afscheid ­nemenJe kunt het maar één keer doen

Ria had de geboorte van haar jongste kleinkind nog willen meemaken

Tuurlijk, dood gaan we allemaal. Maar afscheid­nemen kan op veel manieren. Hoe je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt ­Barbara van Beukering ­nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Ria Roelofs (64, ambtenaar bij de gemeente) overleed op 28 mei 2020 aan de gevolgen van eierstokkanker. Ze was getrouwd met Hans Roelofs (65, beheerder Staatsbosbeheer) en had drie kinderen; twee zoons van 36 en 40 jaar, en een dochter, Nienke Roelofs (38, verloskundige, nu huismoeder). Nienke woont samen en heeft drie kinderen van 1,2 en 4.

Nienke Roelofs:

‘Anderhalve week na de bevalling van mijn eerste kind in 2016 belde mijn moeder dat ze eierstokkanker had. We hadden allemaal erg uitgekeken naar de komst van mijn dochter, haar eerste kleinkind. Nu stond de wereld opeens op zijn kop. Twee weken na de bevalling zat ik met mijn moeder in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis. De artsen wilden haar zo snel mogelijk opereren om de tumor te verwijderen, daarna zou het traject van chemokuren volgen. Toen ze haar buik hadden opengemaakt, bleek het al helemaal uitgezaaid te zijn in de darmen. Ze hebben de wond weer dichtgemaakt en besloten eerst te starten met chemo. Toen was al duidelijk dat ze het niet zou overleven, maar mijn moeder besloot te vechten om zo lang mogelijk bij haar drie kinderen en haar kleinkind te kunnen zijn. In de jaren die volgden onderging ze heel veel chemobehandelingen en meerdere operaties.

Mijn moeder was een mooie, ijdele vrouw en ze wilde niet dat mensen haar ziek zagen. Ze verzorgde zichzelf heel goed, hoe erg ze er ook aan toe was. Haar passie was zingen in een koor. Ze vond het fijn als de koorleden zeiden: ‘Huh, ben jij ziek?, Maar je ziet er heel goed uit!’ Eind 2019, inmiddels hadden wij ons derde kind gekregen, was ze aan het eind van alle mogelijkheden met chemokuren en restte alleen nog immunotherapie.

Ria en Nienke Beeld Privéfoto
Ria en NienkeBeeld Privéfoto

We gingen met ons hele gezin in de kerstvakantie naar een huisje van Landal in Hoenderloo. Mijn moeder kon steeds minder, haar conditie was ernstig verslechterd en ze had veel last van neuropathie, tintelingen in haar handen en voeten. Maar ze zeurde er niet over, ze trok gewoon gympen aan. Hoewel we allemaal wisten dat het niet heel lang meer zou duren, praatte ze er niet over. Ze zei: ‘Ik kan daar nog niet mee bezig zijn, ik kan het echt niet. En ik hoop dat jullie dat respecteren.’ Dus ja, dan is dat zo, we hadden weinig keus.

In januari kreeg ze opeens koorts. In het ziekenhuis bleek dat ze door de immunotherapie als complicatie een darmperforatie had gekregen. Normaal gesproken wordt iemand met een gaatje in de darm acuut geopereerd omdat er ontlasting in je buikholte kan komen. Maar mijn moeder kon niet meer geopereerd worden omdat ze dat door haar zwakke lichamelijke conditie niet zou overleven. De enige optie was een heel zware antibioticakuur. Ze heeft zes weken in het ziekenhuis gelegen. Gedurende die opname heeft ze een euthanasieverklaring opgesteld. Net voordat corona uitbrak, mocht ze naar huis. Het werd een gevecht, ze werd steeds zieker. Ze leverde heel erg in. Mijn vader belde vlak voor Pasen op om te vertellen dat de ambulance voor de deur stond. Dat hakte er heel erg in want we zaten toen middenin corona en hij was bang dat hij haar niet meer terug zou zien. Als hij schone was bracht, kreeg hij bij de receptie een zak met vieze was terug. Ze heeft er twee weken gelegen in haar eentje. Ze was te moe en te ziek om te bellen, ze at nauwelijks meer, had veel pijn. De dag voor Koningsdag is ze thuisgekomen. Ze was helemaal uitbehandeld, ze konden niets meer voor haar doen.

