ColumnSylvia Witteman

Robotstofzuiger Oscar is het grootste wonder sinds God Eva schiep uit Adams rib

null Beeld
Sylvia Witteman

Van Sinterklaas heb ik een robotstofzuiger gekregen. Een goed cadeau (ik had het dan ook zelf aangeschaft), want er wordt hier slechts één keer in de week gestofzuigd, met de Franse slag, door Mimi, die intussen gierend van de lach videobelt met haar zeer uitgebreide familie in Manilla en lange gesprekken voert met mijn katten.

Mijn katten spreken inmiddels vloeiend Filipijns, maar echt schoon is het hier nooit. Een robot zuigt met volle inzet, leek me. Bovendien heb ik filmpjes gezien van katten die zich met uitgestreken gezichtjes op de rug van zo’n ding door de kamer laten vervoeren – een onweerstaanbaar tafereel.

Handenwrijvend keek ik toe hoe mijn zoon mijn nieuwe kameraadje installeerde. Hij was kleiner dan ik gedacht had. Ik mocht hem een naam geven, net als Adam in de hof van Eden. Ik noemde hem Oscar, naar de zoon die ik nooit gehad heb. Dat wil zeggen, ik heb wel zoons, maar die heten allebei helaas geen Oscar. Lang verhaal.

Oscars lampje begon zachtjes te gloeien en daar zette hij al zijn eerste, schuifelende stapjes door de kamer. Hij zwiepte erbij met zijn armpjes, die lijken op de kwastjes van een drummer, maar dan heel klein. Dapper at hij alle kruimels onder de eettafel op. ‘Goed zo, Oscar!’ kraaide ik.

‘Hij luistert alleen naar Google’, zei mijn zoon. ‘Google, laat Oscar naar huis gaan.’ En kijk eens aan, daar schoof hij al, tastend langs de piano en de prullenbak, naar zijn oplader, waar hij zich met een tevreden zuchtje te ruste begaf.

De katten, die verstijfd van ontzetting hadden toegekeken, slopen naderbij en besnuffelden hem voorzichtig. ‘Google, laat Oscar schoonmaken’, zei mijn zoon, en daar ging hij weer. Nu schrokken de katten al wat minder. Ze keken nieuwsgierig toe hoe hij braaf de gemorste kattenbrokjes in de keuken opat, en, in kinderlijke zelfoverschatting, ook een rondslingerend postelastiek probeerde te verorberen.

Hij stikte er bijna in, maar mijn zoon voerde een succesvolle heimlichmanoeuvre uit, waarna hij ongeschokt verder schuifelde naar de gevallen naaldjes van de prematuur ruiende kerstboom. Ja, het was een wonder, het grootste wonder sinds God Eva schiep uit Adams rib. ‘Het is niet goed dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulpe maken’ (genesis 2:18).

Pas laat gingen we naar bed, waar ik levendig aan het tobben sloeg. Als de katten maar niet op hem gaan zitten, want daar is hij veel te klein voor, dacht ik. Als de katten maar niet kotsen, want dan eet hij dat vast óók op. Als hij maar niet van de trap valt.

Ik lag lang wakker, starend in het duister.

Meer over