Het eeuwige leven

Rini Dippel (1931-2021) drukte drie decennia lang haar stempel op de aankoop en exposities van het Stedelijk

Van 1966 tot haar pensioen in 1993 was Rini Dippel hoofdconservator en later adjunct-directeur van het Stedelijk. Regelmatig moest ze daarbij spitsroeden lopen.

Rini Dippel. Beeld
Rini Dippel.

In 1988 besteedde het Stedelijk Museum in Amsterdam tweeënhalve ton aan de aankoop van een houten beeldje van de Amerikaanse kunstenaar Jeff Koons met de titel Ushering in Banality (De banaliteit binnenhalen) een varken met een strik, begeleid door twee blonde engeltjes met een jongetje erachter.

Er ontstond grote woede over dergelijke geldverspilling. Een prul, kitsch, rommel en ‘biedermeierporno’ werd het genoemd. Het werd weggehoond als het Varkentje van Koons of het Biggetje van Beeren - Wim Beeren was de directeur van het Stedelijk. Rini Dippel moest bij afwezigheid van Wim Beeren bij Sonja Barend de aankoop verdedigen. ‘Afspraak was dat het aankoopbedrag niet zou worden vermeld. Maar Sonja hield zich daar niet aan’, zegt haar broer Bob Dippel. Toen Rini Deppel wegliep zei ze: ‘Wacht maar af.’ Nu is het een van de topstukken van het Stedelijk en miljoenen waard.

Van 1966 tot haar pensioen in 1993 was Rini Dippel hoofdconservator en later adjunct-directeur van het Stedelijk. Het was een periode van grote omwentelingen in de kunst. Dippel lukte het werken over het voetlicht te brengen van kunstenaars die toen nog onbekend waren maar later grote roem zouden vergaren zoals Gilbert & George, Keith Haring, Ger van Elk en Klaas Gubbels.

Dippel was decennialang de partner van psychotherapeute Kor Bedee. Zij overleed in 2010. De laatste jaren had Dippel als gevolg van beenmergkanker en een herseninfarct zelf gezondheidsproblemen. Ze bleef zelfstandig wonen en betrokken bij de kunst en de wereld. Ze bleef ook exposities bezoeken. Bob Dippel: ‘Half januari werd ze na een longontsteking in het OLVG West in Amsterdam opgenomen. De zorg in de laatste week was geweldig.’ Ze overleed op 23 januari.

Dippel werd in een gezin van drie kinderen geboren in Eindhoven, waar haar vader werkte op het befaamde Natlab van Philips. Al op jonge leeftijd was ze gefascineerd door kunst. Eigenlijk wilde ze zelf kunstenaar worden. Maar haar ouders waren bang dat een opleiding aan de Kunstacademie te weinig zekerheid bood. Ze ging kunstgeschiedenis in Utrecht studeren. In 1958 kwam ze in dienst van het Haags Gemeentemuseum, waar Wim Beeren toen conservator was.

Voor vrouwen was die baan niet weggelegd, zo kreeg ze van de directie te horen.

Ze logenstrafte dat door in april 1966 over te stappen naar het Stedelijk Museum, waar ze die functie wel kreeg.

In 1971 nam zij het initiatief tot de Conceptuele Reeks, waarbij werk van kunstenaars als Stanley Brouwn, Allen Ruppersberg, John Baldessari en Robert Barry werd getoond, hoewel toenmalig directeur Edy de Wilde niet erg van conceptuele kunst was gecharmeerd. Toen De Wilde opstapte ontstond een machtsstrijd rond zijn opvolging waarbij Dippel uitdrukkelijk koos voor Beeren. Zij werd zijn plaatsvervanger, hoewel gezegd werd dat ze niet stressbestendig (‘een andere manier om de leidinggevende capaciteiten van vrouwen in twijfel te trekken’, schamperde ze) genoeg zou zijn.

Bij haar afscheid in 1993 werd ze door Ischa Meijer geïnterviewd in Een dik uur Ischa. Hij probeerde haar uit de school te laten klappen over onenigheid in de leiding en de geringe werklust van het personeel. Inmiddels was ze door de wol geverfd en liet ze zich niet uit de tent lokken.

In 2009 publiceerde ze nog een essay in de catalogus bij de tentoonstelling In & Out of Amsterdam in het MoMA, New York. Het was haar laatste kunstje.

Meer over