We gingen meteen naar haar toe, maar ik herkende mijn moeder helemaal niet. Ze deed heel koel, het was net alsof ik op visite kwam. Papa zei dat we haar gewoon konden knuffelen, omdat het nu toch niet meer uitmaakte of ze dood zou gaan door corona of door euthanasie. Maar mijn moeder wilde helemaal niet knuffelen, ze was heel afstandelijk. Ik heb het er met mijn broers over gehad, we begrepen niet waarom ze zich zo gedroeg. Mijn jongste broertje, die in augustus voor het eerst vader zou worden, zei dat hij met haar zou gaan praten. In dat gesprek bleek waarom ze zo deed. Ze bleef stoïcijns doorstrijden omdat ze de geboorte van haar jongste kleinkind nog wilde meemaken. Mijn broertje heeft haar uitgelegd dat ze daar niet op hoefde te wachten, dat het zo goed was. Toen pas kwam bij haar het besef dat ze het niet zou halen en dat ze het kon laten gaan. Vanaf dat moment zocht ze gelukkig weer toenadering.

Mijn vader sloeg machteloos gade hoe haar kwaliteit van leven achteruit holde, maar mijn moeder wilde nog geen euthanasie. Ze lag de hele dag in de woonkamer naar de muur te staren en te slapen. Ze was er, maar ze was er ook weer niet. Mijn vader vond het heel moeilijk, maar hij zei dat ze zelf de keuze moest maken, dat hij dat niet voor haar kon doen. Maar ze kon het niet. Op woensdagochtend belde papa om te vertellen dat mijn moeder die nacht in haar buik iets had horen knappen. Het was helemaal mis. Ze had zelf niet durven kiezen voor euthanasie, maar ze had gezegd: ‘Mijn lichaam heeft nu voor mij gekozen.’

Op donderdagochtend hebben we haar een nette pyjama aangetrokken en heb ik haar nagels gedaan. Over de haartjes op haar kin zei ze: ‘Haal die maar met een pincet weg als ik overleden ben.’ Omdat mijn moeder zo van muziek hield, vroeg ik haar of ze het goed vond dat ik op de crematie voor haar zou zingen. Ze antwoordde dat als ik dat te spannend vond, ik mezelf niet hoefde te kwellen.

Papa had het ziekenhuisbed mooi richting tuin gezet. Mijn moeder wilde dat haar kinderen en de aanhang en haar zus erbij zouden zijn. Mijn tante wilde niet bij het moment zelf zijn, dus zij ging in de tuin zitten. We zaten allemaal om haar bed in afwachting van de huisarts. Opeens dacht ik: ‘Als ik straks op de crematie kan zingen, kan ik het ook nu doen.’ Ik wilde nog één keer verbinding met mama voelen. Ik zong Dat ik je mis van Maaike Ouboter. Terwijl ik haar toezong, keken we elkaar recht in onze betraande ogen aan. Het was het moeilijkste wat ik ooit gedaan heb, maar ook het mooiste.

Tien minuten later kwam de huisarts. We mochten toen niet meer praten omdat je het proces niet mag verstoren. Toen zij het prikje gaf, was mama er helemaal klaar voor. Ze zei: ‘Goeie reis’, en zwaaide nog met twee handen naar ons en naar mijn tante in de tuin. Ze overleed meteen.

Hoe verdrietig het ook was, we hebben een heel mooie herinnering aan de euthanasie.

Je bent allemaal heel kwetsbaar, de muurtjes zijn weg, het was ontzettend intiem.

Net als bij een bevalling ga je ook door allerlei oergevoelens heen. Er staat iets te gebeuren en je wacht met zijn allen in spanning af. Je leeft net als bij een bevalling naar een punt toe. En nadat het gebeurd was, moest de huisarts ook allerlei formulieren invullen en de administratie doen. Dat doet een verloskundige na de bevalling ook.

Op de crematie zong ik weer Dat ik je mis. Het was veel makkelijker dit keer, want de generale repetitie had ik al gehad. De uitvaart was mooi, maar het echte afscheid was het moment dat we met z’n allen om haar bed zaten.’

Meer over