maar dan: Laat je piepelientje zien, en je kleine balletjes. ‘Ik wilde bij die gozer gewoon zijn eigen piemeltje even tevoorschijn trekken, op zíjn terrein, om het zo maar te zeggen. Dat superstoere, zelfingenomen cultuurtje. Dit toont zo goed hoe infantiel dat hele Nederlandse rap-, YouTube- en influencer-wereldje is. Ik bedoel: iemand vragen om zijn piemeltje te laten zien, dat doen kinderen van 8.’

Terwijl Van de Pavert zich kapot zat te lachen in zijn studiootje, groeide buiten de rel. ‘En aan het eind van de dag was dat jongetje in alle media het label ‘slachtoffer van kinderporno’ opgeplakt. Ik denk dan meteen: nee, dáár heeft die gozer baat bij. Dat we allemaal in de paniekmodus schieten en gaan roepen: jij hebt Iets Héél Ergs meegemaakt! Volgens mij kun je het beter luchtig houden. Maar ja, zo zijn we tegenwoordig. Beau zei dat hij het niet op zijn geweten wilde hebben als dat jongetje met mijn liedje gepest zou worden. Snap ik. Zou ik ook kut vinden, en die kans is er natuurlijk. Tegelijkertijd vind ik ook dat er gewoon grappen gemaakt moeten worden over die kneus van een Bilal.’

Toen hij de volgende dag hoorde dat Bilal Wahib die avond bij Beau aan tafel zou zitten, kon hij het niet laten en kluste een nieuw liedje in elkaar, waarin ook de presentator een rol speelde: Vroeg een jongen om zijn dollo, en het spijt me zo. Kan jij me redden Beau? Mag ik bij jou huilen op tv? ‘Beau is een geinige gozer, met veel humor. Hij vond het niet helemaal terecht hoe ik hem aanpakte, dus ik waardeer het des te meer dat-ie het toch uitzond. Zeker omdat hij ondertussen heel wat woede over zich heen kreeg omdat hij die Bilal had uitgenodigd. Die kwam uiteindelijk niet, maar mijn filmpje wel. Dus toen werden mensen daar maar boos om.’

‘RTL haalt walgelijke Lucky TV offline’, las hij de dag erna in de media. ‘Dat vond ik niet zo’n handige zet, een beetje wrijven in een vlek. Iets offline halen dat al uitgezonden is, zo’n maatregel moet je alleen nemen als het landsbelang op het spel staat. Maar goed, het is gebeurd, ik wind me er niet zo over op. Sommige mensen riepen meteen: hij wordt gecanceld. Maar ik ben niet bezig met het uitdragen van een of andere boodschap. Als de kunstenaar die van alle inspanning drie keer een schoon shirt moest aantrekken was ik teleurgesteld, ik vond het zelf een hele goeie grap, maar hé: ik heb zesduizend van die kutfilmpjes gemaakt. Wordt er eens eentje niet uitgezonden, dan kijk je toch een andere.’

Sander van de Pavert Beeld Oof  Verschuren
Sander van de PavertBeeld Oof Verschuren

Zelf vroeg ik me af waarom je niet eerder de volkswoede over je heen hebt gekregen. Je laat je personages schelden met ‘kanker’, geeft ze een vet Marokkaans of Surinaams accent, koning Willy maakt een Aziatisch persoon uit voor ‘ouwe rukchinees’, maar ik heb nog nooit iemand om je hoofd horen roepen.

‘Tja, het zou goed zijn voor mijn merk, maar op de een of andere manier heb ik er niet zoveel mee te maken. Dit was echt de eerste keer dat ik zo direct werd geconfronteerd met de overgevoeligheid van deze tijd. Ik denk dat het in het format zit. Mijn filmpjes zijn zo duidelijk een grap, dat je er heel lastig boos over kunt worden. Ik kom die boze mensen ook nooit op straat tegen. Het gebeurt allemaal op sociale media, en daar krijg ik maar heel weinig van mee.’

Omdat je dat bewust weghoudt?

‘Ik heb een Twitter-, Facebook- en YouTube-account, maar ik vind het allemaal verschrikkelijk. Ik lees nooit reacties. Als mijn vriendin begint van: ‘Goh, dat filmpje van gisteren, mensen vinden dat echt…’, dan schreeuw ik door haar heen: ‘Ik wil het niet weten!’ Ik heb een filter in mijn browser zodat ik mezelf niet tegenkom als ik aan het googlen ben. Want dan zie ik wat een of andere lul ervan vond, of wat hij met mijn filmpjes gedaan heeft, en dan ben ik meteen van slag.’

