Het eeuwige leven

Rikkert La Crois (1934-2021): De voetballer van eredivisieclub GVAV speelde ook met één schoen

Rikkert La Crois. Beeld
Rikkert La Crois.

Rikkert La Crois speelde in 1948 de eerste wedstrijden bij GVAV samen met zijn vriend Johnny Oldenburger op één paar voetbalschoenen. Johnny gebruikte de linker en de jonge Rikkert de rechter. Aan de andere voet droeg het duo een ­gewone schoen. Een bijzondere versie van ‘een slof en een oude voetbalschoen’.

Het was geen beletsel voor een grote carrière. La Crois zou een van de grootste sterren worden van GVAV, het huidige FC Groningen. Hij scoorde liefst 170 keer, waarvan de helft ­– zo schatte hij zelf ­– kopdoelpunten waren. Eigenlijk had hij ook geen schoenen nodig. In 2014 zei La Crois in het FC Groningen Journaal: ‘Mijn kopballen waren harder dan de schoten van mijn clubgenoten.’

Dick Heuvelman, voormalig sportjournalist van het Dagblad van het Noorden, vergeleek La Crois met tijdgenoot Sándor Kocsis, de aanvaller van het Hongaarse wonderelftal uit de jaren vijftig en Barcelona die ‘het gouden hoofd’ werd ­genoemd.

La Crois was van 1952 tot 1963 midvoor van GVAV. Toen hij ontdekte dat van buiten aangetrokken spelers als keeper Tonny van Leeuwen en verdediger Martin Koeman drie keer zoveel verdienden als hij, stapte hij woedend op. Hij speelde daarna voor Go Ahead, Veendam en ­Heerenveen totdat hij in 1971 wegens een versleten knie moest stoppen. Hij was toen 37 jaar. ‘ Hij zei altijd dat hij het meeste geld had verdiend met de training. Voor elke training kreeg je 1 gulden presentiegeld’, zegt zijn zoon Dirk La Crois.

Zijn kostje schraapte hij bijeen op de tekenkamer van de PTT en later bij Essent. Hij werd ook clubtrainer bij diverse amateurverenigingen, scout voor FC Groningen en elftalbegeleider bij SC Heerenveen. Na zijn voetbalcarrière woonde hij in Schoonoord vlakbij Coevorden. Op 18 januari overleed hij aan de gevolgen van ­corona in een verzorgingshuis in Sleen.

Ondanks zijn Franse achternaam was hij een echte Groninger, geboren en getogen in de Oosterparkwijk. Drie jaar nadat hij lid was geworden, maakte hij zijn ­debuut tegen AGOVV. Hij scoorde meteen en GVAV won de wedstrijd met 2-1. In september 1961 scoorde La Crois drie keer in De Kuip tegen Feyenoord, waardoor GVAV bij de rust met 4-1 voorstond. Maar Feyenoord sloeg in de tweede helft toe en won met 7-4. La Crois zei dat dit te wijten was aan trainer Onno Bonsema die hem verbood na de rust nog over de middenlijn te komen. ‘Ik kreeg een ketting aan mijn ­poten. We donderden zo van de zevende hemel de hel in.’

La Crois trainde zijn sprongkracht door thuis tegen een muur op te springen. ‘Ik leefde voor de sport. Ik bracht mijn vakanties altijd op Ameland door en daar trainde ik dan elke ochtend om zeven uur al op het strand’, zei hij.

In 1963 werd La Crois voor 50 duizend gulden verkocht aan Go Ahead. Hoewel hij toch nog elf keer scoorde, keerde hij na een jaar al teleurgesteld terug in Groningen. Een jaar later werd hij verkocht aan Veendam, waar dezelfde Otto Bonsema toen coach was geworden. Hier scoorde hij ook veelvuldig. In het seizoen 1967/68 werd Veendam kampioen in de tweede divisie en maakte La Crois 25 doelpunten, waarmee hij nog altijd samen met Michael de Leeuw seizoenclubtopscorer is. In dat jaar maakte hij ook een hattrick door in een wedstrijd drie keer binnen twintig minuten te scoren.

Zijn laatste kunstje op het voetbalveld vertoonde hij bij Heerenveen, waar hij met tien doelpunten nog een groot ­aandeel had in een volgende promotie.

Meer over