Ruwe bolster met een heel klein hartje


'Omdat niets met elkaar klopt, klopt het', betoogde vastgoedkoning Stevers eens over zijn bouwplannen.

Gerard Stevers in 2008. Beeld Martijn Beekman
Gerard Stevers in 2008.Beeld Martijn Beekman

'Vastgoedman duikt op afbraakbuurt' kopte de Volkskrant in 2008 over de Haagse vastgoedkoning die de no-go-areas in de Stationsbuurt rond Hollands Spoor weer wilde verbeteren. Gerard Stevers was niet alleen de man van prestigieuze panden aan het Lange Voorhout of bekende winkelcentra als Haagsche Bluf en De Baljurk in de Kettingstraat; hij bouwde eveneens voor mindervaliden en lage inkomens. Stevers was geen bluffer die erop vertrouwde dat op de vastgoedmarkt de bomen wel tot in de hemel zouden groeien. In dat opzicht verschilde hij van illustere voorgangers als vastgoedkoning Reinder Zwolsman, die in de jaren vijftig en zestig in de Residentie actief was.

De nieuwe Haagse vastgoedkoning overleed op 22 juli op 60-jarige leeftijd. 'Een ruwe bolster maar met een heel klein hartje', schreef AD Haagsche Courant over hem. In een tijd dat vastgoedondernemers en projectontwikkelaars een slechte naam hebben, zijn bestuurders en collega's vol lof over hem. 'Op het gebied van winkelontwikkeling was hij niet te evenaren', zo zei een van zijn concurrenten. Ook veel bewoners droegen hem een warm hart toe. Niet iedereen was het altijd met hem eens; Stevers zocht nogal eens de confrontatie met het establishment of met actiegroepen. Twee maanden geleden voelde hij zich niet lekker en ging naar de huisarts. Het bleek een vergevorderd stadium van kanker te zijn. Stevers overleed op 22 juli.

Zijn vader was een bekende projectontwikkelaar en bouwer in Den Haag. Stevers trad na de mulo in diens voetsporen. In 1987 kocht hij zijn eerste pandje, aan het Spui. Hij begon met woningbouwprojecten. Omdat hij geen architectuuropleiding had genoten, liet hij zijn fantasie de vrije loop. Zijn plannen met telkens verschillende architectuurstijlen en materialen, leidden herhaaldelijk tot botsingen met de gemeente. 'Omdat niets met elkaar klopt, klopt het', betoogde hij dan.

Toen zijn vader overleed, had Gerard Stevers al een een groot bedrijf. Hij was wars van publiciteit. Hij kwam niet pronken in het stadion van ADO, omdat hij nu eenmaal niets had met balsporten. De hippische sport kon wel op zijn belangstelling rekenen. Alleen insiders wisten dat Gerard Stevers jaren achtereen hoofdsponsor was van het Benelux Open, het springfestijn in het Westbroekpark. Daarover zei hij ooit en petit comité: 'Ik maakte me zorgen. Het zou natuurlijk bezopen zijn als er opnieuw een mooi evenement uit Den Haag zou verdwijnen, net als eerder de Strandrace, North Sea Jazz en de Zandsculpturen.'

Stevers wilde Den Haag weer leefbaar maken, zodat 'ik met een gerust hart mijn vrouw en kinderen kan laten rondlopen en ze niet het gevoel hebben van alle kanten uit bekladde en donkere steegjes aangevallen te kunnen worden.' Voormalig Haags wethouder stadsontwikkeling Marnix Norder zei dat dergelijke uitspraken de ware aard van Stevers toonde. 'Hij was een echte Hagenaar, die hield van de stad. Hij wilde dat het beter werd en heeft absoluut kwaliteit aan de stad toegevoegd. Met De Baljurk in de Kettingstraat heeft hij niet alleen een gebouw neergezet, maar een hele straat opgeknapt.'

Vaak ging het traag en klonk de kritiek dat er niets van de plannen terechtkwam. Stevers plan voor de Stationsbuurt leek ook in het slop te raken. Maar in september wordt de eerste fase opgeleverd. Stevers' echtgenote en oudste dochter Andrea zullen het familiebedrijf voortzetten.

Meer over