Grinnikend vertelt hij hoe hij in het begin zijn filmpjes op VHS-banden opnam, en overzette naar zo’n klein bandje. ‘Dan kwam iemand het halen op een motorfiets, en bracht het naar Amsterdam. Maar terwijl ik al die tijd hetzelfde ben blijven doen, hebben ze achter mijn rug om alles veranderd. Van mij mag het allemaal weg, dat hele sociale media-aspect. Ik zou het liefst willen dat ik die filmpjes gewoon met een beitel uit een stuk hout kon hakken.’

Waarom eigenlijk?

‘Het leidt me af. Het leidt tot ergernis. En als ik eerlijk ben: dat mensen nu een beetje boos waren om dat liedje stelt natuurlijk weinig voor, maar ik zou het buitengewoon onprettig vinden als zoiets vaker zou gebeuren, en dan misschien wel zou leiden tot bedreigingen.’

Hou je daar nu meer rekening mee? Doe je bepaalde dingen niet meer?

‘Nee joh, dat zou een mooie boel worden. Nou ja, ik ga niet de islam bashen, of Mohammed. Hoe tragisch het ook is, ik heb geen zin om in een kazerne te moeten gaan wonen. In het verleden heb ik wel filmpjes gemaakt met knielende baarden, maar het is niet zo dat ik het nu bewust moet láten. Het komt gewoon niet zo op mijn radar. Maar er zijn meer redenen dan je eigen veiligheid om ergens geen grap over te maken. Ik word ook wat ouder en milder. Als iemand al heel veel shit over zich heen heeft gehad, of er niet zelf voor gekozen heeft om in de publiciteit te komen, denk ik soms: laat maar. Want hoe goed is een grap nog als het een trap na is? Maar neem het woord ‘kanker’; ik laat dat mijn personages graag gebruiken. Toffe Marokkaantjes, Haagse aso’s – daarmee zet je een karakter neer. Koning Willy glijdt even af als-ie dat zegt, heeft zichzelf effe niet meer in de hand. Regelmatig krijg ik te horen: hè, moet dat nou? Ik snap heus dat het niet fijn voelt voor mensen die met kanker te maken hebben gehad, maar dat vind ik geen reden om het dan maar niet meer te doen. Want dan kunnen we alles wel niet meer doen. Er zijn ook mensen die augurken heel erg eng vinden. Echt, dat heb ik een keer bij Dr. Phil gezien.’

Lachend: ‘Het gekke is: ik ben er zelf niet ongevoelig voor. Ik krijg ook een steek in mijn maag als ik beelden voorbij zie komen die met kanker te maken hebben. Ik ben nogal een leipo, die de hele dag getriggerd wordt door van alles, en daar kan ik dan heel heftig op reageren. Het leven zit vol met triggers. Ik vind: je ontdoet het woord kanker ook van zijn kracht door het gewoon uit te spreken. Dus soms sta ik op het punt om iemand dan maar ‘tyfus’ te laten zeggen, en dan denk ik: nee! Neeneeneenee. Kánker!’

Door de ophef over ‘Piepelientje’ dacht hij onwillekeurig terug aan de eerste filmpjes die hij in 2003 maakte voor het programma Vara Laat. ‘Daar zaten verschrikkelijke dingen tussen. Slechte, harde grappen over de holocaust, kindermisbruik, exploderende bussen in Tel Aviv, zonder de nuance die goeie satire nodig heeft. Maar dat werd allemaal zonder aarzeling uitgezonden.’

Het was de tijd dat er nog een ‘evil twist’ in hem zat. De videocamera die hij voor zijn afstuderen aan de Willem de Kooning-academie van zijn ouders cadeau kreeg, bleek de perfecte uitlaatklep. Vrijwel meteen wist hij: hier moet ik mijn werk van maken. Tot opluchting van zijn ouders, want daarvóór bewoog hij zich nogal doelloos door het leven. Muziek maken, feesten, drugs, ongein uithalen. Op school was hij een ramp. Door lamlendigheid ‘degradeerde’ hij van het vwo naar de havo, waar hij vervolgens vanaf werd getrapt omdat hij op het schoolplein met een pistool had lopen zwaaien. ‘Ik ging in die tijd met hele foute types om, zo kwam het in mijn handen. Het was wel onklaar gemaakt. Ik vond het kicken om mijn vriendjes een beetje te shockeren. Terugkijkend kun je zeggen dat het een soort zelfsabotage was. Heel dom was ik zelfs toen al niet, dus ik wist wel dat dit niet kón.’

Hoe reageerden je ouders?

‘Ik herinner me dat mijn vader, nadat-ie even met het hoofd in zijn handen zat, een glimlach niet kon onderdrukken. Hij heeft nog geprobeerd het goed te praten met de directeur – in de jaren negentig kon je met een handvuurwapen op school soms nog best wegkomen – maar die was onverbiddelijk. Ach, mijn ouders zijn slimme, humoristische mensen. Ik kom uit een warm nest, we hebben een fijne relatie. Afgezien van die paar jaar dat ik onuitstaanbaar was, die vooral voor hen vervelend waren. Maar ze hebben zich nooit echt zorgen gemaakt dat ik het criminele pad op zou gaan. Ik had niks met geweld. Het was wel duidelijk dat ik een rolletje aan het spelen was.’ Met Paul van Vliet-stem: ‘Ik was aan het actééééren!’

Rolletjes spelen, beetje ontregelen: in zekere zin doet hij dat nog steeds. Twee dagen later zitten we in zijn auto, op weg naar een park, als hij plotseling zijn raampje opendraait, toetert en uitbundig zwaait naar een willekeurige fietser, om daarna in zijn achteruitkijkspiegel van diens verwarring te genieten. ‘Kijk, hij staat er nog steeds!’

Kort geleden schoof hij aan bij Jinek met een nieuwe look: spuuglok, opgeschoren nek en zijkanten, en een net niet blokvormig snorretje. Op Twitter vroeg men zich verontwaardigd af of hij niet snapte aan wie dat deed denken. Wat inderdaad moeilijk voorstelbaar is.

Hij grinnikt, rangschikt opzichtig de lok. ‘Hmmm, laat ik beginnen met zeggen dat ik niet bij de kapper om een Adolf Hitler-kapsel heb gevraagd. Het is gewoon de jaren-dertigstijl, iedereen had het indertijd zo. En dat snorretje, daar loop ik al jaren mee. Ik snap heus de associatie wel, maar ik vind het grappig om er zo bij te lopen, en ook gewoon mooi. Bovendien: ik heb een veel strakkere kaaklijn dan de Führer, veel vollere wenkbrauwen. Ik ben veel knapper, dat vind ik eigenlijk nog het lulligste aan zo’n vergelijking.’

Hij is er ‘iets volwassener’ in geworden, vindt hij. ‘Vroeger kon ik het niet laten om mensen te confronteren met hun gedrag. Als ze te dichtbij kwamen in de supermarkt zette ik grote, boze ogen op. ‘Wil je soms weten wat er in mijn mandje zit?!’ Of van die mensen in de rij voor de kassa die hijgend in je nek met je mee schuiven. Dan ging ik expres overdreven breeduit staan. Zag je de rij denken: wat is er met hem aan de hand? Terwijl ik denk: wat is er in godsnaam met júllie aan de hand? Wat dat betreft is de coronacrisis voor mij een geschenk uit de hemel. Nu kijkt niemand meer vreemd op als je duidelijk maakt: blijf uit mijn buurt.’

De buitenwereld kan bij hem hard binnenkomen, zegt hij, nadat hij zich in het park even druk heeft gemaakt over een man die twintig meter verderop op een bankje zit te snotteren. ‘Dat gaat bij mij echt door merg en been. Schijnt ook een woord voor te zijn, hoorde ik laatst, maar ik ben vergeten welk.’

Sander van de Pavert Beeld Oof  Verschuren
Sander van de PavertBeeld Oof Verschuren

Ik kan dat zonderlinge gedrag maar moeilijk rijmen met de sociale kant die je overduidelijk ook hebt.

‘Het kan naast elkaar bestaan toch? Het heeft met controle te maken. Ík wil bepalen of ik dichtbij iemand ben, of ik iemands adem kan horen. Op een feestje met gelijkgestemden ben ik op mijn gemak, en mag ik graag een beetje in de aandacht staan. Maar het is geen toeval dat ik ervoor gezorgd heb dat ik altijd in mijn eentje werk. Ik ben door een producent weleens gevraagd om voor hem te komen werken. Aanlokkelijk aanbod, ik had al een conceptcontract getekend, tot ik hoorde dat ik wel geacht werd om twee keer per week een uurtje langs te komen. Elk normaal mens zou denken: waar hebben we het over? Maar voor mij was dat totaal niet compatibel met hoe ik mijn leven voor me zie. Echt een dealbreaker.’

En dus zit hij al twintig jaar in zijn hokje, omringd door beeldschermen, prutsend aan filmpjes. Hij droomt voorzichtig over andere projecten, waar hij met zijn vriendin Baylin al een beetje aan knutselt. In de gangkast staan ‘prachtige oude synthesizers’ waarmee hij, als hij er tijd voor zou hebben, dolgraag weer muziek zou maken. Maar het hokje verveelt nooit, net zo min als zijn behoefte om de tv-kijker te laten zien dat de keizer geen kleren aan heeft.

‘Als dat is wat ik bijdraag aan ons geestelijk welzijn’, lacht hij, ‘dan ben ik daar meer dan tevreden mee. Ik heb geen agenda. Stel dát er een politieke partij was waar ik me heel erg mee verbonden voelde, dan nog heb ik ze al belachelijk gemaakt voordat ik besef: huh, maar dat zijn míjn mensen! Mijn creativiteit wordt veel meer visueel getriggerd dan op inhoud. Het gaat echt over tv, de paradox van dat hele gebeuren: dat alles er zo natuurlijk mogelijk moet uitzien. De studio is ingericht als huiskamer, mensen praten alsof het echt gezellig is, terwijl er niets zo nep is als tv. Ik vind het nog steeds erg leuk om daarvan de scheurtjes te laten zien. Of die scheurtjes zelf toe te voegen.’

Weerspiegelt jouw werk hoe je naar de wereld kijkt?

‘Dat zit denk ik vooral in mijn hang naar absurdisme. Ik weet dat er meer dan genoeg is om je boos en bezorgd over te maken, maar ik vrees dat ik daar uiteindelijk te pessimistisch voor ben. Te sceptisch over, nou ja, mensen. Waarmee ik ook mezelf bedoel.’

In het licht van de apocalyps?

‘Ja. Ik heb er geen enkel vertrouwen in dat wij slim genoeg zijn om onze wereld te redden. En dat maakt dat ik een vrij achteloze houding heb over… al die flutprobleempjes waar we ons de hele dag druk om maken.’

Hij begint over een stokoud filmpje waarin hij een groep burgers te kakken zet die zich boos maakt over een brand in een nabije chemische fabriek. ‘Dat was heel cynisch. Maar als ik zo’n verontwaardigde menigte zie, denk ik: júllie willen toch die giftige verf op die kutmuur van je? Júllie willen toch je reet afvegen met ultrazacht driedubbellaags wc-papier zodat je niet per ongeluk je vinger in je hol duwt? En dan ga je klagen dat er een fabriek in je achtertuin staat te fikken? Wat dacht je dán dat er ging gebeuren? Ik realiseer me dat het geen eerlijke gedachte is, dat die woede van die mensen vast terecht was. Maar kennelijk zit het grote plaatje zit me in de weg. Het idee: WE. GAAN. ER. ALLEMAAL. AAN!!! Dus loop niet zo te zeiken over totaal futiele dingetjes.’

Het is geen vastomlijnd wereldbeeld, benadrukt hij. ‘Meer een terugkerende onderhuidse gedachte. Je zou het een handicap kunnen noemen. Zoals ik zei: dingen komen hard bij me binnen. Maar dat is ook de reden waarom ik juist enorm geniet van het leven. Ik kan zielsgelukkig worden als een vogel naar me kijkt en ik denk dat ik aan het communiceren ben, en intens verdrietig als ik diezelfde vogel met een kapotte vleugel rond zie huppelen. En ik ben óók dol op mensen – vrienden, mensen die kunst maken en muziek die me diep ontroert. Als ik aan het werk ben, vergeet ik dat weleens, ook omdat ik dan zit te kijken naar een abstracte weergave van de werkelijkheid, dan kan ik hard zijn. Tegelijkertijd weet ik: als mijzelf iets ergs zou overkomen, als ik zelf met mijn poten in de shit terecht kom, sta ik binnen een kwartier te janken.’

CV Sander van de Pavert

21 februari 1976 Geboren in Den Haag.

1996-2000 Willem de Kooning Academie in Rotterdam.

2003-2005 Filmpjes voor het tv-programma VARA Laat.

2005-2020 Filmpjes voor De wereld draait door.

2010 Eervolle vermelding door Nipkow-jury.

2016-2017 Theatershow Lucky Live

2019 ‘Absurdistisch interviewprogramma’ Avondlicht, voor BNN Vara

2020-heden Filmpjes voor RTL, afwisselend bij Jinek en Beau

Meer over